Je leest:

Najaarsbuien

Najaarsbuien

In de herfst zijn buien langs onze kust in de regel talrijker en zwaarder dan in het binnenland. Oorzaak is het nog relatief warme water van de Noordzee, doordat de zee de warmte van de zomer nog geruime tijd vasthoudt en maar langzaam afkoelt. De hoge temperatuur van het zeewater is in koude vochtige lucht een belangrijke voedingsbron voor buien.

Vooral wanneer koude uit de poolstreken afkomstige lucht naar onze omgeving wordt gevoerd vormen zich boven de Noordzee talrijke buien, die vooral in de kustprovincies actief zijn. Boven het koudere land neemt de activiteit van die buien in de regel sterk af, zodat het langs de kust in het najaar een stuk natter is dan in het binnenland.

Zo valt er in de kop van Noord-Holland en op de Wadden in de herfst normaal (gemiddeld over 1971-2000) 260 tot 300 millimeter neerslag tegen circa 200 millimeter in de Achterhoek en Limburg. Dit in tegenstelling tot het voorjaar wanneer het binnenland in drie maanden zo’n 30 tot 50 millimeter meer regen ontvangt dan de kust.

Najaarsbuien Westeinder in september 2001. foto: Peter de Vries, KNMI.

Ook de kans op onweer is in de drie herfstmaanden september, oktober en november aan de kust groter dan in het binnenland. Op de weerstations langs de Zuid- en Noordhollandse kust wordt in het najaar op gemiddeld 10 of 11 dagen onweer gehoord, terwijl het in die periode in de Achterhoek en in Zuid-Limburg normaal op 3 of 4 dagen onweert. Het weerlicht van buien boven de Noordzee en aan de kust is bij duisternis in de heldere poollucht vaak tot ver landinwaarts te zien.

De grotere activiteit van najaarsbuien aan de kust komt ook tot uiting in de kans op hagel. In Den Helder gaan de buien in de herfst op normaal 8 dagen vergezeld van hagel, terwijl in Brabant en Limburg in die periode gewoonlijk op slechts 1 of 2 dagen hagel wordt waargenomen. Op buiige dagen kan het aan de kust heel guur zijn, terwijl het weer in het binnenland tijdens zonnige momenten en uit de wind nog kan meevallen.

Vooral buien die langzaam trekken kunnen enorm veel regen opleveren. Op 24 augustus leidde zo’n situatie op veel plaatsen tot ernstige wateroverlast: in Weesp viel 101 mm. Op 19 september 2001 viel in Hoek van Holland 107 mm, maar Dirksland (Zuid-Holland) spande de laatste jaren de kroon met op 14 september 1998 een som van 134 mm.

Onderdeel van KNMI-dossier Herfst

Dit artikel is een publicatie van Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).
© Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 september 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.