Je leest:

Nederlandse alg zorgt voor voedsel en biobrandstof

Nederlandse alg zorgt voor voedsel en biobrandstof

Auteur: | 23 juni 2009

Algen lijken niks bijzonders. Ze zijn hooguit irritant als ze teveel in je vijver groeien of het terras overwoekeren. Toch zijn algen de basis van al het andere leven.

Algen lijken niks bijzonders. Ze zijn hooguit irritant als ze teveel in je vijver groeien of het terras overwoekeren. Toch zijn algen de basis van al het andere leven. Ze zetten CO2 om in zuurstof en hebben daarmee de aarde leefbaar gemaakt voor complexer leven. Daarbij zijn ze uitermate geschikt als bron voor voeding, vitamines en energie (biobrandstof). Nederland voert de ontwikkeling aan.

Werry Crone

Schepping

Ingrepro BV in Borculo (Gld) probeert als eerste Nederlandse bedrijf een deel van de schepping te herhalen. Het bedrijf produceert groene, eencellige plantjes die lang geleden de aarde leefbaar maakten door CO2 om te zetten in zuurstof. Ingrepro wil met algen CO2 omzetten in voedsel en biodiesel. Met 7000 vierkante meter vijveroppervlak (binnenkort 13.000) is de productie nog bescheiden, maar de ambities zijn groot. Ambities die worden gevoed door de bijzondere eigenschappen van de gekweekte algensoort, Chlorella.

Ontdekt in 1890 door de Nederlandse microbioloog Beyerinck staat de alg Chlorella bekend om zijn hoge productiviteit. Met dertig tot veertig ton droge stof per hectare is de opbrengst hoger dan van welk landbouwgewas ook. Bovendien bevat het plantje veel eiwitten, vrijwel het hele alfabet aan vitaminen, sporenelementen en circa veertig procent olie. Met gezonde omega-3 vetzuren. Chlorella is dan ook zeer populair in het alternatieve voedingscircuit.

Biodiesel

Algen lenen zich echter voor meer dan alleen gezonde voeding. Ze bieden een cascade aan mogelijke toepassingen, uiteenlopend van grondstof voor medicijnen tot biobrandstof. Ingrepro is zojuist begonnen met een proef om biodiesel uit algen te halen. Een hectare groene algen zet, afhankelijk van de soort, jaarlijks ruim honderd ton CO2 om in vijftien tot twintig ton biodiesel. Als je het Nederlandse dieselwagenpark op koolzaadolie wilt laten rijden dan heb je 4 miljoen hectare landbouwgrond met koolzaad nodig. Nederland heeft op dit moment in totaal 2,3 miljoen hectare landbouwgrond. Met algenteelt is Nederland in theorie wel in staat om in haar eigen dieselbehoefte te voorzien. Ir. Carel Callenbach, directeur van Ingrepro zegt in Trouw: “De teelt van algen voor biodiesel kan alleen maar uit als je de andere stoffen in algen tot waarde weten te brengen.” De afgelopen twee jaar is daar hard aan gewerkt. Ingrepro produceert ingrediënten voor honden- en paardenvoer op basis van algen. Ook werd een schimmelwerend middel voor golfbanen ontwikkeld. Algen blijken ook zeer geschikt als visvoer. Callenbach: “Naarmate de oceanen leger worden, wordt het kweken van vis belangrijker. Nu wordt vooral vismeel gebruikt, maar met algen kan het ook. We leveren bijvoorbeeld algenpoeder aan kwekers van zeebaars en zeebrasem in Griekenland.” Algen kunnen zo een bijdrage leveren aan bestrijding van het overbevissingsprobleem. Nu wordt nog twee kilo vismeel van wilde vis gebruik om één kilo aquacultuur vis te kweken. Een hopeloos inefficient proces.

Groene vla wordt dikke pasta

De algen in Borculo groeien in een waterdiepte van een halve meter. Een schoepenrad zorgt voor circulatie, zodat de algen voldoende licht vangen. Het water wordt verrijkt met CO2 afkomstig van de drogerij. De algen worden continu geoogst via een draaiende trommelzeef. Dan worden ze gecentrifugeerd tot een ’groene vla’ en gedroogd tot een dikke pasta of poeder die gebruikt wordt als voer, of als grondstof voor medicijnen, kleurstoffen, bestrijdingsmiddelen, voedingssupplementen en olie.

De algen worden continu geoogst via een draaiende trommelzeef. Dan worden ze gecentrifugeerd tot een groene vla

Innovatieve kweekmethode

LGem in Voorhout heeft gekozen voor een andere algensoort en een eigen innovatieve kweekmethode ontwikkeld. Hierbij worden de algen niet in open water gekweekt maar in buizen. De algen van LGem worden gekweekt in het kassencomplex van Technogrow bij het Brabantse Made, in een door zonlicht gevoed gesloten systeem. De belangrijkste marken voor LGem zijn visvoer en voedingssuplementen voor mensen. Het gesloten systeem van LGem geeft ze de mogelijkeheid een hoge opbrengst met een hoge kwaliteit te verenigen. In 2006 heeft LGem de derde plaats behaald bij de Rabobank Herman Wijffels Innovatieprijs met het algenkweeksysteem.

Eugene Roebroeck over LGem

Eugène Roebroeck, directeur Lgem: “Ons systeem is energie‑ en kostenefficiënter dan welk ander systeem ter wereld. Theoretisch kunnen algen 20 procent van het zonlicht omzetten in chemische energie. In vijvers worden rendementen gehaald van 2 procent. Ons systeem haalt meer dan 10 procent. Dat is ruim vier keer zo veel en dus een grote stap voorwaarts in de teelt van algen. Ons proces legt zelfs netto CO2 vast, terwijl alle andere bestaande systemen CO2 produceren.”

Voedingssupplementen

Toch is bioenergie nog geen primaire doelstelling van LGem. “Voor de productie van biodiesel is een andere schaalgrootte nodig. We willen onze techniek verder ontwikkelen met de productie van voedingssuplementen en visvoer. De vraag naar die producten is hoog,” aldus Roebroeck. LGem heeft recent een overeenkomst afgesloten met een Noord Amerikaanse distributeur voor voedingssuplementen.

Voor varkens en kippen zouden algen eveneens een prima voedingsbron kunnen zijn. Ware het niet dat de fabrikanten van veevoer er nog niet aan willen. Callenbach: „Het merkwaardige feit doet zich voor dat algen zonder bezwaar door mensen gegeten kunnen worden, maar dat ze niet gebruikt mogen worden in veevoer. Louter en alleen omdat ze niet worden genoemd in de lijst met toegestane ingrediënten.”

Minder kieskeurig

Ingrepro is minder kieskeurig. Net als andere planten hebben ook algen voedingsstoffen nodig. Tot nu toe gebruikt het bedrijf kunstmest, maar binnenkort start een proef met varkensmest. Callenbach: „Het kan een mooie kringloop worden: mest voor algen die vervolgens weer worden gebruikt als veevoer.”

Dit artikel is een publicatie van SYNC.
© SYNC, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 juni 2009
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.