Je leest:

Mythen op Grieks aardewerk

Mythen op Grieks aardewerk

Auteur: | 20 april 2010

Heb je je wel eens afgevraagd wat de afbeelding in de header toont boven de vakpagina van Geschiedenis en Archeologie? Het is zogenaamd roodfigurig Grieks aardewerk. Grieks aardewerk geeft wetenschappers een bijzondere blik op de vorming en de beeldtradities van de Griekse mythen. Veel scènes op de vazen tonen namelijk afbeeldingen van mythische verhalen waarin onze helden vaak een hoofdrol spelen.

Griekse schilderkunst op vazen kent uiteraard een lange ontwikkelingsgeschiedenis. Lang, lang geleden waren geometrische vormpjes zoals de meander erg trendy op Grieks aardewerk. Dit werd stilistisch opgevolgd door naturalistische afbeeldingen zoals planten en dieren. Hierna volgde pas het zogenaamde zwart-, en roodfigurige aardewerk. Deze vazen zijn erg fraai om te zien en worden zowel in Griekenland als in Italië teruggevonden.

Zwart

Bij de zwartfigurige techniek werden de figuren met kleiverf beschilderd. Details werden aangebracht door ze in te krassen met een scherp voorwerp.

Aeneas draagt Anchises. 520-510 v. Chr.
Wikimedia commons / Bibi Saint-Pol

De plekken die beschilderd waren werden tijdens het bakproces zwart. De gedeeltes die niet beschilderd waren werden rood. Soms werden de figuren nog wat verlevendigd door details toe te voegen met witte of paarse verf.

Deze zwartfigurige techniek is het oudst en rond 700 v. Chr. ontstaan in Korinthe. Rond ongeveer 630 v. Chr. werd het door de Atheense vaasschilders overgenomen. Zij gebruikten deze techniek tot circa 470 v. Chr.

Rood

De roodfigurige techniek is rond 530 v.Chr. uitgevonden door de Atheners.

Odysseus en de sirenen, 480-470 v. Chr.
Wikimedia Commons / Jastrow

Hierbij werkten zij precies andersom. De figuren werden uitgespaard en de achtergrond werd beschilderd. Dit bracht nieuwe mogelijkheden met zich mee; de schilders konden nu veel gedetailleerder werken. Door details aan te brengen met fijne penseeltjes konden de schilders het inkrassen achterwege laten. Op deze manier konden emoties en perspectief beter weergegeven worden. Na het bakken waren de figuren dan rood en de details en de achtergrond zwart.

Er zijn vazen bekend waarbij beide technieken tegelijk gebruikt werden, maar op een gegeven moment verving de techniek van de ‘roodfigurige’ vazen de techniek van de ‘zwartfigurige’ vazen definitief.

Belang

De Griekse schilderkunst op aardewerk heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de vorming, maar ook de instandhouding van de Griekse mythen.

De Griekse mythen verklaarden de oorsprong van de wereld en vertelden over het leven en de avonturen van diverse goden, godinnen, helden, heldinnen, en andere mythologische schepsels. Het verhaal van de oorspronkelijke epen lag niet vast. Kenmerkend voor het epos is immers een orale traditie. Zangers konden de gedichten aanpassen aan de wensen van hun gastheren, om bijvoorbeeld de goddelijke afkomst van een familie te benadrukken. De oudste bekende Griekse literaire bronnen over de mythen zijn de Ilias en Odyssee, die ingaan op de gebeurtenissen omtrent de Trojaanse oorlog.

De afbeeldingen van de mythen op Griekse vazen zijn belangrijk voor wetenschappers om twee redenen. Enerzijds weten we hierdoor dat vele Griekse mythen een vroegere oorsprong hebben dan dat we vanuit literaire bronnen dachten. Van de twaalf werken van Hercules vinden we bijvoorbeeld alleen het avontuur met hellehond Cerberus voor het eerst in een literaire tekst. Soms zijn de afbeeldingen zelfs eeuwen vroeger te dateren dan de eerst bekende literaire bron.

Aan de andere kant tonen deze afbeeldingen soms mythen die we helemaal niet terugvinden in de mythologische literatuur. Dit is natuurlijk erg interessant, maar hoe weten we dan wat er is afgebeeld?

De afbeeldingen begrijpen

Griekse vazen zijn in onze ogen erg mooi, toch is het kunst dat vroeger werd vervaardigd in massaproductie. De schilders maakten diverse exemplaren van dezelfde mythe of scene volgens (beeld) tradities die zich in de loop der tijd in werkplaatsen hadden ontwikkeld.

De Grieken zelf zullen de afbeeldingen waarschijnlijk gewoon begrepen hebben. Zij waren bekend met alle varianten van de mythen, en wisten welke manieren bij de schilders gangbaar waren om ze uit te beelden. Voor ons is die interpretatie lastiger. Als wij naar een afbeelding kijken is het ons in sommige gevallen volstrekt onduidelijk wie er is afgebeeld en wat er precies gebeurt. Wij kunnen de scenes dan niet direct in verband brengen met een mythe. Soms is dat omdat we de afgebeelde mythe niet kennen in literaire bronnen, maar ook omdat we kennis missen van de gebruikte (beeld)tradities.

Hoe kunnen conservatoren en wetenschappers dan zo’n mooi verhaal bij een vaas vertellen? Daar zit uiteraard heel wat onderzoek achter. Zij hebben afbeeldingen op vazen met elkaar vergeleken om de stijlontwikkeling te volgen en te ontdekken hoe beeldelementen in de loop der tijd veranderen.

Op deze manier kunnen wetenschappers constateren welke regels werkplaatsen hanteerden bij het afbeelden van verschillende scenes. Attributen kunnen zo bijvoorbeeld in verband gebracht worden met bepaalde personen. Ook weten we hierdoor wat bepaalde lichaamshoudingen betekenen en welke acties er in zulke gevallen worden uitgebeeld. Door deze kennis dan weer op andere afbeeldingen toe te passen, kunnen we daar dan ook een betekenis aan geven en veel schilderingen alsnog begrijpen, en plaatsen binnen een (mythologische) context.

Wat beelden ze af?

De schilders waren gebonden aan een beperkte ruimte op zo’n vaas. Ze moesten kiezen welke scene ze wilden weergeven, niet iedere scene was geschikt tenslotte. Herkenbaarheid was belangrijk. Men koos daarom bij voorkeur een beslissend moment uit de mythe uit (monoscenisch). Als dit niet voldoende was om een mythe te herkennen, kozen de schilders soms voor het weergeven van de mythe in een soort stripverhaal-variant. Hierbij kwamen verschillende scenes uit de mythe aan bod, van elkaar gescheiden door middel van een streep (cyclisch). Ook maakten zij soms gebruik van een ‘onmogelijke’ weergave (synoptisch). In deze compositie werden verschillende tijdstippen, en locaties gecombineerd om zo als het ware een totaaloverzicht van de mythe te tonen.

De schilders maakten dus een bewuste keuze van welk moment zij afbeeldden en welke figuren zij in hun afbeelding opnamen. Door dit herhaaldelijk op dezelfde manier te doen, ontstonden vaste beeldtradities waarbij combinaties van figuren, kleding en voorwerpen een directe associatie legden naar een specifieke mythe.

Had jij geweten wie dit waren als het bijschrift er niet bij had gestaan? Herakles is vaak herkenbaar aan zijn leeuwenvel, en Apollo aan zijn attributen.
Wikimedia Commons / Bibi Saint-Pol

Door het gebruik van deze vaste ‘ingrediënten’ in de beeldtraditie kon de toeschouwer direct zien welke mythe was weergegeven, ondanks het ontbreken van bepaalde figuren of elementen. De toeschouwer herkende de mythe en vulde zelf ontbrekende figuren en gebeurtenissen in zijn of haar interpretatie aan. Maar, zoals gezegd, kunnen ook wij – door afbeeldingen onderling te vergelijken – uiteindelijk achter de betekenis van zo’n afbeelding komen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 april 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.