Je leest:

Nederlands als vreemde taal

Nederlands als vreemde taal

Auteur: | 28 september 2006

Turken en Marokkanen die Nederlands leren hebben nogal eens moeite met de Nederlandse zinsbouw. Dat komt omdat die in hun moedertaal weer heel anders is. Aan de fouten die beginnende leerders maken kun je nauwkeurig opmaken of het een moedertaalspreker van het Turks of Marokkaans betreft, als je tenminste kennis hebt van die talen.

On-Nederlands Nederlands van Turken

Net zoals wij veel on-Frans Frans produceren, gebruiken kinderen en volwassenen die hier Nederlands leren, veel on-Nederlands Nederlands, ondanks het feit dat ze wel ‘ondergedompeld’ worden in onze taal.

Waarom is de volgende constructie geen Nederlands volgens jou? hullie papa van kleren

Je zult waarschijnlijk zelfs moeite hebben om te begrijpen wat deze woorden betekenen. Maar met het plaatje en het verhaaltje erbij, dat deze 9-jarige leerling ook zag, kom je er wel achter.

De sneeuwman

Small

Dit is een plaatje uit het beeldverhaal over een jongetje dat een sneeuwman had gemaakt. Hij was zo trots op zijn kunstwerk dat hij er ’s nachts niet van kon slapen. Een paar keer kwam hij uit zijn bed om te zien of de sneeuwman er nog stond. Toen besloot hij naar beneden te gaan en de sneeuwman binnen te vragen. Dat lukte. De sneeuwman was enthousiast. Hij had nog nooit de wonderen van de techniek gezien. Hij wilde de verwarming voelen en het gasfornuis uitproberen. Uiterst gevaarlijke zaken voor een smeltbare sneeuwman. Tenslotte wilde hij ook wel de ouders van het jongetje zien. Die lagen rustig in bed, maar hun kleren lagen over de stoel. Even proberen dus!

Nu weet je wat die leerling met zijn uitspraak bedoelde, namelijk ‘de kleren van de vader van het jongetje’. De vraag is alleen waarom het kind het zei zoals hij het zei. Deze leerling was Turks en bij veel Turkse leerders van het Nederlands vinden we zulke soort woordgroepen. Hier volgt een heel rijtje.

van achter de bezitter: die jongens van vader – ‘de vader van die jongen’ – Abdullah (19 jaar) examen van tolk – ‘de tolk op het examen’ – Ergün (19 jaar) de auto van de lichten – ‘de lichten van de auto’ – kind (9 jaar) van voor de bezitter: van Ergün auto – ‘de auto van Ergün’ – Abdullah (19 jaar) de van de politieagent hoofd – ‘het hoofd van de politieagent’ – Abdullah (19 jaar) van Zorro van Turks film – ‘de Turkse film over Zorro’ – kind (8 jaar)

Weet je nu hoe de grammaticale constructie in elkaar zit? Kijk eerst even waar de bezitter staat ten opzichte van wat hij bezit. Je zou kunnen zeggen dat de jongen de eigenaar is van de vader, het is immers zíjn vader. Net zoals de auto de bezitter is van de lichten en Ergün de bezitter van de auto.

In het Turks komt de bezitter altijd vooraan te staan en het bezit erachter. De bezitter krijgt de genitief naamval en het bezit krijgt ook een achtervoegsel (suffix). Het suffix (-si) wijst erop dat er een bezitter moet zijn en de genitief uitgang (-nin) wijst erop dat er een bezit moet zijn. Dat is te zien in het volgende schema.

Voor Turken is de genitief naamval een belangrijk kenmerk van een bezitsconstructie. Ze begrijpen eigenlijk niet veel van de Nederlandse constructie: de auto van Ayse. Ze denken dat van bezit uitdrukt. Dat is ook zo, maar van is geen genitief naamval. Turkse leerders denken vaak van wel en plaatsen van als een genitief naamval achter de bezitter. Kijk maar hieronder. onze-van broer – ‘onze broer’ die-van auto – ‘zijn auto’ die jongens-van vader – ‘de jongen z’n vader/ de vader van de jongen’

Als ze vervolgens in de gaten krijgen dat van in het Nederlands toch anders wordt gebruikt, namelijk vóór de bezitter, gaan ze dat ook doen, maar verder houden ze de Turkse volgorde aan. Het wordt dan: van Ergün auto van Hendry z’n foto van Ömers huis

Maar ja, in het Turks worden zowel bezit als bezitter van een suffix voorzien, dus misschien moet dat dan in het Nederlands ook wel. Dus dan maar twee keer van of twee keer z’n. Dat zal niet zo bewust gaan in het hoofd van een tweede-taalleerder, maar meer een beetje per ongeluk.

van Zorro van Turks film z’n jongen z’n tekening

Nu nog even terug naar de constructie “hullie papa van kleren”. Dit is dus eigenlijk: hullie papa-van kleren en draagt kenmerken van een Turkse bezitsconstructie. Het is een Nederlandse woordgroep in een Turks jasje. De fout is typerend voor een Turkse leerder.

On-Nederlands Nederlands van Marokkanen

Het is absoluut een fabeltje dat het Nederlands van Turken en Marokkanen veel op elkaar lijkt. Natuurlijk zijn er fases in het leerproces waarin de fouten op elkaar lijken maar er zijn veel verschillen die in het begin al heel duidelijk naar voren komen. In de eerste plaats strooien Marokkaanse leerders van het Nederlands het woordje van niet rond op onverwachte plaatsen. Zij hebben in hun eigen taal ook de constructie de auto van Mohamed en die lijkt als twee druppels water op het Nederlands. Eerst komt er een korte fase waarin ze het woordje van nog niet gebruiken: klas Pascal – ‘de klas van Pascal’ zus ik – ‘de zus van mij’ een vriend mij – ‘een vriend van mij’

Daarna gebruiken Marokkanen bijna uitsluitend de constructie met van, net als volleerde Nederlanders, maar ze mijden de constructie met z’n en d’r, omdat ze die nog helemaal niet doorzien.

Small

baas van die – ‘de baas van hem/ zijn baas’ Er komen ook bezitsconstructies voor waarbij de bezitter twee keer wordt uitgedrukt, zoals hier: haar vader van Touria – ’Touria’s vader’ mij Nederlands vriend van mij – ‘mijn Nederlandse vriendje’ hem vriend van hem – ‘zijn vriend’

Die manier van uitdrukken kom je wel tegen in het Marokkaans Arabisch als je de bezitter wilt benadrukken. Maar in het Nederlands hoort deze constructie niet thuis.

Turken en Marokkanen vergeleken

Om het verschil tussen Turkse en Marokkaanse leerders nog eens goed te laten blijken, volgt hier een voorbeeld van een experiment. De vraag was de zin af te maken door enkele blokjes naar de stippellijn te slepen.

Als Nederlandse moedertaalspreker kunnen we alleen maken: Dat is z’n auto of Dat is Hassan z’n auto en er blijven dus een of twee blokjes ongebruikt. De (beginnende) Turkse en Marokkaanse leerders van het Nederlands lossen dat anders op, zoals je hieronder ziet.

Hierboven kun je zien dat Turken het leren van de bezitsconstructie anders aanpakken. De eerste keer deed de vijfde Turkse deelnemer het goed (“Hassan z’n auto”), maar waarschijnlijk was dat per ongeluk, want 6 maanden later maakte zij: “Hassan van auto”. Als je vergelijkt wat de Turkse deelnemers construeren in de eerste kolom en in de tweede kolom (6 maanden later), zie je dat vier Turken in tweede instantie “auto van Hassan” maken. Dat is een vooruitgang omdat ze dan iets construeren dat verder van hun eerste taal afstaat en dat vaker gebruikt wordt in het Nederlands.

Small

De Marokkaanse deelnemers zijn unaniem in hun oplossing van de opgave. Zij maken de zin “Dat is auto van Hassan”. Dat is precies de manier waarop ze het in hun moedertaal zouden zeggen. Dat er geen lidwoord voor auto staat en dat de constructie daarom niet goed is, merken ze niet op omdat er bij beginners niet voldoende aandacht is voor het waarnemen van kleine grammaticale elementen met weinig betekeniswaarde.

Kortom:

•Het Nederlands van Turkse en Marokkaanse leerders verschilt van elkaar. •Beginnende leerders volgen het patroon van hun moedertaal.

Ook bij gevorderde en vergevorderde leerders is er nog invloed vanuit de moedertaal. Die invloed is alleen wat subtieler, maar anderstalige leerlingen op hbo-niveau maken nog wel zo’n zin:

Sommige cursisten hoopten dat Nederlands kan hun arbeidskans vergroten.

Een Australiër die al 38 jaar in Nederland woont en wiens vrouw, kinderen en kleinkinderen Nederlands spreken, kon de fout in bovenstaande zin niet ontdekken. Toch grappig dat veel mensen nooit meer los kunnen komen van wat hun moedertaal hen dicteert.

OPDRACHTEN

Dit artikel maakt deel uit van Dat is andere taal! Een leergang Taalwetenschap voor bovenbouw VWO, samengesteld en bewerkt door Helen de Hoop, Nijmegen 2005. Taalwetenschap – Radboud Universiteit Nijmegen

Dat is andere taal!

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 september 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.