Je leest:

NASA brengt bliksemfrequentie in kaart

NASA brengt bliksemfrequentie in kaart

Auteur: | 1 februari 2002

Met twee nieuwe detectoren aan boord van satellieten heeft NASA de dichtheid van bliksemontladingen over de hele wereld in kaart gebracht.

Voor de eerste keer heeft NASA de wereldwijde verdeling van bliksemontladingen in kaart gebracht. Dit is te danken aan de Optical Transient Detector (ODT) en de Light Imaging Sensor (LIS), twee meetinstrumenten die zich aan boord van de twee satellieten bevinden. Opvallend is dat het aantal inslagen boven oceanen over het algemeen een stuk lager is dan boven land. Bliksems boven de poolgebieden zijn een zeldzaamheid.

Bliksemontladingen treden niet alleen op tussen wolken en aardoppervlak, maar ook tussen wolken onderling.

Totnogtoe construeerden onderzoekers bliksemkaarten met detectoren op het aardoppervlak die radiostraling meten. Deze metingen zijn vrij nauwkeurig, maar erg lokaal. Oceanen en dun bevolkte gebieden vallen meestal buiten het bereik. Metingen vanuit de ruimte maken een wereldwijd overzicht mogelijk.

De ODT en LIS zijn beide optische sensoren die met licht met een golflengte van rond de 777 nanometer werken. Deze golflengte ligt in het infrarood gebied, waardoor de detectoren ook bij daglicht kunnen meten. De sensoren meten de snelle veranderingen van deze straling in de bewolking, veroorzaakt door bliksemflitsen.

De ‘hotspot’ voor bliksemontladingen in het midden van Afrika is op de bliksemkaart duidelijk zichtbaar. In dit gebied komen onweersbuien gedurende het hele jaar voor. Dit komt doordat de lucht vanaf de Atlantische Oceaan het land in stroomt. Bij de bergen in Centraal Afrika moet de vochtige lucht opstijgen en daar ontstaan de buien. Een ander bliksemrijk gebied is de Himalaya. Hier gebeurt eigenlijk hetzelfde, maar dan met lucht uit de Indische Oceaan. Daarentegen komen er op de Noord- en Zuidpool nauwelijks bliksems voor.

De meeste bliksemontladingen komen voor in Centraal-Afrika, terwijl de polen door de bliksem nagenoeg worden ontzien.

De satellieten brengen ook seiszoensveranderingen in beeld. Zo komen bliksems op het noordelijk halfrond in de zomer vaker voor dan in de winter. In de gebieden rond de evenaar komen bliksems juist meer in de herfst en de lente voor. Dit hangt vooral samen met de zonshoogte in elk seizoen: hoe hoger de zon aan de hemel staat, des te groter de kans dat een onweersbui ontstaat.

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 februari 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.