Je leest:

Nederlands in Japan: brug naar het westen

Nederlands in Japan: brug naar het westen

Tussen 1641 en 1853 onderhielden Nederland en Japan een unieke handelsrelatie. In die periode was het Nederlands de enige westerse taal die Japanners mochten leren. De Nederlandse taal sloeg daarmee een brug naar het westen. Japanoloog Henk de Groot schreef een proefschrift over het Nederlands in Japan.

Hoewel het Nederlands tussen 1641 en 1853 de enige westerse taal was die Japanners mochten leren, spraken ze de taal vaak zo slecht dat de Nederlanders hen niet verstonden. Dat concludeert de uit Nederland afkomstige Nieuw-Zeelandse japanoloog Henk de Groot, die deze week promoveerde op een proefschrift over dit onderwerp aan de Universiteit van Canterbury in Christchurch.

Unieke verhouding

In de eerste helft van de zeventiende eeuw verbraken de Japanse autoriteiten alle contacten met de Portugezen, omdat ze hen ervan verdachten door kolonialisme en bekeringsijver te worden gedreven. De Nederlanders overtuigden de Japanse autoriteiten ervan dat ze uitsluitend geïnteresseerd waren in handelscontacten, en mochten als enige westerse mogendheid een beperkte handelsmissie openen. De unieke verhouding zou ruim tweehonderd jaar blijven bestaan.

Een deel van een Japanse vertaling van een Nederlands schoolboekje, Grammatica geheten, dat in 1822 is uitgegeven door de Maatschappij tot nut van ’t algemeen. De datering wordt geschat op 1854-1855. (bron: Henk de Groot)

Vertaalfouten

Alle tolken en vertalers werden in die tijd opgeleid door een gilde dat bestuurd werd door de Japanse overheid. Uit in de archieven gevonden studiemateriaal concludeert De Groot dat de kwaliteit van die opleiding laag was. De meeste tolken kwamen zelden in contact met Nederlanders, en het cursusmateriaal was soms gebaseerd op Nederlandse boeken van honderden jaren eerder. Het gilde ontwikkelde zich bovendien snel tot een bureaucratische organisatie waarvan de belangrijkste doelstelling was om zichzelf in stand te houden. Omdat het een monopolie had op de kennis van het Nederlands, was het nauwelijks te controleren.

Japanse Neerlandistiek

Wel groeide onder Japanse geleerden in de loop der tijd de belangstelling voor de taal. Van bijvoorbeeld de westerse natuurwetenschap kon immers alleen via Nederlandse boeken kennis worden genomen. Zo verwierf Genpaku Sugita (1733-1817) roem met een vertaling van een anatomische atlas, nadat hij ontdekt had dat de westerse anatomie verder gevorderd was dan de Chinese. Sindsdien wordt Sugita wel beschouwd als de vader van de Japanse neerlandistiek. Volgens De Groot is deze reputatie echter niet gebaseerd op de kwaliteit van zijn werk, want dat was door de vele fouten nagenoeg onbruikbaar. Belangrijker voor Sugita’s faam waren de welsprekende jammerklachten die hij in later werk uitsprak over hoeveel hersenbreken zijn vertaalwerk hem had gekost.

Genpaku Sugita (1733-1817) wordt wel beschouwd als de vader van de Japanse neerlandistiek.

In de mode..

De studie van het Nederlands kwam in een stroomversnelling toen de Japanse geleerde en voormalig tolk Tadao Shizuki (1760-1806) een honderd jaar oude Nederlandse grammatica vond, de Nederduytsche Spraakkonst van William Séwel. Hoewel Séwels inzichten in Nederland inmiddels als achterhaald werden beschouwd, gaven ze Shizuki een sleutel tot de verschillen tussen de twee talen. In diezelfde tijd raakte het onder Japanse intellectuelen in de mode om Nederlandse woorden en uitdrukkingen te gebruiken, ook als men die niet precies begreep.

…uit de mode

Vijftig jaar later verdween de studie van het Nederlands binnen korte tijd weer uit de gratie, omdat Japan zich open stelde voor de rest van de wereld. Tot hun verbijstering ontdekten Japanse geleerden dat het Nederlands helemaal niet zo’n belangrijke wereldtaal was als ze hadden gedacht, en snel wierpen ze zich op het Engels en andere westerse talen. Hoewel het Japans nog steeds leenwoorden uit het Nederlands kent – pinsetto voor ‘pincet’ en orugoru voor ‘orgel’ bijvoorbeeld – is de uiteindelijke invloed van het Nederlands op het Japans, ondanks tweehonderd jaar exclusief contact, beperkt gebleven.

Dit artikel verscheen op 3 mei 2007 in NRC Handelsblad en op 4 mei 2007 in NRC.Next.

Dit artikel is een publicatie van Marc van Oostendorp.
© Marc van Oostendorp, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE