Je leest:

Nederland breekt verder

Nederland breekt verder

Slechts af en toe, gewoonlijk na een voelbare aardbeving, denkt men er aan dat ook in Nederland tektoniek voorkomt. Meestal betreft dat verplaatsingen in de meer of minder diepe ondergrond, maar af en toe zijn er ook aan het aardoppervlak sporen te vinden.

Dat geldt bijv. voor de Feldbiss, een van de nog actieve breukzones in Nederland. Gedurende de laatste honderdduizenden jaren heeft deze breukzone een gemiddelde verplaatsing te zien gegeven van 0,041–0,047 mm per jaar. De verplaatsing langs de afzonderlijke breukvlakken in deze breukzone bedroeg gemiddeld 0,010-0,034 mm per jaar. Dat hebben aardwetenschappers van de Vrije Universiteit in Amsterdam berekend.

Detail Geleen breuk. (Foto Patrick Boogaart)

Plaatselijk valt de Feldbiss aan het aardoppervlak op, namelijk waar aan weerszijden van de breuk verschillende typen afzettingen voorkomen. Dat komt doordat ‘blokken’ onafhankelijk van elkaar min of meer vertikaal bewegen. De verticale verplaatsing van de afzonderlijke blokken vindt overigens niet steeds langs dezelfde lijn plaats: in feite is de Feldbiss de belangrijkste breuk in een zone waarin een aantal min of meer grotendeels parallel lopende breukvlakken voorkomen. De breukzone vormt de grens tussen de slenk waarin het Roerdal – dat nog steeds, geologisch gezien, een gebied is met sterke daling – zich heeft ontwikkeld in het noorden, en het rijzende gebied van de Ardennen en Zuid-Limburg in het zuiden. Deze opheffing heeft ertoe geleid dat de Maas zich in Zuid-Limburg, na fases van opheffing, steeds opnieuw verder heeft moeten insnijden, waardoor de diverse terrassen langs de rivier ontstonden; die vertegenwoordigen vroegere dalvlaktes. Daarvan getuigt ook nog het vele afgeronde grind dat op deze vlakke stukken grond te vinden is.

Detail Feldbiss breuk. (Foto Patrick Boogaart)

In het gebied waar de Maas de Feldbiss kruist, worden de terrassen doorsneden door diverse steilwandjes die als gevolg van de breukactiviteit zijn ontstaan. Deze steilwandjes bieden de mogelijkheid om de breuken te identificeren die gedurende de laatste honderdduizenden jaren nog actief waren. De combinatie van terrasopbouw en steilwandjes maakt het bovendien mogelijk om de verplaatsing langs die breuken in deze periode vast te stellen. De tektonische activiteit lijkt nog lang niet minder te worden. De Roerdalslenk (die in het noorden wordt begrensd door de Peelrandbreuk) heeft al een langdurige en complexe geschiedenis achter zich, die ertoe heeft geleid dat de opbouw van de ondergrond zeer complex is. Deze complexe opbouw was een van de problemen waarmee de kolenmijnbouw in Limburg te kampen had: koollagen versprongen regelmatig aanzienlijk in hoogte.

In de toekomst zal de complexiteit door verdergaande activiteit waarschijnlijk alleen maar groter worden. Dat geldt ook voor het gebied waar de Felbiss ligt. De verticale verplaatsing is, althans aan het aardoppervlak, bij elke breukactiviteit weliswaar gering, maar in de geologie geldt alleen het effect over langere tijd. Daarom konden de onderzoekers ook alleen een over langere tijd gemeten gemiddelde waarde vaststellen: zoals hierboven aangegeven iets minder dan een twintigste millimeter per jaar (de aangegeven variatie is een gevolg van verschillen in de gebruikte modellen, en weerspiegelt tevens onzekerheden in datering). Dat lijkt weinig, maar sinds de Romeinen is de verplaatsing dus al zo’n 5 cm geweest. Als de breukvorming gedurende het hele IJstijdvak (Pleistoceen) net zo sterk is geweest, dan kunnen de blokken aan weerszijden van de Feldbiss in die tijd zelfs meer dan 100 m ten opzichte van elkaar zijn versprongen.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Utrecht (UU).
© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 november 2002

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE