Je leest:

Nieuwe impuls voor ruimtetoerisme

Nieuwe impuls voor ruimtetoerisme

Space Adventures en Prodea kondigden de afgelopen dagen een omvangrijk nieuw particulier ruimtevaartinitiatief aan. Het initiatief voorziet in de bouw van een vloot van nieuwe ruimtevaartuigen en de aanleg van een netwerk van zogeheten ‘spaceports’ (lanceerbases) voor ruimtetoerisme. Hiermee introduceren Prodea en Space Adventures een volwaardig concurrerend alternatief voor het gezamenlijk project van X Prize winnaar Scaled Composites en Virgin Galactic. Deze concurrentie belooft gunstige perspectieven voor zowel dalende kosten van particuliere ‘suborbital’ ruimtevluchten als voor een nabijere tijdshorizon van deze vluchten.

Een sleutelrol in de plannen van Prodea en Space Adventures is weggelegd voor het vlucht- en lanceersysteem genaamd Explorer. Dit systeem is ontworpen en wordt gebouwd door het Russische ontwerpbureau Myasishchev, in samenwerking met de Russische Ruimtevaart Organisatie. Myasishchev heeft veel ervaring met het ontwerpen van herbruikbare lanceersystemen, ondermeer door haar betrokkenheid in het verleden bij het ontwerp van de Russische shuttle Buran. Belangrijkste partner en financier is Prodea, de investeringsmaatschappij van de familie Ansari, die als hoofdsponsor de succesvolle X Prize financieel mogelijk maakte. Er is ondermeer voor een Russisch ontwerpbureau gekozen vanwege de daar aanwezige expertise voor het bouwen van betrouwbare, veilige en economische ruimtevaartuigen.

Cosmopolis
De raketmodule Cosmopolis 21 van het Russische ontwerpbureau Myasishchev. Van deze driezitter is het door Prodea gefinancierde Explorer ruimteschip afgeleid, dat naar verwachting plaats zal bieden aan vijf personen. Op de achtergrond het draagvliegtuig de M-55 dat in haar Explorer M-55X versie zal worden uitgevoerd met twee extra rocketboosters met 2000 kilo stuwkracht elk.
spaceadventures.com

Het Explorer vluchtsysteem bestaat (evenals het concept van X-Prize winnaar SpaceShipOne) uit een draagvliegtuig en een raketmodule. De raketmodule bevindt zich echter, anders dan bij SpaceShipOne, in de eerste fase van de lancering aan de bovenzijde van het draagvliegtuig. Het draagvliegtuig M-55X heeft naast conventionele straalmotoren twee speciale raketelementen om op grote hoogte onder zuurstofarme omstandigheden te kunnen vliegen. De raketmodule is een ruimteschip dat plaats biedt aan vijf personen en is afgeleid van een eerder ontwerp van Myasishchev, de drie-persoons Cosmopolis-21.

De raketmodule zal door het draagvliegtuig tot ongeveer 20 kilometer hoogte worden gebracht. Na loskoppeling vervolgt de raketmodule met behulp van een eigen vaste brandstofraket haar weg naar ongeveer 100 kilometer hoogte. Deze hoogte wordt ‘suborbital’ genoemd omdat men zich wel in de ruimte bevindt, maar nog geen voldoende hoogte heeft om een omloopbaan om de aarde vast te houden. De raketmodule zal ongeveer vier tot vijf minuten op deze hoogte verblijven waarbij de passagiers van gewichtloosheid en een ongetwijfeld magnifiek uitzicht zullen kunnen genieten. Hierna zal het ruimteschip haar glijvlucht terug naar de aarde maken en horizontaal landen.

De ‘spaceports’

Een belangrijke aanvullende stap in de plannen van Prodea en Space Adventures is de bouw van een lanceerbasis nabij Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Dit als start van de aanleg van een internationaal netwerk van ‘spaceports’. Met deze bouw is een bedrag van minimaal 200 miljoen Euro gemoeid, een bedrag dat zal worden bijeengebracht door onder meer Space Adventures en de overheid van de VAE. Space Adventures is de organisatie die onder meer de reis van verschillende ruimtetoeristen (waaronder Dennis Tito en Mark Shuttleworth) naar het International Space Station (ISS) verzorgde.

Het ontwerp voor de lanceerbasis (‘spaceport’) in Ras Al-Khaimah nabij Dubai in de Verenigde Arabische Emiraten. Een vergelijkbare lanceerbasis zal worden ontwikkeld in Singapore, zo maakte Space Adventures op 20 februari bekend. De ‘spaceports’ zullen zijn voorzien van de modernste infrastructuur en vluchtleidingsystemen. bron: Space Adventures

Dubai is een belangrijk internationaal zakencentrum en toeristische bestemming en voldoet in haar omgeving aan veiligheidsvoorwaarden als lage bevolkingsdichtheid en vrije luchtruimte. De benodigde licenties voor ruimtevluchten van de Explorer zijn door de luchtvaartinstanties van de VAE reeds verstrekt. Andere ‘spaceports’ zijn onder meer voorzien voor Singapore (kosten ongeveer 100 miljoen Euro, voorzien van een astronauten-opleidingcentrum) en voor verschillende locaties in de Verenigde Staten.

Nu na Virgin Galactic opnieuw een grote partij een ruimtetoerisme-initiatief aankondigt is alweer een belangrijke stap gezet op weg naar een volwaardige private ruimtevaartsector. Alle bij het Explorer project betrokken partijen hebben een stevige achtergrond wat betreft de ontwikkeling van de (particuliere) ruimtevaart. De door Space Adventures uitgesproken verwachting dat zij mogelijk als eersten regelmatige commerciële ‘suborbital’ ruimtevluchten zullen gaan uitvoeren lijkt dan ook geloofwaardig. 2008 lijkt een jaar om zowel wat betreft het Explorer project als wat betreft de activiteiten van Virgin Galactic goed op te letten.

Concurrentie op deze schaal zal naar alle waarschijnlijkheid ook een drukkend effect hebben op de prijs van ruimtevluchten. Die prijs bedraagt nu nog tussen de 100.000 en 160.000 euro per ‘suborbital’ vlucht. De verwachting is overigens dat de prijs van deze vluchten in de komende tien jaar kan dalen tot die van een luxe cruisevakantie .

Opmerkelijk is de recente snel toenemende toestroom van (financiële) middelen naar de particuliere ruimtevaartsector. Ook volgende stappen in het ruimtetoerisme als het bouwen van een ruimtehotel en commerciële vluchten naar de maan zijn nu wellicht minder veraf dan enkele jaren geleden nog voor aannemelijk werd gehouden. Wel vormt de ontwikkeling van commerciële bemande ruimteschepen die daadwerkelijk een omloopbaan om de aarde kunnen bereiken nog een hindernis.

De met relatief beperkte middelen georganiseerde X Prize lijkt haar doelstelling om als katalysator te dienen voor een geheel nieuwe industrie en nieuwe technologische ontwikkelingen nu al waar te maken. Misschien dat de instelling van een dergelijke prijs voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van duurzame energiebronnen een vergelijkbaar effect zou kunnen hebben.

Over de auteur

Joost G. Wouters was in het verleden werkzaam voor het gezamenlijke zonnezeilproject van Team Encounter en het Nasa Langley Research Centre. Hij werkte ook voor de X Prize Foundation. Wouters is een deskundige op het gebied van nieuwe technologische ontwikkelingen, met name op het gebied van de particuliere ruimtevaart.

X-prize

Zonnezeil Cosmos-1

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 februari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE