Je leest:

Mythe of Mysterie: de Kraken

Mythe of Mysterie: de Kraken

Auteur: | 21 oktober 2003

Een fascinerende zeemythe is die van de schepen versplinterende ‘Kraken’. De vraag of dit beest echt bestaat is op dit moment zeer actueel. Opgeviste reuze pijlinktvissen en scheepsberichten voeden de mythe. De reuze pijlinktvis Architeuthis is waarschijnlijk niet agressief genoeg om daadwerkelijk een schip te doen kapseizen. Blijkt het verhaal van de kraken slechts een mythe of zijn er nog meer gigantische inktvissen die schepen aanzien voor een lekker hapje?

Van veel mythen uit de Middeleeuwen over dieren zoals de eenhoorn, de draak en de zeeslang ontbreekt fysiek bewijs dat ze bestaan of ooit bestaan hebben. Toch duiken er zo af en toe nog ‘abnormale’ dieren op waarvan het bestaan nooit vermoed werd. Voorbeelden daarvan zijn de coelacanth en de grootbekhaai. Eén mythe is erg vasthoudend door de geschiedenis heen: die van de Kraken.

De Kraken is een groot zeemonster met tentakels dat in staat zou zijn een heel schip te doen kapseizen. Het verhaal van de Kraken is waarschijnlijk ontstaan vanuit zeemansverhalen, aangedikt door onwetendheid en angst. De Kraken speelt ook een rol in beroemd geworden verhalen uit de 19e eeuw. In Jules Verne’s “20.000 mijl onder de zee” valt een Kraken het schip de Nautilus aan. Ook Herman Melville beschrijft in ‘Moby Dick’ een gigantische inktvis die de Pequod (de walvisvaarder) onder weg tegenkomt. Het woord ‘kraken’ is afkomstig uit het Noors en is overigens meervoud. Enkelvoudig zou het officieel ‘krake’ moeten zijn. Er is niet geheel overeenstemming over de oorspronkelijke betekenis maar de meest gehoorde vertaling is ‘ontwortelde boom’. De tentakels en het slanke lijf van de pijlinktvis zou daar op lijken.

De mythe dankt zijn bestaan waarschijnlijk aan de reuze-inktvis die maar heel af en toe gezien wordt. Aristoteles (3e eeuw voor Christus) en Pliny (1e eeuw na Christus) maakten al melding van een reuze-inktvis. Daarna bleef het relatief stil totdat in 1555 een katholieke aartsbisschop een aantal ‘monsterlijke vissen’ beschreef. Met de huidige kennis vermoedt men dat het hier om reuze-inktvissen ging. Ook toeschouwers van aangespoelde exemplaren waren geneigd tot het aandikken van verhalen. De meeste van deze wezens waren nooit eerder gezien en leken in de verste verte niet op landdieren. De ‘buitenaards’ aandoende inktvissen waren nog afschrikwekkender dan de ergste nachtmerrie voor de bijgelovige mensen. Dit mythische dier spreekt duidelijk tot de verbeelding. De vraag is of de Kraken uit de verhalen ook echt bestaat.

De ‘Kraken’ valt een schip aan.

Pijlinktvis of Octopus?

De meest waarschijnlijke plek om naar een dier te zoeken wat aan de beschrijving van de Kraken voldoet is de diepzee. De diepzee is de grootste habitat op deze aarde maar ook het minst bekende voor de mens. Onder de extreme omstandigheden (totale duisternis, kou, hoge druk) leeft een spectaculaire hoeveelheid aan primitief ogende dieren. Een van de fascinerendste groepen dieren is die van de koppotigen (cephalopoden) waartoe ook de pijlinktvissen en de octopussen behoren. Koppotigen zijn erg intelligente dieren, het is bijvoorbeeld bekend dat inktvissen leren van eerder gemaakte fouten. Ook hebben ze een bijzondere lichaamstaal met kleurpatronen die veroorzaakt wordt door pigmentcellen in de huid. Het kleurpatroon van een inktvis zegt iets over zijn gemoedstoestand: angst, uitputting, afschrikking, rust, verstoppen voor predatoren door onopvallendheid of interesse om te paren. Inktvissen hebben zeer goed ontwikkelde ogen die de vergelijking met een mensenoog best kunnen doorstaan.

Een gegadigde voor de rol van de mythische Kraken is een gigantische octopus. Wetenschappers zijn het erover eens dat de armlengte van octopussen zeker 8 meter kan bedragen. In Maart 2002 vonden Nieuw Zeelandse wetenschappers een dode octopus in het net van een trawler die herkend werd als een groot exemplaar van Haliphron atlanticus. Het beest woog meer dan 70-75 kg en was 4 meter lang. Dat is in dezelfde orde van grootte als een reuze pijlinktvis (hieronder besproken). Het grote dier leeft in de (sub-)tropen en volwassen exemplaren komen voor tot in de Nieuw Zeelandse wateren. Haliphron komt voor van de oppervlakte tot 3180 meter diepte maar nooit in grote aantallen tegelijk. Gedacht wordt dat het gelei-achtige beest op of vlak boven de bodem leeft. Het oorspronkelijke artikel van de bbc: giant octopus puzzles scientists.

Maar er zijn ook verslagen van nog grotere octopussen rond Florida en Groot Bahama Eiland. Hier noemt men een octopus met een armlengte van maar liefst 25 meter. In 1896 werden de overblijfselen van wat op een gigantische octopus leek gevonden op Anastasia Island, in Florida op het strand zuidelijk van St. Augustine. Sommige stukken van de armen waren langer dan acht meter. Schattingen van de totale lengte van het dier kwamen tot 25 meter. Het is echter omstreden of de overblijfselen aan een octopus of een in verre staat van ontbinding verkerende walvis toebehoorden. Meer informatie op: the colossal octopus.

Hoewel de reuze-octopus een verklaring zou kunnen zijn voor het verhaal van de Kraken, lijkt het overtuigendste bewijs toch richting een reuze-pijlinktvis te wijzen. Het grootste verschil tussen inktvissen en octopussen is het feit dat octopussen acht (octo) armen hebben en inktvissen acht armen plus 2 langere tentakels (totaal 10) bezitten. Een goede kandidaat voor de Kraken zijn bijvoorbeeld de gigantische pijlinktvissen van het genus Architeuthis.

Architeuthis

De naam Architeuthis bestaat uit 2 delen, Archi of ‘Archae’ wat ‘eerste’ of ‘vroeg’ in het Grieks betekent en ‘teuthis’ wat Grieks is voor inktvis. Omdat het niet de eerste beschreven inktvis is, nemen we maar aan dat het monster ‘eerste’ heeft te danken aan zijn gigantische afmetingen. Architeuthis wordt ook wel genoemd als het grootste ongewervelde dier te wereld (in massa).

Afb. 2: Architeuthis, de tekening van is van Verill (1879) courtesy of steve ’O shea

Er is ondertussen meer dan genoeg wetenschappelijk bewijs geleverd voor het daadwerkelijke bestaan van deze reuze-pijlinktvis. Er zijn recent genoeg exemplaren aangespoeld of opgevist in netten. Er zijn exemplaren gevonden zowel aan de oppervlakte als op 1100 meter diepte maar voornamelijk tussen 300 en 600 meter vanwege de intensieve visserij op deze diepten. Helaas is het volwassen dier nog nooit levend in zijn natuurlijke habitat gefilmd en is er weinig bekend over de leefomgeving en gewoonten van het genus Architeuthis.

Reuze pijlinktvissen hebben een langgerekt, torpedovormig lichaam. Ze bewegen zich voort door een straal water uit het lichaam te persen via een siphon. Aan het eind van het lichaam zit aan 1 kant een snavelvormige bek die sterk genoeg is door staal te bijten. De ‘snavel’ (zie afbeelding 3) is van chitine gemaakt, het materiaal waarvan ook de schaal van kreeftachtigen en insecten bestaat. Daaromheen bevinden zich 4 paar armen en een paar tentakels. Het paar tentakels is dunner en langer dan de anderen en word gebruikt om voedsel te vangen en naar de mond te brengen. Aan die tentakels zit een knuppelachtig einde met zuignappen. Zowel gladde als getande zuignappen zijn aanwezig. Iets achter de mond zitten de ogen, die erg groot kunnen zijn (de grootste ogen van het gehele dierenrijk).

Afb. 3: De ‘snavel’ van een reuze inktvis kan wel door staal bijten (courtesy of steve ’O shea)

De grootst gemeten reuze inktvis is ontdekt in Timble Tickle op Newfoundland op 2 november, 1878. Drie vissers werkten dichtbij de kust toen ze een massa op de zee zagen drijven die ze aanzagen voor wrakmateriaal. Toen ze op onderzoek uitgingen bleek dat een reuze inktvis aan de grond gelopen was. Met hun anker bonden ze de nog levende inktvis vast aan een boom. Toen het eb werd lag het dier droog op de kant. Nadat het dier dood was, maten de vissers de koppotige en hakten het in stukken om aan de honden te voeren. Het lijf bleek 6 meter van staart tot snavel. De lange tentakels waren bijna 11 meter lang en op de toppen zaten zuignappen van 10 centimeter.

Hoe groot kan een reuze inktvis worden? Het wordt langzaam duidelijk dat deze dieren extreem snelle groeiers zouden kunnen zijn. Uit analyse van groeiringen in de statolieten (oorstenen) van exemplaren bleek dat, zeker de jonge exemplaren, tussen de 3 en 4 procent groei per dag zouden kunnen halen. Interessant is dat andere pijlinktvissen zoals de Loliginidae volwassen zijn binnen een jaar. Geldt hetzelfde voor Architeuthis? Bereiken deze dieren zulke enorme afmetingen binnen een jaar? Wetenschappers waarschuwen tegen overdrijvingen van de maximale lengte die bereikt kan worden. Schattingen op basis van stukken van karkassen in potvis-magen komen tot een orde van grootte van ongeveer 30 meter lengte (totaal, inclusief tentakels). Er is echter een verhaal van een Britse trawler die tijdens de 2e wereldoorlog een inktvis tegenkwam die langszij lag en net zo lang als het schip was. Dat zou betekenen dat er exemplaren van over de 50 meter bestaan. Aan de hand van afdrukken van de zuignappen van Architeuthis die op potvissen worden gevonden maakt men ook schattingen. Maar deze geven een vertekend beeld van de werkelijke afmetingen van de pijlinktvis aangezien de potvis groeit en de afdrukken dus groter worden naarmate walvis ouder wordt. Maar betrouwbaardere schattingen komen uit tussen de 12-18 meter. In deze soort is overigens niet het mannetje de grootste van een stel, de vrouwtjes worden namelijk ongeveer twee keer zo groot (mantel lengte) als mannetjes van Architeuthis.

De afmetingen van Architeuthis zijn niet makkelijk te rijmen met de interne anatomie van het dier, al het ingenomen voedsel moet naar de maag door de slokdarm, die ongeveer één meter in lengte meet in volwassen exemplaren, met een maximale diameter van 10mm in ontspannen staat. Deze oesofagus loopt door de hersenen heen waardoor al het ingenomen voedsel in zeer kleine deeltjes gehakt moet worden.

Eten of gegeten worden?

Reuze pijlinktvissen zijn carnivoren die vissen, schaaldieren, octopussen en andere pijlinktvissen vangen. De grote afmeting van Architeuthis heeft bijna alle mogelijke predatoren afgeschrikt behalve de potvis, Physeter catodon. Maar ook zwaardvissen, haaien en albatrossen doen zich te goed aan de jonge exemplaren. Sommigen beweren dat reuze pijlinktvissen niet alleen maar prooi zijn van potvissen, maar dat ze het juist zelf op de potvis gemunt hebben. De schepen die volgens de legendes werden aangevallen door de Kraken werden per ongeluk voor een walvis aangezien. Maar de meeste wetenschappers doen dit af als een onzin verhaal en blijven erbij dat de potvis reuze pijlinktvissen eet (zie afbeelding 4) en niet andersom. De worsteling die bij het consumeren van een onwillige pijlinktvis zou kunnen ontstaan zou verkeerd geïnterpreteerd zijn.

Er zijn verschillende ooggetuigen beschrijvingen van zulke worstelingen. Bijvoorbeeld die van twee vuurtoren wachters in Danger Point in Zuid Afrika. In oktober 1966, zagen zij een baby zuidkaper ( Eubalaena australis) die aangevallen werd door een reuze pijlinktvis. Gedurende anderhalf uur hield de inktvis en walvis vast terwijl zijn moeder hulpeloos toe moest kijken. Uiteindelijk won de inktvis en de baby walvis verdween voorgoed onder de golven.

Afb. 4: Potvis jaagt op de reuze inktvis

Ook zijn er verslagen van worstelingen van inktvis en volwassen walvissen. In 1965, zag een Russische walvisvaarder een gevecht tussen een inktvis en een 40 ton wegende potvis. In dit geval was er geen winnaar, de gewurgde walvis werd drijvend in de zee gevonden met de tentakels van de inktvis om zijn nek. In de maag werd de afgebeten kop van de inktvis gevonden.

Toch blijven er ook verhalen de ronde doen die de inktvis als agressor aanwijzen voor een gevecht. Zoals het verhaal van de Noorse tanker genaamd Brunswick. In de jaren rond 1930 schijnt het zeker drie keer express aangevallen te zijn door een reuze pijlinktvis. De inktvis kwam elke keer langszij zwemmen waarna hij omdraaide en zijn tentakels om de boeg wikkelde. De ontmoetingen liepen uiteraard slecht af voor de koppotige omdat het geen grip kon krijgen op de stalen oppervlakte en eraf gleed en vervolgens in de schroef belandde.

Een recente anekdote (2003) betreft een Frans zeiljacht dat aan een zeilwedstrijd rond de wereld meedeed. Dit jacht, de Geronimo, rapporteerde aangevallen te zijn door een reuze inktvis midden op Atlantische oceaan

Jachttechniek

De weefsels van de pijlinktvis bevatten veel ammonium. De pijlinktvis gebruikt ammonium- (NH4+) en natriumionen (Na+) om een neutraal drijfvermogen aan te nemen onder water. Ammonium is lichter dan natrium en door de ratio van deze ionen in de verschillende weefsels te bestuderen, kunnen we iets zeggen over de oriëntatie van het gigantische lichaam onderwater. Omdat de ratio van ammonium op natrium hoog is in de mantel en laag in de tentakels kunnen we zeggen dat het dier in een hoek van 45° zou moeten hangen in de waterkolom. Dat beeld werd bevestigd door de echo van een vissersboot, die een vorm onderwater zag, hangend in een hoek van 45° boven een school vissen. Na bovenhalen van het net bleek het om een Architeuthis te gaan. Door de interpretatie van deze ion ratio data denkt men dat het de reuze pijlinktvis een passieve predator is, die bewegingsloos in de waterkolom hangt in een hoek van 45° boven zijn verticale tentakels. Zo wacht Architeuthis totdat vissen of andere kleine inktvissen binnen zijn reikwijdte zwemmen.

Alhoewel het genus Architeuthis verschillende beschreven soorten kent, is het niet duidelijk of het om 1 over de hele wereld voorkomende soort gaat, A. dux waarvan de volwassen in alle gematigde oceanen worden gevonden (en zelfs de Middellandse zee, maar ook in de magen van diepzeehaaien ( Somniosus sp.) in het Antarctisch en subantarctisch gebied) of dat er werkelijk systematische verschillen bestaan. Als het één soort betreft duiden de verschillen in morfologie op een hoge variabiliteit in uiterlijk of geografische variatie tussen individuen. Voor een gedetailleerde verhandeling over de familie Architeutidae zie: Architeuthidae, Pfeffer, 1900.

Metabolisme

In de diepzee is geen licht, en daarom is visueel jagen, aangenomen dat de prooi niet continu licht geeft (bioluminiscent is), lastig. Het is dus niet nodig om lange einden te zwemmen op zoek naar een prooi. De meeste diepzee predatoren gebruiken de zit-en-wacht methode bij het voedselvangen. Deze luie levensstijl is energie-zuinig waardoor deze dieren meer vet en minder spieren hebben dan ondiep levende verwanten. Een hoger vetgehalte is ook weer handig is om het drijfvermogen op pijl te houden in de diepte. In deze omgeving hebben de meeste koppotigen een gereduceerd metabolisme waardoor overleven met minder voedselinname mogelijk is.

De reuze pijlinktvis is een in diepe open zee levend wezen. Er is aangetoond dat het bloed van Architeuthis zuurstof niet goed vasthoudt bij warmere temperaturen. Een reuze pijlinktvis zou dus kunnen stikken als hij in warm water terecht zou komen. Warm water zorgt voor meer problemen: het beïnvloedt het drijfvermogen van een reuze inktvis. Hogere temperaturen zorgen ervoor dat het dier naar de oppervlakte drijft waar hij niet meer naar beneden kan omdat oppervlakte water meestal nog een paar graden hoger is dan dieper gelegen water. In zo’n situatie is de inktvis ten dode opgeschreven. Dit fenomeen zou de meeste situaties waar een dier aan land loopt kunnen verklaren. Vaak vinden we dode inktvissen waar twee oceaan stromingen, één warm en één koud, elkaar ontmoeten. Misschien werden die inktvissen plotseling verrast door het warmere water.

Voortplanting

Een laag metabolisme (dus weinig energie), weinig partners, en weinig voedsel in de omgeving hebben allemaal effect op de voortplanting van diepzee cephalopoden. De kans dat je een partner tegenkomt is klein en de productie van eventuele eieren is nog een extra uitdaging. Al deze problemen maken van de reproductie het grootste, meest energie verslindende evenement in het leven van een reuze pijlinktvis. In het ondiepe gedeelte van de zee gebruiken sommige soorten vrouwtjes inktvissen al hun energievoorraden om zich voort te planten. Daarna sterven ze van uitputting. Het is niet bekend of dat in de diepzee ook zo werkt, maar het is een goede mogelijkheid.

We kunnen alleen maar speculeren over voortplantingsstrategieën op basis van observaties gedaan aan dode dieren. Zo weten we dat de mannetjes van koppotigen sperma naar het vrouwtje brengen met behulp van een orgaan in de mantel (de penis) of een omgevormde arm (de hectocotylus). Architeuthis heeft geen omgevormde tentakels en gebruikt dus een penis. Sperma is opgeborgen in pakketjes die spermatoforen heten en geïmplanteerd kunnen worden in de mantel of armen of kop van een vrouwtje. In 1997 werd een vrouwtje aangetroffen met spermatoforen in twee van haar armen. Het mannetje had mogelijk onder hoge druk de spermapakketjes geïnjecteerd. Deze pakketjes hadden een gelatine-achtig omhulsel, mogelijk om injectie te vergemakkelijken. Voor een uitgebreide beschrijving van Architeuthis reproductie kun je verder lezen op internet.

Onlangs is er grote vooruitgang geboekt, Steve O’Shea, ving levende juveniele (jonge) Architeuthis in de oppervlakte wateren van Nieuw Zeeland. Dit bevestigt het beeld wat wetenschappers over de jongen hadden, dat ze in de oppervlakte wateren zouden zwemmen en niet in de diepte. Deze voorkeur voor oppervlakte wateren kan te maken hebben met het voedselaanbod wat hoger is in de ondiepte. Veel diepzee pijlinktvissen ondergaan een zogenaamde ontogenetische migratie wat inhoudt dat de dieren naarmate ze groter worden in diepere delen van de oceaan gaan leven.

Recente ontwikkelingen

Omdat er alleen aangespoelde exemplaren bekend waren naast ooggetuigenverslagen door de eeuwen heen zijn er wetenschappelijke expedities georganiseerd om beeldmateriaal van levende exemplaren te bemachtigen. In de jaren ‘80 van de vorige eeuw mislukte een expeditie bedoeld om foto’s te maken in een onderzeeër. In 1997 organiseerde een populaire Architeuthis expert, dr. Clyde Roper, een expeditie waarin kosten nog moeite gespaard werd om video materiaal te verkrijgen. Er werden zelfs camera’s bevestigd aan potvissen in de hoop dat die tijdens hun zoektocht naar eten een glimp van een reuze inktvis op zouden vangen. Helaas trof ook in 1997 de nu onbemande onderzeeër geen grote inktvis aan.

Hoe kan een dier van deze afmetingen zich zolang verborgen houden in de dieptes? Het was eigenlijk ook een kwestie van geduld voordat er wel video opnames gemaakt werden van een reuze inktvis. Dat gebeurde dan ook in december 2001, alleen betrof het hier, tegen de verwachtingen in, geen Architeuthis maar een onbekend exemplaar. Het dier, gevonden tussen 1500 en 3500 meter diepte, mat 7 meter en had brede vinnen aan de mantel waarmee het zich voortbewoog.

Verbeelding of waarheid?

Met Architeuthis is er een kandidaat die qua afmetingen en vorm goed de kraken geweest zou kunnen zijn. Maar de levenswijze van Architeuthis en zijn vis-positie in het water maakt het onwaarschijnlijk dat deze pijlinktvis ook echt actief schepen aan zou hebben gevallen. Is het dan toch de verbeelding van de soms jaren op zee rondzwalkende zeelieden geweest?

Of zit er wellicht een kern van waarheid achter de mythe? Onlangs is er nog een serieuze kandidaat voor de Kraken bovenwater gekomen. Het gaat om de kolossale inktvis Mesonychoteuthis hamiltoni. Daarvan waren er al eens 6 gevonden, 5 in de magen van potvissen en 1 werd gevangen in een net op 650 meter diepte. Eigenlijk was de soort al langer bekend, sinds 1925 maar niemand had er ooit aandacht aan besteed. Na onderzoek bleek dat het dier waarschijnlijk groter kan worden dan de reuze inktvis. Vandaar dat het dier ‘kolossale inktvis’ als naam heeft gekregen. Deze inktvis heeft een grotere bek dan Architeuthis en ook haken aan zijn tentakels. Dit wijst op een agressieverre vis-methode dan van Architeuthis verwacht wordt. Lees het originele artikel van de BBC: Super squid surfaces in Antarctic. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of deze soort ook agressief genoeg is om schepen aan te vallen. Maar het raadsel rond de kraken lijkt in elk geval nog lang niet opgelost!

Bronnen:

· Aldrich (1991) Some aspects of the systematics and biology of squid of the genus Architeuthis based on a study of specimens from Newfoundland waters. Bull Mar Sci 49:457-481 · Ellis, Richard (1998) The search for the giant squid. Penguin Books Ltd. · González, Fernández-Casado, Rodríguez, Segura, Martín (2000) First record of The giant squid Architeuthis sp. (Architeutidae) in the Mediterranean Sea. · Hoving, Henk-Jan, persoonlijke communicatie. · Lordan, Collins, Perales-Raya (1998) Observations on morphology, age and diet of three Architeutis caught of the west coast of Ireland in 1995. J Mar Ass UK 78: 903-917 · Melville, Herman (1851) Moby Dick. New York. · Roeleveld (2002) Tentacle morphology of the giant squid Architeuthis from the North Atlantic and Pacific Oceans. Bull Mar Sci 71(2):725-737 · Roper, Boss (1982) The Giant Squid. Scientific American 246(4):82-89 · Verne, Jules (1870) Twenty Thousand Leagues Under the Sea.

Voor vragen of opmerkingen n.a.v. dit artikel kunt u mailen met:

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI).
© Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI), sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 oktober 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.