Je leest:

Nieuwe detectiemethode voor prostaatkanker

Nieuwe detectiemethode voor prostaatkanker

Pijnlijk onderzoek minder vaak nodig

Jaarlijks wordt bij tienduizenden mannen in Nederland weefsel uitgenomen om te zien of ze prostaatkanker hebben. Deze medische procedure treft bij 70 procent geen kanker aan. Dat is onnodig pijnlijk en risicovol voor de patiënten. De TU/e heeft in samenwerking met het AMC Amsterdam een patiëntvriendelijke onderzoeksmethode ontwikkeld die het nemen van biopten radicaal kan terugdringen, en uiteindelijk zelfs overbodig maakt.

De prostaat is een klier die bij mannen net onder de blaas om de urinebuis heen zit.
National Cancer Institute

Prostaatkanker is na longkanker de meest voorkomende vorm van kanker waaraan mannen in Nederland overlijden. De wereldwijde standaardprocedure van prostaatkankeronderzoek begint met het meten van de PSA-waarde (prostaat-specifiek antigeen) in het bloed. Is die verhoogd, dan nemen artsen meestal via de anus op twaalf punten stukjes weefsel uit de prostaat voor pathologisch onderzoek.

Bij 70 procent van de mannen wordt echter geen kanker aangetroffen. Loos alarm dus? Niet altijd: de biopten kunnen nét op de verkeerde plaats genomen zijn. In 30 procent van de negatieve uitslagen (geen kanker) blijkt er later toch kanker te zijn. En bij de positieve uitslagen (wel kanker) weten de artsen niet hoe groot de tumor precies is. Vaak treffen de artsen bij de operatie zo’n klein gezwel aan, dat de ingreep niet nodig was. En dan krijgt ook nog eens tot vijf procent van de mannen te maken met ontstekingen als gevolg van het onderzoek. Het is verder bijzonder kostbaar. In de VS bijvoorbeeld krijgen meer dan een miljoen mannen per jaar een dergelijke biopsie van zo’n 1800 euro.

NEMO Kennislink

Kennislink.nl interviewde tien toponderzoekers in Nederland en bundelde hun verhalen in een interactief digitaal boek. De onderzoekers nemen je mee in de wereld van hun onderzoek. Beleef een reis door de cel en al haar eigenaardigheden. De strijd tegen kanker legt helder uit en gebruikt daarbij beeld, video, infographics en 3D-animaties.

Download het interactieve digitale boek gratis in iTunes.

Bloedvatenpatroon van kanker herkennen

Onderzoeksleider Massimo Mischi van de TU Eindhoven ontwikkelde een manier om te zien of en waar iemand prostaatkanker heeft, op basis van bestaande ultrasound-scanners. Dit zijn apparaten die met geluid in het lichaam kijken, net zoals de echoapparatuur bij zwangerschapsonderzoek. Maar deze apparaten zien normaal gesproken geen verschil tussen gezond weefsel of tumorweefsel. Om dit toch zichtbaar te krijgen, maakte Mischi gebruik van het feit dat tumoren heel veel kleine bloedvaatjes aanmaken, in een typisch patroon, om te kunnen groeien.

Beeld van een prostaat gemaakt door een ultrasound-scanner. Hiermee is tumorweefsel (in rood) te lokaliseren.
Massimo Mischi / TU/e

Bij patiënten wordt eenmalig een contrastvloeistof ingespoten met kleine belletjes, die de ultrasound-scanner ziet tot in de kleinste bloedvaatjes. Met geavanceerde beeldanalysetechnieken, die het typische bloedvatenpatroon van tumoren herkennen, genereert de computer vervolgens een nauwkeurig beeld waarop eventuele tumoren te zien zijn. Het onderzoek duurt maar een minuut, en maximaal tien minuten later is de uitslag er al. Bovendien is het onderzoek veel goedkoper, doordat de dure analyse van de biopten niet meer nodig is.

De onderzoekers hebben voor 24 patiënten van drie Nederlandse ziekenhuizen de ‘tumorbeelden’ kunnen vergelijken met de daadwerkelijke prostaat, na operatieve verwijdering. De beelden bleken de plaats en omvang van de daadwerkelijke tumoren vrij nauwkeurig te voorspellen.

Minder biopten

Het gebruik van de nieuwe methode, die de TU/e heeft gepatenteerd, kan wereldwijd miljoenen mannen het nemen van biopten besparen. De zeventig procent mannen die nu nog onnodig biopten ondergaat, hoeft dat dan niet meer. En bij de resterende dertig procent hoeven veel minder biopten genomen te worden, omdat al duidelijk is waar de kanker zit. En wanneer de methode uiteindelijk genoeg beproefd is, kunnen de grote biopsienaalden zelfs helemaal in de kast blijven.

Het onderzoek vindt plaats in samenwerking met het AMC Amsterdam, het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch en het Catharina Ziekenhuis Eindhoven. Komend jaar loopt in deze ziekenhuizen een groot vergelijkend onderzoek tussen de oude methode en de nieuwe, om met zekerheid te kunnen zeggen dat de nieuwe beter is. Daarvoor ondergaan minimaal 250 mannen beide vormen van onderzoek. Als alles goed gaat, komt de methode vanaf 2016 ook beschikbaar voor andere patiënten, die dan niet meer het oude pijnlijke onderzoek krijgen. De invoering kan vrij eenvoudig, doordat geen nieuwe apparatuur nodig is; de nieuwe techniek gebruikt bestaande scanners die de ziekenhuizen al hebben.

Dit artikel is een publicatie van Technische Universiteit Eindhoven (TU/e).
© Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 maart 2014

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.