Je leest:

Nieuw-Zeeland strijdt voor iedere kakapo

Nieuw-Zeeland strijdt voor iedere kakapo

Auteur: | 30 juli 2007

Als er één dier met recht een pechvogel kan worden genoemd is het wel de kakapo. Na miljoenen jaren evolutie in een predatorvrije omgeving is de vogel hopeloos onaangepast aan de moderne tijd.

De kakapo (Maori voor nachtpapegaai) kan niet vliegen, is met maximaal vier kilo de zwaarste papegaai ter wereld en gaat bij gevaar stilzitten, hopend dat hij door zijn schutkleur tegen de achtergrond wegvalt. Die tactiek werkte goed tegen zijn natuurlijke vijand, de inmiddels uitgestorven reuzenarend ( harpagornis), maar maakte hem tot een geliefd onderdeel van de Maori-cuisine. In de woorden van de schrijver Andrew MacAlister: ‘het is een soort Dr. Seuss-vogel, een papegaai die niet kan vliegen, een nachtelijke herbivoor van de bosbodem, een gevederde zwaargewicht die kan hippen als een spreeuw en huilen als een hond’.

Stilzittende prooi

Het lot van de kakapo is een karikatuur van de effecten van menselijke kolonisatie op een geïsoleerd ecosysteem. Sinds de komst van de Maori, 1200 jaar geleden, is de populatie teruggelopen van enkele miljoenen tot vijftig stuks in 1995. Deze eerste kolonisten introduceerden zoogdieren, met name honden en Polynesische ratten (kiore) die de eieren opaten, en waren zelf ook niet vies van kakapo-drumsticks.

De komst van de Europeanen begin 1800 bracht het proces in een stroomversnelling: ontbossing vernietigde de biotoop van de loopvogel en de meegebrachte katten konden hun geluk niet op met zo’n stilzittende prooi. Alsof het nog niet genoeg was introduceerden de kolonisten rond 1880, om de konijnenplaag in te tomen, wezels, fretten en hermelijnen, die ook al snel de voedingswaarde van de nachtpapegaaien inzagen. De mens bleef echter het grootste gevaar. De ontdekkingsreiziger Charlie Douglas beschreef het vangen van de kakapo in 1899: ‘Ze konden worden gevangen (…) door eenvoudigweg de boom of struik te schudden tot ze eruitvielen, een beetje zoals je appels uit de boom schudt. Ik heb een keer op deze manier wel een half dozijn kakapos uit één tutustruik zien komen’.

Rond deze tijd ontstond bij de kolonisten het besef dat de soort aan het uitsterven was. Een vroege reddingsactie mislukte: zes jaar nadat een natuurbewuste Brit in 1894 een paar honderd kakapo naar een eiland had verplaatst werd de hele populatie binnen korte tijd door per ongeluk meegekomen hermelijnen opgepeuzeld. Na het verdwijnen van de soort op het noordeiland rond 1920 aten jagers en wegenbouwers nog tot het einde van de tweede wereldoorlog kakapo op het zuideiland, waarna gedacht werd dat ze ook daar waren uitgestorven.

Dikke moeder krijgt mooie zonen

In Biology Letters van februari 2006 beschrijven Nieuw-Zeelandse biologen hoe ze de scheve sexeverhoudingen van kakapo- kuikens weer recht hebben getrokken door de moeders op dieet te zetten. De sexeratio was uit balans: er werden nog maar dertig procent vrouwtjes geboren, terwijl er al meer mannetjes waren. Nu is het gelukt om de sexeratio van de bevruchte eieren weer gelijk te krijgen. De onderzoekers redeneerden dat het zonenoverschot te wijten was aan de overdadige bijvoeding van de moeders: een dikke vogel heeft veel energie over die ze kan investeren in mooie, krachtige mannetjes. Een mooie zoon kan immers bij verschillende partners veel nakomelingen produceren, terwijl dochters nooit meer dan 4 eieren per jaar leggen.

Het specifieke ‘lek’-baltsgedrag van de kakapo, waarbij vrouwtjespapegaaien hun partner selecteren op basis van de kwaliteit van hun baltsarena, is cruciaal voor het ontstaan van maternale geslachtsbeïnvloeding, aldus Jan Komdeur, hoogleraar aan de RUG en expert in vogelevolutie. ‘Afhankelijk van haar fysieke gesteldheid kiest een moeder voor vrouwtjes die gemiddeld presteren, of voor mannetjes die kunnen scoren.’

Ook dieren als krokodillen en edelherten hebben een variabele sexeratio, maar over de achterliggende mechanismen bij vogels is maar weinig bekend. ‘De Seychellenzanger bijvoorbeeld kiest al voor de bevruchting van de eicel voor extra dochters, afhankelijk van hoeveel voedsel er beschikbaar is. Als er veel eten is, zijn vrouwtjes handig omdat ze helpen bij de broedzorg, maar bij schaarste kiezen ze voor zonen: die vliegen uit, en leveren dus geen voedselcompetitie.’

Reddingsoperatie

In 1978 werd na meer dan zestig vruchteloze expedities op een eiland een populatie van tweehonderd kakapo aangetroffen. Twee jaar later was duidelijk dat er minstens één vrouwtje was en kon een grootscheepse reddingsoperatie beginnen. De 56 overgebleven dieren werden naar twee roofdier-vrije eilandjes gebracht, waar al snel bleek dat ratten de eieren opaten. Met kleine explosieven op camera’s bij de nesten probeerden vrijwilligers de ratten weg te jagen: ’ A scared chick is better than a dead chick’, aldus de Nieuw-Zeelandse manager van het Kakapo Recovery Plan. Een betere oplossing was uiteindelijk de korte evacuatie van de vogels om de eilandjes ratvrij te maken: er zijn nu weer 86 dieren.

René Dekker, dodo-expert bij Naturalis, was zelf betrokken bij projecten op de eilanden en denkt dat de geïsoleerdheid van het land bijdraagt aan de betrokkenheid van de bevolking: ‘Iedereen probeert van alles te redden. Hoe hopelozer het is, hoe meer uitstraling.’ Hij geeft toe dat er veel andere soorten op het punt staan uit te sterven, maar begrijpt toch dat er wordt gekozen om op een paar aansprekende dieren te focussen: ’Zo’n boegbeeld genereert weer geld voor het redden van andere vogels’.

De keuze voor de nachtpapegaai is logisch: Strigops habroptilus, de wetenschappelijke naam voor de kakapo betekent iets als ‘uilachtige met zachte veren’. Het is een dikke teddybird, de panda van Down Under.

Gestresste moeder krijgt minder zonen

Net als bij de kakapo lijkt ook de fysieke gesteldheid van mensenmoeders invloed te hebben op de sexeratio van hun kinderen. In een grote retrospectieve studie in PNAS van februari 2006 beschrijven Californische onderzoekers hoe het percentage levendgeboren mannen in Zweden tussen 1751 en 1912 fluctueert. De variaties zijn subtieler dan bij de kakapo: gemiddeld kregen Zweedse vrouwen 1.0491 zoon per dochter, maar dat getal varieerde tussen de 1.020 en 1.065.

Interessant is dat mannen uit jaren waarin er relatief meer dochters werden geboren een grotere levensverwachting hebben dan mannen uit jaren waarin veel zonen werden geboren. De auteurs verklaren dit door te stellen dat in magere, stressvolle jaren de moeders door hun verminderde conditie minder energie over hebben voor de foetus, en dat de mannelijke vruchten daarvoor gevoeliger zijn dan de dochters in spé. Mannen die deze periode van schaarste in de baarmoeder toch doorstaan zijn blijkbaar krachtiger, wat hun uiteindelijk langere levensduur zou kunnen verklaren.

Vlooienpoeder

Natuurbescherming leeft dan ook in Nieuw- Zeeland. Vrijwilligers passen permanent op de kakapo-nesten met behulp van videocamera’s en infraroodalarmen, houden met kompressen de eieren warm als de vrouwtjes gaan fourageren en strooien antivlooienpoeder op de nesten omdat er een keer een ei sneuvelde toen de moeder jeuk had. Na de dood van drie vrouwtjes door een erysipelasbacterie werd de hele populatie gevaccineerd en behandeld met antibiotica. Binnenkort komt er waarschijnlijk een groter reservaat, voor ruim 100 kakapo, en de beschermers hopen over vier decennia weer een ‘management- free’ populatie te hebben. Hopelijk krijgen ze geen vogelgriep.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.