Je leest:

Nederlands en Fries in één virtueel taalinstituut

Nederlands en Fries in één virtueel taalinstituut

Auteur: | 15 juni 2010

Een virtueel taalinstituut, waarin je alles kunt opzoeken wat je maar wilt weten over het Nederlands en het Fries. Tot nu toe leek dit een illusie, maar binnen een paar jaar gaat het er komen. NWO – de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek – pompt ruim 1.7 miljoen euro in het zogenoemde Taalportaal.

Het Nederlands is een van de best bestudeerde talen binnen de huidige taalwetenschap. Toch bestond er nog geen volledige en wetenschappelijk gefundeerde beschrijving van de grammatica van het Nederlands. Daar gaat nu verandering in komen: ruim 1.7 miljoen euro geeft NWO uit aan het opzetten van een virtueel taalinstituut. In een wikipedia-achtige omgeving zullen zowel de woordstructuur, de klankstructuur als de zinsstructuur van het Nederlands en het Fries worden beschreven. Voor een groot deel is het materiaal al voorhanden, het dient het alleen nog gedigitaliseerd, gepopulariseerd en samengebracht te worden in een digitale omgeving.

Variatie in het Nederlands

Hans Bennis is directeur van het Meertens Instituut

Het Meertens Instituut is hoofdaanvrager van het Taalportaal. Dat instituut hield zich tot nu toe alleen bezig met onderzoek naar dialecten. Slaat het instituut hiermee een nieuwe koers in? Directeur Hans Bennis geeft toe dat er een verschuiving is waar te nemen, maar dan met name in het Standaardnederlands: “De bandbreedte van de standaardtaal is enorm toegenomen. Dat is toe te schrijven aan een tolerantere samenleving: moest je vroeger nog met een stropdas om op een sollicitatiegesprek verschijnen, nu kan het ook zonder. In het taalgebruik is men toleranter in het opnemen van allerlei varianten in de standaardtaal. Juist die variatie vind ik als taalonderzoeker interessant.”

Bij het Taalportaal is een groot aantal instituten betrokken: de Universiteit van Amsterdam, de Universiteit Utrecht, de Radboud Universiteit Nijmegen, de Universiteit Leiden, het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, het Meertens Instituut en de Fryske Akademy. Dat laatste instituut zal verantwoordelijk zijn voor de beschrijving van het Fries. Tot nu toe ontbreken nog het Vlaams-Nederlands en het Surinaams-Nederlands, maar: “Wellicht schuiven de zuiderburen en overzeese buren in de toekomst ook aan”, aldus Bennis. Het Taalportaal dient vooral het gemak van de taalkundige. In een mum van tijd weet hij straks wat er in het verleden onderzocht is over het onderwerp waarin hij geïnteresseerd is. Daarvoor heeft hij zelfs geen Google meer nodig.

Beschrijvend normatief

Maar behalve voor onderzoekers is het Taalportaal ook van groot belang voor mensen die op een praktische manier bezig zijn met taal. Zoals docenten die de Nederlandse taal onderwijzen aan anderstaligen. Om aan die groep tegemoet te komen, worden in het Taalportaal ook de grammaticale normen aangegeven. Bennis: “Wetenschappelijk gezien zijn taalnormen totaal niet interessant. Ik ben ook helemaal niet per se voor normen op het gebied van de grammatica. Maar wanneer je een grammatica schrijft voor het grote publiek kun je er niet omheen. Hoe kunnen docenten het Nederlands onderwijzen als er geen regels zijn? En als die regels er toch moeten komen, waarom zouden wij taalwetenschappers die dan niet formuleren? We doen dat liever zelf dan dat we dat aan de politici overlaten.”

“Op deze manier hopen we bovendien een grote groep mensen bekend te maken met een aantal taalkundige basisprincipes. Zoals het feit dat taal continu verandert. Niet lang geleden zei iedereen ‘jij kunt’, terwijl dat nu wat oubollig klinkt: de meesten zeggen ‘jij kan’. Zo ver is het nog niet met ‘hij heb’, hoewel ook deze vorm al aardig ingeburgerd raakt. Taalkundig gezien zijn dit twee dezelfde ontwikkelingen: in beide gevallen verliest het werkwoord zijn uitgang. De dynamiek van taal moet ook zijn weerslag vinden in de taalnorm. Deze moet steeds weer worden aangepast aan de actuele stand van zaken. Net zoals de Nederlandse woordenboeken jaarlijks worden vernieuwd, zo zal ook het Taalportaal steeds weer aangepast moeten worden. We zijn beschrijvend normatief: we beschrijven de norm zoals die nu is in de samenleving. Daarom hebben we ook voor een digitaal portaal gekozen.”

Maar wie bepaalt nu eigenlijk wat standaardtaal is en wat niet? De koningin in ieder geval niet, die spreekt eerder bekakt Nederlands. Bennis: “Voor de meeste Nederlanders benadert de taal van de nieuwslezer nog steeds het best de standaardtaal. Die houden wij dus ook aan als de norm.”

Lees meer op Kennislink

Over de taal van de koningin Hoe kleurlozer het ABN, hoe mooier Over de status van het Fries Het Fries als taalfamilie

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 juni 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.