Je leest:

Nieuw middel op het netvlies

Nieuw middel op het netvlies

Auteur: | 1 maart 2004

Puntjes, cirkels, lichtflitsen: troebelingen in het glasvocht of littekenweefsel in het oog kunnen het zicht op een vervelende manier belemmeren. Ingrijpen is mogelijk, maar als het glasvocht zich moeilijk laat losmaken van het netvlies, loert het gevaar van netvliesbeschadiging om de hoek. Wellicht kan een nieuw middel, microplasmine, dit euvel verhelpen.

Het glasvocht bevindt zich tussen de lens en het netvlies, dat aan de achterkant van het oog ligt. De gelei-achtige substantie zou je qua uiterlijk kunnen vergelijken met het eiwit van een rauw ei, legt hoogleraar Oogheelkunde Marc de Smet uit. Normaal glasvocht laat lichtstralen ongehinderd door naar het netvlies.

In de jonge jaren is ons glasvocht helder, bij het ouder worden verandert het: het krimpt, beweegt naar voren en wordt troebeler. Troebelingen geven een schaduw op het netvlies, die we waarnemen als puntjes of bijvoorbeeld cirkels. Meestal heeft dit geen blijvende nadelige gevolgen, maar soms blijft het glasvocht vastzitten aan het netvlies. Als de substantie dan krimpt, kan er een scheur of een gaatje in het netvlies optreden. Uiteindelijk kan, als er vocht van het oog door het gaatje dringt, het netvlies loslaten. Met blindheid tot gevolg.

De Smet, hoofd van de afdeling Oogheelkunde in het AMC, stelt dat er vroeger weinig te doen was aan oogkwalen die voortkwamen uit aangetast glasvocht. ‘Maar door de verbeterde microchirurgische technieken is de situatie aanzienlijk hoopvoller. Zo kunnen we bij een netvliesloslating het gaatje dichtmaken met behulp van de laser of door bevriezing. Er ontstaat dan verlittekening, waardoor het netvlies weer vast komt te zitten aan de onderliggende lagen. Deze techniek is echter niet mogelijk als er veel vocht onder het netvlies is gekomen. Dan is operatief ingrijpen noodzakelijk. Soms is het bij deze technieken nodig om glasvocht los of weg te halen. Helaas gaat dit niet altijd zonder complicaties omdat het glasvocht nog aan het netvlies vast zit.’

Anatomie van het oog Bron: VisionWebwww.visionweb.com

Plasminen

Ingrijpen in het glasvocht is onder meer nodig bij ouderen die last hebben van glasvochttroebelingen. Hetzelfde geldt voor patiënten met oogaandoeningen die gepaard gaan met bindweefselvorming in zowel het netvlies als het glasvocht. Bij diabetici moet soms worden ingegrepen omdat de gel-achtige substantie kan vastzitten aan het netvlies. Door de ongewenste aangroei van nieuwe bloedvaten in het oog krijgen zij te maken met bloed in het glasvocht, dat daardoor troebel wordt en het zicht belemmert. ‘Ook bij de behandeling van kinderen met een oogtrauma komen we dit tegen, bijvoorbeeld als ze een punt van een schaar of een mes in het oog hebben gekregen. Soms moet je dan operatief glasvocht weghalen. Dat valt niet mee, want bij jonge kinderen laat het moeilijk los van de retina. Ondanks het huidige fijne instrumentarium loop je toch het risico dat je het netvlies beschadigt’, aldus De Smet.

Al langere tijd zijn oogartsen dan ook op zoek naar middelen die het glasvocht vloeibaarder maken, zodat het makkelijker los kan komen van het netvlies. De Smet: ‘Sinds de jaren negentig gebruiken we hiervoor plasmine. Dit eiwit zit in het bloed en is betrokken bij het stollingsproces. Plasmine kan andere eiwitten in stukjes knippen, waardoor je de gel-achtige substantie van het glasvocht makkelijk kunt bewegen en rekken. Probleem is dat het eiwit moeilijk te maken is. Je hebt bloed nodig van de patiënt zelf en bent vervolgens twee dagen bezig met het verkrijgen van plasmine. In de praktijk werkt dat dus niet.’

Inmiddels heeft De Smet een alternatief gevonden. Via een AMC-hematoloog kwam hij in contact met een Belgische firma die recombinant plasmine ontwikkelt ten behoeve van patiënten met een herseninfarct. Deze zogenaamde microplasminen beschikken eveneens over de knip-eigenschap, en breken zo de klonters in het bloed af. Inmiddels is de fabrikant druk in de weer om het middel geschikt te maken voor toepassing bij operaties aan de ogen. De Smet benadrukt de voordelen: ‘Het is een zuiver product, dus de kans op besmetting met virussen is vrijwel nihil. Bovendien is het gemakkelijk te maken en is het meteen actief, zodat het niet nodig is om twee dagen te wachten.’

Ondertussen heeft De Smet de nodige ervaring opgedaan en het middel ingespoten bij verse varkensogen. Binnen korte tijd en zonder veel schade aan te richten kwam het glasvocht los van het netvlies. Evenals bij het gebruik van plasminen wordt het glasvocht bij het gebruik van microplasminen iets witter. Ook dit resultaat stemt hoopvol. Tot nu toe zijn er geen ernstige nadelige bijwerkingen opgespoord.

‘Microscopische bestudering van het oog na gebruik van microplasminen toont een netvlies dat aan de oppervlakte redelijk glad is: je ziet veel minder plooien en oneffenheden. Enig nadeel is dat er ontstekingsreacties zijn gesignaleerd. Die treden overigens ook op bij het gebruik van plasminen’, vertelt De Smet. Komende tijd wil de hoogleraar zich richten op de oorzaak van de ontstekingsreactie en nader onderzoek verrichten naar een juiste dosering.

De Smet vindt de tijd rijp voor een fase I studie. Binnenkort zal dan ook een aanvraag worden ingediend bij de medisch-ethische commissie zodat hij in het najaar een klinische studie kan starten samen met enkele andere centra in Europa. ‘Hopelijk zijn we over een paar jaar zover dat bijvoorbeeld diabetespatiënten baat hebben bij deze nieuwe techniek. Wellicht kunnen zij dit middel zelfs profylactisch gebruiken, zodat het hen op voorhand beschermt tegen netvliesloslating en tegen proliferatieve diabetes retinopathie ofwel ingroei van bloedvaten. Ook hoop ik dat de behandeling van kinderen met een oogtrauma op deze wijze aanzienlijk wordt verbeterd. Oogschade is vaak blijvend, dus is het des te belangrijker dat we het risico hierop kunnen verkleinen. Zeker als de schade ontstaat door ons eigen toedoen tijdens een behandeling.’

Dit artikel is een publicatie van AMC Magazine.
© AMC Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 maart 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.