Je leest:

Nederland gebukt onder India?

Nederland gebukt onder India?

Auteur: | 17 februari 2008

Een slapende reus wordt wakker. Sinds het begin van deze eeuw is India explosief aan het groeien en dat op meerdere gebieden. Niet alleen wordt verwacht dat de bevolking in 2025 even groot is als die van China, ook de economie groeit enorm hard. De groei van India zorgt ervoor dat de verhoudingen in de wereldeconomie ook flink veranderen, niet in de laatste plaats omdat China in een razend tempo meegroeit. Wat is nu eigenlijk deze groei en wat voor gevolgen heeft deze voor Nederland?

India kent al jarenlang een gigantische economische groei. Sinds 1980 is het inkomen per hoofd van de bevolking verdrievoudigd en de armoede zelfs gehalveerd. Waar komt deze groei vandaan? Aanvankelijk kende de Indiase economie een socialistische planeconomie, maar na een economische crisis in 1990/1991 was de maat vol. De betalingsbalanscrisis baande het pad vrij voor een grootschalig hervormingsprogramma, opgesteld met hulp van het IMF (Internationaal Monetair Fonds).

…Aanvankelijk kende de Indiase economie een socialistische planeconomie, maar na een economische crisis in 1990/1991 was de maat vol…

Glasnost en perestrojka op zijn Indisch, openheid en hervormingen. Zo was de zware industrie een staatsmonopolie, maar is deze nu verregaand geliberaliseerd en opengesteld aan de marktwerking. Vraag en aanbod bepalen de prijs en bedrijven hebben een prikkel om te investeren en presteren, omdat ze anders niet overleven. Dit geeft de economie een sterke boost, en leidt tot de broodnodige moderniseringen. Een andere ingrijpende verandering is het in grote mate vrijstellen van de buitenlandse handel.

Voorheen waren er importlicenties nodig en werden er zware importbelastingen geheven. Inmiddels zijn de licenties verdwenen en is het importtarief van een top van 400% gegaan naar een gemiddelde van 25%. Dit had niet direct zijn gewenste effect, maar de economische groei is na 2000 wel echt goed ingezet tot maar liefst 7% per jaar. Door deze ontwikkeling is India nu in omvang de derde economie in de wereld. Een belangrijke drijfveer van de Indiase economie is de uitvoer van diensten. De groei in deze sector is waanzinnig en is de afgelopen 10 jaar verviervoudigd. Toch een kanttekening daarbij: de Indiase economie mag dan flink gegroeid zijn, het gemiddelde inkomen ligt in India nog steeds laag, namelijk op ongeveer 10% van een Nederlander. En dat klinkt nog steeds minder rooskleurig.

Gebakken peren voorkomen

Door deze reusachtige groei raakt India meer en meer verweven met de wereldeconomie en gaat ze hierin een steeds belangrijkere rol spelen. Figuur 1 geeft de invoer en uitvoer van India over de laatste jaren. Wat opvalt is de buitengewone stijging van beide. De integratie in de mondiale economie wordt versterkt doordat het aandeel van de buitenlandse handel in het Bruto Binnenland Product (BBP) groeit. Toch blijft de opkomst van de Indiase handel wel achter bij die van andere grote opkomende landen, zoals China.

…Doordat de import en export van India snel stijgen, én deze stromen een groter aandeel krijgen in het BBP raakt India meer werven met de wereldeconomie…

Hoewel het land de handelsbelemmeringen voor een behoorlijk deel heeft weggenomen, blijft de economie relatief gesloten. India is bang om te afhankelijk te worden van de voornaamste handelspartners, zoals China, de Verenigde Arabische Emiraten, Saudi-Arabie en de VS. Want wat als bijvoorbeeld Saudi-Arabie ineens in een recessie of misschien zelfs crisis belandt? Dan zit ook India met de gebakken peren, want ze verliest een belangrijk deel van haar inkomsten doordat exporten afnemen.

Aziaten en de rest

Callcentres en ICT-activiteiten rijzen de pan uit in de Republiek India. Tekenend voor deze tijd van globalisering én van India als ontwakende reus. Een ingeloste voorwaarde in het land is de aanwezigheid van een democratie, met respect voor eigendomsrechten. Ideaal voor ondernemers en investeerders. De Westerse bedrijven zijn hier blij mee, en maken hierbij gretig gebruik van een unieke combinatie: goedkope arbeidskrachten en ook vakmanschap. Verrassend? Misschien, maar India staat bekend om haar hoog opgeleide arbeidspotentieel. Als gevolg van de vroegere Britse overheersing is er nog een ander bijkomend voordeel, namelijk dat veel Indiers de Engelse taal meester zijn.

Tot zover de westerse rest, nu tijd voor het thuiscontinent. Want ook hier liggen geweldige kansen voor India. Azië, met name Zuid-Oost Azië zal steeds belangrijker worden als exportgebied voor India. De verwachting is dat voornamelijk de handel met China nog verder zal toenemen. Op dit moment komt deze handel nog grotendeels vanuit India, maar Chinese bedrijven zullen ook gebruik willen maken van Indiase diensten in de toekomst. Een belangrijke beperking van de Indiase export zijn de antidumpingmaatregelen, deze hebben vooral hun uitwerking op het gebied van agrarische producten, textiel en kleding en chemische producten.

…Callcentres en ICT-activiteiten rijzen de pan uit in de Republiek India…

Kleren maken de man

Wat heeft Nederland hier nu mee te maken? Eigenlijk nog niet zoveel. Uit “India and the Dutch economy: Stylised facts and prospects”, een rapport van het CPB, blijkt dat de toegenomen handel niet heeft geleid tot verlies aan werkgelegenheid of toenemende loonongelijkheid in Nederland. Een andere reden om niet bang te zijn voor India is dat India en Nederland veelal andere soorten goederen exporteren, een illustratie van wereldwijde specialisatie. India is sterk in producten waar veel laaggeschoolde arbeid voor nodig is (textiel, schoenen) en in IT-gerelateerde diensten. De Nederlandse export bestaat voornamelijk uit chemische producten en machines. Daardoor concurreren beide landen weinig op de wereldmarkt en gaat dit niet ten koste van de eigen economie. Scherpe concurrentie tussen Nederlandse en Indiase bedrijven valt dan ook niet te verwachten.

Weinig reden tot klagen dus; er zijn zelfs mooie pluspunten te noemen. Ten eerste, de goedkope invoer vanuit India heeft gezorgd voor goedkope producten, waardoor de koopkracht van Nederlandse gezinnen licht is verbeterd. Ten tweede is de handel met India momenteel goed voor circa 10 000 tot 15 000 banen in Nederland. Maar bovenal zal naar alle waarschijnlijkheid de afzet van Nederlandse producten in India sterk toenemen. Logisch, in een groeiende markt met maar liefst 1,1 miljard inwoners. Tot 2040 kan de Nederlandse uitvoer naar India, in het gunstigste geval, ongeveer vijftien maal zo groot worden. Hier liggen grote kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. De Indiase uitvoer naar Nederland zou in die periode zelfs kunnen vertwintigvoudigen. Wat weer gunstig is voor het prijsniveau in Nederland.

Wel is ook hier een kanttekening op zijn plaats. Op dit moment is de Nederlandse handel met India namelijk nog maar beperkt. Minder dan 1% van de Nederlandse goederenuitvoer gaat slechts naar dit land. Hierin verschilt Nederland niet veel van andere West-Europese economieën. Nederland is voor India maar een klein landje en er zijn dan ook 29 landen waar India meer goederen naar uitvoert dan naar Nederland. Tegenover elke container die uit India aankomt in een Nederlandse haven, staan meer dan 25 containers uit China.

Een voorbeeld van Indiase investeringen in Nederland, samenhangend met de wijdverspreide globalisering, is de overname van Corus. Corus was het grootste Europese staalconcern, ontstaan door een fusie tussen Koninklijke Hoogovens (in IJmuiden) en British Steel. In 2007 werd Corus voor het duizelingwekkende bedrag van 8,1 miljard euro overgenomen door Tata Steel, een gigantisch staalbedrijf uit India, onderdeel van Tata Group. Het nam hiermee meteen plotsklaps zo’n 50.000 werknemers over. Tata Group is een conglomeraat, een groot bedrijf dat uit verschillende divisies bestaat die niet met elkaar van doen hoeven te hebben. Zo is Tata niet alleen staalproducent, maar ook bijvoorbeeld van auto’s, thee en chemische producten. Andere succesvolle conglomeraten zijn het Amerikaanse General Electric en Siemens AG uit Duitsland, het grootste met bijna een half miljoen werknemers.

Tata onthult ultragoedkope Nano “People’s Car” (bron: YouTube)

De vruchten plukken

Aansluitend op de verwachte afzetstijging in India zal het steeds interessanter worden voor bedrijven om te investeren in India. Momenteel zijn deze Foreign Direct Investments (FDI, buitenlandse directe investeringen) nog beperkt, zo blijkt uit eerder genoemd CPB rapport. Eind 2006 hadden Nederlandse bedrijven voor 1,5 miljard euro in India geïnvesteerd, wat nog geen half procent is van de totale buitenlandse investeringen. Toch is Nederland hiermee al, na Mauritius, de VS en het Verenigd Koninkrijk, de vierde grootste investeerder. Hoofdmotief voor de bedrijven is de aanwezigheid van een snel groeiende markt. Door nú te investeren hopen ze later de vruchten te plukken middels de almaar groeiende Indiase afzetmarkt.

Tegelijkertijd zullen Indiase bedrijven in de toekomst ook meer en meer de grens overgaan. Nederland kan daarvan profiteren. Nu al investeren Indiase bedrijven in Nederland, met als belangrijkste voorbeeld Tata Steel dat Corus heeft overgenomen (zie kader hierboven).

Offshoring, het verplaatsen van bedrijfsactiviteiten naar het buitenland, van Nederlandse dienstenactiviteiten naar India was in de afgelopen jaren zeer beperkt. Als nu nog gesloten sectoren van de Indiase economie opengesteld worden voor buitenlandse investeringen en de Indiase economie zich voorspoedig blijft ontwikkelen, dan zullen de Nederlandse investeringen in India verder toenemen. Op dit moment wordt er voornamelijk geïnvesteerd in de delfstoffenwinning, terwijl ook de bankensector een belangrijke sector is (zie onderstaande afbeelding).

…Als nu nog gesloten sectoren van de Indiase economie opengesteld worden voor buitenlandse investeringen en de Indiase economie zich voorspoedig blijft ontwikkelen, dan zullen de Nederlandse investeringen in India verder toenemen…

Kansen herkennen!

India als geslepen groeibriljant, reden tot paniek in Nederland? Nee zeker niet, Nederland lijkt maar mondjesmaat gebukt te gaan onder het economisch groeigeweld van India. Terwijl de werkgelegenheid alsmede de concurrentiepositie in Nederland nauwelijks wordt aangetast, worden producten voor ons goedkoper en liggen er ongekende kansen in het land van de Taj Mahal en de heilige koe. India als groeimarkt met 1/5e deel van de wereldbevolking, daar moet wel wat te verkopen zijn. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de armoede die in het land zelf wordt teruggedrongen op korte, maar zeker ook langere termijn. Of over de wereldwijde toename in de welvaart. Geen bedreiging dus, maar een kans. Het is aan het Nederlandse bedrijfsleven deze enorme kans te herkennen…

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 februari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.