Je leest:

Nederland als hypochonder; allochtonen een ziekte

Nederland als hypochonder; allochtonen een ziekte

Auteur: | 5 november 2008

Allochtonen moeten integreren in de samenleving, zo stelt de politiek en de man op straat. Socioloog Willem Schinkel bekritiseert dit onproblematisch gebruik van begrippen als ‘samenleving’ en ‘integratie’. In plaats van gebrekkige integratie en cultuurverschil ziet hij een zoekend Nederland dat niet weet wie het is; een Nederland dat als een hypochonder op zoek is naar bedreigingen, besmettingen en andere slechte invloeden van buitenaf.

Van links tot rechts is de politiek het er de laatste jaren over eens dat een betere integratie van allochtonen in de samenleving wenselijk is. Allochtonen moeten inburgeren en zich de Nederlandse cultuur eigen maken. De media besteden veel aandacht aan de integratieproblematiek. Incidenten als de moord op Theo van Gogh, relletjes in Slotervaart en ongeregeldheden in Gouda worden daarbij vaak gebracht als voorbeeld van de kwalijke gevolgen van gebrekkige integratie. De problemen lijken duidelijk. Maar zijn ze dat ook?

Willem Schinkel betwijfelt dit. De theoretisch socioloog aan de Erasmus Universiteit was afgelopen zomer één van VPRO’s Zomergasten in het gelijknamige televisieprogramma. Onlangs verscheen zijn boek “De gedroomde samenleving”. In dit boek geeft hij een analyse van het integratiedebat in Nederland. Daaruit komt naar voren dat de begrippen die in het integratiedebat worden gebruikt niet zo duidelijk zijn als ze lijken. Schinkel laat zien dat die onduidelijkheid niet alleen maar een woordenspel is. De onduidelijkheid over begrippen heeft tot gevolg dat de integratieproblematiek niet juist wordt beoordeeld. En dat leidt vervolgens weer tot integratiebeleid dat de problemen niet oplost, maar eerder versterkt.

Volgens Schinkel zijn de begrippen die in het integratiedebat worden gebruikt problematisch. Termen als ‘de samenleving’ verwijzen naar een eenheid die er in werkelijkheid niet is.

Samenleving als lichaam

Eén van de begrippen die Schinkel analyseert is het begrip samenleving. Niemand weet precies wat “de samenleving” is. Al sinds de oude Griekse beschaving wordt daarom vaak een metafoor gebruikt om de inhoud van het begrip samenleving tastbaarder te maken. Door de geschiedenis heen is de samenleving als een levend lichaam de dominante metafoor geweest. Dit beeld is ook in onze tijd gangbaar. Een logische consequentie van het beeld van de samenleving als een levend lichaam is de gedachte zij ook sterfelijk is. Dat is geen prettig idee. Die sterfelijkheid is daarom door de eeuwen heen vaak verdrongen door de idee dat de samenleving op den duur niet zomaar zal sterven en ophouden te bestaan, maar op weg is naar een betere plaats, een doel-einde. Een voorbeeld hiervan is het christelijke ‘einde der tijden’. De communistische heilstaat of de werkelijk liberale maatschappij zijn voorbeelden van recentere doel-einden.

Een allesomvattend doel-einde (of ideologie) ontbreekt in het huidige denken. We geloven niet meer in ideologieën. Maar als de samenleving niet meer op weg is naar een doel, dan komt ook de gedachte aan de sterfelijkheid van de samenleving weer terug. Die gedachte leidt volgens Schinkel tot een samenleving die geobsedeerd raakt door delen van het lichaam die de gezondheid zouden kunnen bedreigen en door invloeden van buiten die de samenleving kunnen besmetten. Schinkel noemt dit ‘sociale hypochondrie’.

Boekcover van Hobbes’ Leviathan waarin de samenleving wordt voorgesteld als het lichaam van het staatshoofd. Het lichaam bestaat uit allemaal individuen.

Allochtonen als probleem

Een van de verschijnselen waar sociale hypochondrie toe leidt is het problematiseren van allochtonen. We weten eigenlijk niet meer zo goed wat onze samenleving is, maar wat we wél weten is dat allochtonen van buiten komen, en dat er herkenbare cultuurverschillen zijn tussen autochtonen en allochtonen. Die cultuurverschillen functioneren als middel om te definiëren wat wel en wat niet bij de samenleving hoort. ‘De samenleving’ is daarbij geen neutrale aanduiding van een maatschappelijke realiteit, maar van een wensbeeld, een ‘gedroomde samenleving’ zoals Schinkel het noemt. De gedroomde samenleving is een gezonde samenleving waarin eenheid heerst, iedereen hetzelfde gedrag vertoont, geen cultuurverschillen bestaan, en geen problemen zijn.

Allochtonen worden hiermee dus in het begin altijd buiten de samenleving geplaatst. Wel kunnen zij, door zich zoveel mogelijk aan de autochtone cultuur aan te passen, weer integreren in de samenleving. Maar helemaal erbij horen wordt bijna onmogelijk, aangezien elk cultuurverschil als symptoom wordt gezien van het niet volledig geïntegreerd zijn. Zo zorgt de integratiediscussie paradoxaal genoeg juist voor het benadrukken van een scheiding tussen enerzijds autochtonen “binnen de samenleving” en anderzijds allochtonen, die zich door hun afwijkende cultuur “buiten de samenleving” bevinden. En zo worden cultuurverschillen geproblematiseerd zonder dat duidelijk is in hoeverre deze verschillen nu echt maatschappelijke problemen veroorzaken.

Eigenlijk denken we allemaal een beetje zoals deze Get the Picture-kandidaat, meent Schinkel.

Integratiebeleid

Betekent dit nu dat Schinkel ontkent dat er problemen zijn, bijvoorbeeld met groepen jongeren van Marokkaanse en Antilliaanse afkomst? Nee, maar hij maakt duidelijk dat het zeer de vraag is of het zinvol is deze problemen te benaderen als een probleem van culturele integratie. Is de criminaliteit onder groepen jongeren van Marokkaanse afkomst te wijten aan cultuurverschillen? Schinkel geeft aan dat het gedrag van die jongeren veel meer overeen komt met de wereldwijde straatcultuur dan met de Marokkaanse cultuur. Het problematische gedrag van die jongeren heeft dan ook waarschijnlijk meer te maken met structurele factoren als sociale ongelijkheid en onderwijsachterstand dan met cultuurverschillen. Maatregelen als inburgeringscursussen om allochtonen te leren zich “de Nederlandse cultuur” eigen te maken zijn volgens Schinkel dan ook meer een symptoom van een samenleving die bang is voor invloeden van buitenaf, dan een bijdrage aan het oplossen van problemen.

De analyse van Schinkel biedt geen kant en klare oplossing voor de integratieproblematiek. Wel biedt zij een ander perspectief: een perspectief waarin de aandacht niet wordt gericht op cultuurverschillen, maar op structurele factoren. De aandacht voor cultuurverschillen zegt immers vooral wat over de angsten en obsessies van “de samenleving”.

Bron:

Willem Schinkel De gedroomde samenleving (Kampen: Uitgeverij Klement, 2008).

Kees de Waijer is politicoloog, beleidsmedewerker bij de gemeente Albrandswaard en freelance docent aan de Bestuursacademie Nederland.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 november 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.