Je leest:

Nederland na Fortuyn: de politiek polariseert, de samenleving niet

Nederland na Fortuyn: de politiek polariseert, de samenleving niet

Auteur: | 25 augustus 2008

Na de opkomst van Fortuyn leek het hek van de dam: samenleving en politiek kwamen steeds meer lijnrecht tegenover elkaar te staan. Journalisten en opinieleiders spraken van polarisatie. Maar is er eigenlijk wel sprake van toenemende polarisatie rondom etnische integratie? Uit politicologisch onderzoek blijkt dat de politiek van 2000 tot 2003 inderdaad sterk polariseerde, maar dat deze in 2005 en 2006 terugviel tot onder het niveau van 1994. Van een toenemende polarisatie in de samenleving is geen sprake.

De nieuwe politiek van polarisatie?

Met de opkomst van Pim Fortuyn veranderde het politieke klimaat in Nederland drastisch. Dankzij Fortuyn laaide het publieke debat over integratie en immigratie hoog op. Dat debat was in gang gezet met de publicatie van ‘Het multiculturele drama’ van Paul Scheffer in 2000 en met de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Belangrijke onderwerpen van debat waren of Nederland `vol` was en de grenzen wel of niet dicht moesten; of buitenlanders een bedreiging waren voor de Nederlandse cultuur óf juist een verrijking en of hoofddoekjes wel of niet gedragen mogen worden.

De 8 stabiele regeringsjaren onder Paars werden in 2002 verruild voor een nieuwe politiek, met ‘multiculturalisme’ als prominent campagne onderwerp. De opkomst van Fortuyn, en de moord op Fortuyn een paar dagen voor de verkiezingen, zorgden voor grote veranderingen. De coalitiepartijen van Paars verloren 20% van hun zetels in het parlement, terwijl de LPF 17 % aan zetels won. Dit nieuwe kabinet met de LPF hield echter niet lang stand. Na 86 dagen viel het kabinet en zijn er nieuwe verkiezingen gehouden. Drie jaar later viel ook dit kabinet. In 2006 mochten kiezers, opnieuw te vroeg, naar de stembus.

Belangrijke Gebeurtenissen

Gebeurtenissen zoals de aanslagen van 11 september, de opkomst van Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh, worden vaak focusing events genoemd. Het gaat daarbij om ingrijpende, plotselinge gebeurtenissen die het debat over een onderwerp sterk aanwakkeren. De afgelopen jaren zagen we een scala aan focusing events voorbij komen. Samen met de turbulente jaren van aanhoudende sociale en politieke integratiediscussies en de instabiliteit van de regeringen, leidde dit ertoe dat opinieleiders spraken van een toenemende polarisatie van de samenleving en de politiek. Zij wezen op ‘de nieuwe politiek van polarisatie’.

De vraag is nu: is er inderdaad sprake van een toenemende polarisatie? Zijn de polarisatietrends in de Nederlandse politiek en samenleving vergelijkbaar? En zien we een verband tussen de focusing events en de trends in politieke en sociale polarisatie?

V.l.n.r. Imam weigert hand Verdonk, brandstichting moslim scholen, Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Mohammed B.

Wat is polarisatie?

Polarisatie verwijst naar een type conflict waarbij twee of meer partijen lijnrecht tegenover elkaar staan. Een belangrijk kenmerk van polarisatie is dat tussen de groepen een hoge heterogeniteit bestaat, terwijl binnen de groepen een hoge homogeniteit bestaat. Dit betekent bij een hoge politieke polarisatie dat politieke partijen in te delen zijn in een rechtse groep en een linkse groep. De standpunten tussen links en rechts onderling verschillen sterk, maar binnen de groep delen de groepsleden één en hetzelfde standpunt. Een hoge sociale polarisatie verwijst naar een samenleving waarin zich twee groepen vormen met sterk verschillende ideeën, maar waar binnen die groepen grote overeenstemming is. Sociale polarisatie is in het dagelijks leven op kleinere schaal veel te vinden. Denk maar aan een familiefeestje waarop er een discussie ontstaat over hoofddoekjes. Terwijl de ene oom en tante hoofddoekjes willen verbieden, vinden de andere oom en tante juist dat iedereen zelf mag kiezen of zij een hoofddoekje draagt. De twee kampen komen lijnrecht tegenover elkaar te staan, waardoor overeenstemming moeilijk wordt bereikt.

Figuur 1. Figuur 1(b) laat een hoge mate van polarisatie zien. De linker- en rechtergroep in figuur 1(b) staan ver van elkaar af op de antwoordschaal (heterogeniteit), maar binnen de groepen wordt één standpunt gedeeld (homogeniteit) . Figuur 1(a) geeft een conflict aan waarbij een lage mate van polarisatie is. Immers, de groepen zijn verdeeld over de hele antwoordschaal.

Polarisatie in Nederland na Fortuyn

In dit onderzoek is gekeken naar politieke en sociale standpunten in het integratiedebat. Om de standpunten van de politieke partijen te onderzoeken zijn de partijprogramma`s van alle Nederlandse politieke partijen geanalyseerd. De standpunten van de Nederlandse burger zijn onderzocht door gebruik te maken van gegevens van het Nederlandse Kiezers Onderzoek (NKO), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Deze onderzoeksinstituten hebben de meningen van Nederlanders over etnische integratie vanaf 1994 tot 2006 onderzocht.

Uit de verzamelde gegevens blijkt dat in het belangrijkste integratiedebat de volgende extreme standpunten centraal staan: (I) immigranten mogen hun eigen cultuur behouden, tegenover (II) immigranten moeten zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Een versimpelde weergave van polarisatie is weergegeven in figuur 1. In figuur 1 is een horizontale lijn te zien. Deze lijn is te vergelijken met een antwoordschaal, waarbij elke positie correspondeert met een antwoord en dus met een standpunt op de antwoordschaal. De verticale balken zijn een indicatie van de grootte van de groep mensen (politieke partijen of burgers) die een bepaald standpunt delen. Een voorbeeld: de meest linkse balk geeft het eerste standpunt aan, namelijk dat immigranten hun eigen cultuur mogen behouden. De meest rechtse balk is een indicatie voor de groep mensen die het tweede standpunt delen. De balkjes tussen de twee extreme balken geven een meer gematigd standpunt aan.

Moeten immigranten zich volledig aanpassen aan de Nederlandse cultuur?

Een verschil tussen polarisatie in de samenleving en in de politiek

Trends in sociale en politieke polarisatie in Nederland verschillen sterk van elkaar, zo blijkt uit het onderzoek. Figuur 2 laat zien dat de politieke polarisatie in Nederland sterk fluctueert tussen 1994 en 2006. Tussen 1994 en 2003 neemt de politieke polarisatie aanzienlijk toe. De sociale polarisatie is echter redelijk stabiel tussen 1994 en 2006. De sociale polarisatie daalt zelfs licht tussen 1994 en 2003. Ook is zichtbaar dat na 2003 de politieke polarisatie sterk daalt, terwijl de sociale polarisatie licht toeneemt. Het is hierbij belangrijk om op te merken dat een stabiele sociale polarisatie niet betekent dat de meningen van burgers precies hetzelfde blijven. Een stabiele polarisatie geeft alleen aan dat de meningen niet polariseren. Het kan dus zo zijn dat elke burger iets minder tolerant is geworden tegenover buitenlanders, maar doordat elke burger iets verschuift op de antwoordschaal heeft dit geen gevolgen voor de polarisatie in de samenleving.

Figuur 2. De trends in sociale en politieke polarisatie in Nederland op het gebied van etnische integratie 1994-2006.

Politiek debat gefocused op events

Opmerkelijk is de overeenkomst tussen de pieken in politieke polarisatie en de focusing events. De focusing events zijn in figuur 2 weergegeven in het tekstvak en de pijlen geven aan wanneer de ingrijpende gebeurtenis plaatsvond. Vlak na de publicatie van het spraakmakende essay ‘Het multiculturele drama’ door Paul Scheffer en de opkomst van Fortuyn in 2000 zien we een sterke piek in de politieke polarisatie. Na 2000 neemt politieke polarisatie weliswaar af, maar deze blijft boven het niveau van 1994. In 2003, na de publicatie van het rapport van de commissie Blok met daarin een negatief oordeel over het Nederlandse integratiebeleid, vertoont de politieke polarisatie weer een piek. De commissie Blok onderzocht in opdracht van de Tweede Kamer het integratiebeleid van de afgelopen dertig jaar. De gegevens bevestigen het bestaan van een ‘politiek van polarisatie’ tussen 2000 en 2003. Na de moord op Van Gogh is de politieke polarisatie vrij laag, maar nog steeds boven het niveau van 1994. Pas in 2006 is de politieke polarisatie wat betreft integratie gedaald tot onder het niveau van 1994.

De polarisatie in de samenleving lijkt minder gevoelig voor de verschillende gebeurtenissen. In 2000 zien we weliswaar een toename in sociale polarisatie, maar deze toename is minimaal en vergelijkbaar met de waarde in 1994. Na de moord op Van Gogh is opnieuw een verhoging zichtbaar, maar weer komt de polarisatie niet boven het niveau van 1994 uit. In 2006 is de sociale polarisatie weer licht gedaald.

Als er een belangrijke gebeurtenis plaatsvindt, zoals bijvoorbeeld de moord op Theo van Gogh, dan nemen de verschillen tussen groepen juist af.

Hoe zijn de verschillen in sociale en politieke polarisatie te verklaren?

De uiteenlopende trends in sociale en politieke polarisatie kunnen worden verklaard door de verschillende effecten van focusing events op de samenleving en op de politiek. Het resultaat dat focusing events politieke polarisatie vergroten is niet onverwacht. Diverse politicologen hebben in eerdere onderzoeken aangetoond dat focusing events voor een toename in de heterogeniteit tussen partijen kan zorgen. Deze toename in heterogeniteit zorgt voor een hogere politieke polarisatie. Dit verklaart waarom de politieke polarisatie met name tussen 2000 en 2003 enorm toeneemt. Nadat er minder focusing events plaatsvinden daalt ook de politieke polarisatie.

Het effect van focusing events op sociale polarisatie lijkt echter via een ander proces te verlopen. Als er een belangrijke gebeurtenis plaatsvindt, zoals bijvoorbeeld de aanslagen van 11 september, dan neemt de heterogeniteit tussen groepen juist af. Veel mensen willen na een vervelende gebeurtenis een verandering van het huidige beleid, bijvoorbeeld om te voorkomen dat er nog een keer een aanslag wordt gepleegd. Doordat minder mensen zullen instemmen met het huidige beleid en dus verschuiven naar een positie dichterbij de andere groepen, neemt de polarisatie in de samenleving af. In figuur 2 is dit ook terug te zien. Tijdens de focusing events tussen 2000 en 2003 neemt de sociale polarisatie af, terwijl de sociale polarisatie na 2004 weer iets toeneemt. Het kan dus best zo zijn dat de meeste Nederlanders sinds 2000 negatiever zijn gaan denken over immigratie. Maar wie stelt dat de Nederlandse samenleving is gepolariseerd, heeft het mis.

Annemarije Oosterwaal studeerde sociologie aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is gebaseerd op haar scriptie_’Political polarization on ethnic integration policy in the Netherlands: Culture war in a multiparty democracy?’ . Voor deze scriptie ontving zij recent de Daniël Heinsiusprijs voor de beste scriptie van de Nederlandse Kring voor de Wetenschap der Politiek (NKWP) en de Peter G. Swanbornprijs voor de beste scriptie van de Sociale Faculteit aan de Universiteit Utrecht. Oosterwaal is nu promovenda aan de Universiteit Utrecht._

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 augustus 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.