Je leest:

‘Nederlandse kinderen groeien harder‘

‘Nederlandse kinderen groeien harder‘

Auteur: | 29 mei 2008

Volgens de WHO groeien alle kinderen even snel, mits ze genoeg te eten krijgen. Nederlandse deskundigen blijven bij de eigen groeicurven.

Sinds april vorig jaar werkt de World Health Organization met nieuwe standaardgroeicurven, ‘voor alle kinderen wereldwijd, ongeacht etniciteit, sociaal-economische status of voeding.’

Nederlandse wetenschappers blijven op hun eigen groeistandaarden vertrouwen. Met de WHO-standaard zouden we bij Nederlandse kinderen groeiachterstanden te laat opsporen. Dit jaar nog starten de voorbereidingen voor de vijfde groeistudie, dat vanaf 2010 de ontwikkeling van de jeugd volgt.

‘Nederlandse kinderen groeien harder het wereldgemiddelde. Van het uitgangspunt dat mensen allemaal even lang worden als ze onder optimale omstandigheden opgroeien ben ik niet overtuigd. Het is ook een genetische kwestie.’ Dit vertelt groeicurve-expert Stef van Buuren, als hoofd van de statistiekafdeling van TNO nauw betrokken bij de Nederlandse groeistudies.

Nederlandse kinderen groeien harder dan het wereldgemiddelde.

‘Voor het eerste levensjaar is er weinig verschil. Maar uiteindelijk hebben we de langste populatie ter wereld waar groeicurven voor zijn gemaakt. Dat zie je ook al binnen de eerste vijf jaar.’ Volgens de WHO zijn jongens dan gemiddeld 110 centimeter lang, op de Nederlandse curve van 1997 is dat ruim drie centimeter meer. Op volwassenen leeftijd komt dat overeen met acht centimeter.

Overigens zijn kinderen van migranten beduidend korter. Van Buuren: ‘Turkse en Marokkaanse kinderen zijn zo’n tien centimeter korter. Die zullen ook steeds langer worden, maar voor de nieuwe groeicurven gaan we mogelijk toch een uitsplitsing naar achtergrond toepassen. Dat is natuurlijk vooral een politieke beslissing.’ Als in 2010 de resultaten bekend zijn, zal blijken of de Hollandse jeugd nog verder boven het wereldgemiddelde uitgroeit.

Groeicurven worden gebruikt om de lichamelijke ontwikkeling van kinderen in de gaten te houden. Op basis van de groeisnelheden van een controlegroep bepalen statistici de gemiddelde lengte van kinderen in de leeftijdscategorie. Tegenwoordig worden bovendien het gewicht en de body mass index (BMI) ook geregistreerd. Als een kind op het consultatiebureau boven of onder de normaalwaarde voor zijn leeftijd blijkt te zitten is dat een aanwijzing voor een groeistoornis. Per jaar worden op die manier ongeveer vijfduizend kinderen met een groeiachterstand gevonden, ofwel zo’n 2,5 procent van de jaarlijkse Nederlandse geboorten. Een vroege opsporing maakt betere behandeling van een groeiafwijking of de onderliggende ziekte mogelijk, waardoor het kind uiteindelijk een normalere lichaamslengte kan bereiken.

Met behulp van dergelijke groeicurven wordt de lichamelijke ontwikkeling van kinderen in kaart gebracht.

De WHO-curven beschrijven hoe kinderen tot vijf jaar onder optimale omstandigheden zouden moeten groeien. De onderzoekers verzamelden groeigegevens van kinderen uit Brazilië, Ghana, India, Noorwegen, Oman en de Verenigde Staten. Voorwaarde was dat de kinderen uit gezinnen met een hoge sociaal-economische status kwamen, en borstvoeding kregen. Hiermee probeerden de onderzoekers in alle landen kinderen te selecteren die niet door honger of gebrek in hun ontwikkeling geremd werden

Kinderen uit de geselecteerde welgestelde gezinnen blijken vrijwel even hard te groeien, ongeacht hun etniciteit en geografische achtergrond. De WHO-studie, gepubliceerd in Acta Paediatrica van april 2006, stelt dan ook dat het gerechtvaardigd is om alle gegevens te poolen tot een internationale groeistandaard. Als er geen honger, stress en gebrek aan zorg zou bestaan, zouden kinderen in China minstens tot hun vijfde even snel groeien als in Friesland.

Pygmee-kinderen

Of iedereen uiteindelijk ook dezelfde lengte zou bereiken durven de onderzoekers nog niet te zeggen, maar ze suggereren wel dat ook voor oudere kinderen de curven overeenkomen. De coördinator van de WHO-studie laat per e-mail weten dat Pygmee-kinderen tot tien jaar even hard groeien als andere kinderen, en dat de standaarden van nul tot vijf jaar dus ook op hen van toepassing zijn.

De standaard internationale groeicurve is volgens WHO ook heel goed bruikbaar voor pygmee kinderen. Zij groeien tot tien jaar namelijk even hard als andere kinderen.

De WHO wil de standaardcurven gebruiken om wereldwijd de ontwikkeling van kinderen te beoordelen, en zo mogelijk bij te sturen als dat nodig is. Volgens de WHO worden de curven nu al in verschillende landen gebruikt waar voorheen geen standaarden voorhanden waren. De organisatie ziet overigens ook toepassingen buiten ontwikkelingslanden: met de BMI-normen kan naast ondervoeding ook overgewicht worden opgespoord.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 mei 2008
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.