Je leest:

Nieuw onderzoekstation voor insectenkwekers

Nieuw onderzoekstation voor insectenkwekers

De symboliek kan haast niet groter: in een leegstaand gebouw van het voor­malig Proefstation voor de Rundveehouderij in Lelystad is vorig jaar de nieuwe onderzoeksfaciliteit Insectpoint geopend; oude eiwitten maakten plaats voor de nieuwe.

“We kunnen niet zomaar in alle ruimtes naar binnen”, waarschuwt de projectleider van Insectpoint, ir. Piet Spoorenberg, als hij de deur opendoet van wat ooit een koeienstal was. Aan weerskanten van een lange gang klinkt uit verschillende kamers een zacht getsjirp. “Daar zitten de krekels”, verduidelijkt Spoorenberg. Voor hij een van de geconditioneerde ruimtes binnengaat, trekt Spoorenberg een schone overjas aan en doet een haarnetje op. “Je zou het misschien niet verwachten, maar deze diertjes zijn nog behoorlijk gevoelig voor allerlei ziektekiemen die jij en ik mee naar binnen kunnen nemen.”

Biowetenschappen en maatschappij

De tsjirpende krekels blijken te huizen in een tamelijk eenvoudig pvc krat met een deksel van fijnmazig gaas. In het krat liggen stapels eierdozen. “Daarmee vergroten we het leefoppervlak van de dieren. In die kratten daar zitten de allerkleinste diertjes, de zogenoemde pinheads. Dat zijn krekeltjes die net uit het ei zijn. In deze krat zitten ouderdieren waarmee we een basispopulatie op peil houden.”

Natte reststromen

Zoals ook de klassieke veeteelt zijn onderzoekstations heeft voor praktijkproeven, zo zal het ook bij Insectpoint mogelijk zijn voor bedrijven om praktische vragen rond de kweek van insecten te beantwoorden. “Binnenkort verwachten we bijvoorbeeld te starten met proeven op het gebied van de voeding van deze insecten”, vertelt Spooren­berg. “Bij onder meer de productie van suiker of friet heb je natte reststromen van suikerbietenpulp of aardappelzetmeel. Nu worden die reststromen vaak nog in varkensvoer verwerkt. Maar insecten zijn veel efficiënter dan varkens in het omzetten van die plantaardige reststromen in dierlijk eiwit. Wij kunnen hier onderzoeken hoe je die natte reststromen het beste aan de insecten kunt voeren.”

Meelwormen: nu nog in de dierenspeciaalzaak te koop als diervoeder, maar wie weet op termijn ook in de schappen van de supermarkt te vinden?

Een deur verder staan grote, open bakken waar duizenden torretjes op een bed van meel en zaagsel krioelen. “Dat zijn meeltorren”, verduidelijkt Spoorenberg. “De larven van die torretjes zijn de bekende meelwormen. Die kun je kopen bij de dierenspeciaalzaak als vogelvoer, maar ze worden inmiddels ook al gebruikt als waardevolle bron van eiwitten in bijvoorbeeld energiedrankjes en repen.”

Het onderzoeksstation Insectpoint is een initiatief van Wageningen Universiteit en Researchcentrum en een commerciële kweker van insecten. De initiatiefnemers hopen dat allerlei partijen die actief zijn in deze sector zich uiteindelijk rond het Insectpoint zullen verzamelen. “Het is echt booming business”, stelt Spoorenberg. “In eerste instantie ging het nog vooral over de kweek van insecten voor diervoeders, maar inmiddels duiken steeds meer partijen ook op insecten als potentiële bron van eiwitten voor humane voeding. Het is nog enigszins onduidelijk hoe ‘Brussel’ naar deze nieuwe bronnen van eiwitten kijkt voor de humane markt, maar veel bedrijven staan echt te trappelen. Er worden ook al steeds meer producten op de consumentenmarkt aangeboden.”

In die opkomende markt blijken veel partijen hun kaarten het liefst tegen de borst te willen houden, merkte Spoorenberg. “Maar als iedereen voor zich het ei van Columbus denkt te hebben gevonden, loop je ook het risico dat iedereen eigenlijk opnieuw het wiel zit uit te vinden. Dan gaat er heel veel energie verloren aan onderzoek wat al lang is gedaan. Via ons onderzoeksstation hopen we dan ook vooral kennis te delen tussen partijen die actief zijn in de kweek van insecten.”

Een lolly met een beestje erin… Wie durft?
Flickr, Ewen Roberts, CC BY 2.0

Recept

Naast concrete onderzoeksvragen van ‘insectenbedrijven’, gaat Insectpoint ook cursussen en trainingen verzorgen. “Insectenkweken voor beginners, ja”, lacht Spoorenberg. Kooklessen zullen daar niet bij zitten. “Ik moet je ook heel eerlijk zeggen dat ik niet zou weten wat ik in de keuken aan zou moeten met dit doosje gevriesdroogde buffalowormen. Dat zal denk ik ook niet de bulk van de markt worden. De grootste rol voor insecten in de voeding schuilt denk ik in de grondstoffen. Ook in de ‘gewone’ vlees- en visconsumptie zie je dat onherkenbaarheid van het oorspronkelijke dier steeds belangrijker is. Het grootste deel van de consumenten zal makkelijker accepteren dat de onzichtbare eiwitten in een hamburger of sportdrankje uit insecten afkomstig zijn, dan dat ze een bonbon met een herkenbare sprinkhaan erop zullen kopen.”

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 februari 2015

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.