Je leest:

Mystery guest: het Schmallenbergvirus

Mystery guest: het Schmallenbergvirus

Auteur: | 23 december 2011

Het is je vast niet ontgaan: schapen en runderen op een aantal Nederlandse boerderijen hebben een virus onder de leden: het zogenoemde Schmallenbergvirus. Met de Q-koorts nog vers in het geheugen lijkt dat reden voor onrust. Toch? Maar wat weten we eigenlijk van de onbekende ziekteverwekker? Acht vragen over de risico’s en eigenschappen van dit mysterieuze veevirus.

Het Schmallenbergvirus veroorzaakt net als het Akabanevirus (foto) misvormd geboren lammetjes.

Wat is het Schmallenbergvirus?

In augustus kwamen er meldingen binnen bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) over volwassen runderen met diarree en verminderde melkproductie. En vanaf één december kwamen er ook meldingen over misvormd geboren schapenlammeren. Na onderzoek aan bloedmonsters blijkt het Nederlandse vee te kampen met een nieuwe, onbekende infectie: het Schmallenbergvirus. Het virus stak in november voor het eerst de kop op bij runderen in het Duitse dorpje Schmallenberg. Omdat niemand dit virus ooit had gezien, werd het heel toepasselijk gedoopt tot ‘Schmallenbergvirus’.

Uit Duits onderzoek bleek dat het genetisch materiaal van het Schmallenbergvirus voor zeventig procent overeenkwam met dat van het Akabanevirus: een virusziekte die misvormingen en afwijkingen aan het centraal zenuwstelsel veroorzaakt bij vee in Australië en Azië. Maar waar het Schmallenbergvirus precies vandaan komt? Niemand die het weet.

Wat zijn de ziekteverschijnselen?

Vooral lammeren zijn het slachtoffer van het Schmallenbergvirus. Lammeren die misvormd ter wereld komen hebben vaak een scheve nek, kromme rug en poten, een waterhoofd, vastzittende gewrichten, verkorte bovenkaken en afwijkingen in de hersenen. Meestal gaat het lam al dood in de baarmoeder, met een abortus tot gevolg. Besmette ooien geven het virus via de placenta door aan de foetus, zelf worden ze niet ziek. Het virus heeft waarschijnlijk, net als het Akabenevirus, het grootste effect op snel delende weefsels: de zich ontwikkelende foetussen lopen dus de schade op.

Het virus is ook gevonden in volwassen koeien, maar bij hen zijn de ziekteverschijnselen minder ernstig. Besmette koeien hebben diaree, koorts en minder melkafgifte.

Hoe wordt het virus overgedragen?

Het Schmallenbergvirus wordt waarschijnlijk overgedragen via de knut: kleine muggen die in heel Nederland voorkomen. Het zijn dezelfde insecten die ook de virusziekte blauwtong verspreiden onder herkauwers. Knutten zijn alleen actief in de warmere zomermaanden. Dit najaar hebben we een lange mooie nazomer gehad, met in november nog relatief hoge temperaturen. De knutten hebben daarom tot in ieder geval half november nog (drachtige) dieren kunnen besmetten.

Kunnen mensen ziek worden van het virus?

Waarschijnlijk niet. Op basis van de informatie die nu voorhanden is, zeggen experts van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat overdracht van het virus op mensen onwaarschijnlijk is, maar niet helemaal uitgesloten. Het Akabanevirus, waar Schmallenberg erg op lijkt, springt namelijk ook niet over op mensen. En tot nu toe zijn er geen ziekteverschijnselen gezien bij mensen werkzaam op besmette boerderijen, zelfs niet in september en oktober toen er veel runderen ziek waren. Het risico voor consumenten is helemaal klein: er is geen enkele aanwijzing dat het virus in de melk of het vlees van vee terechtkomt.

Lijkt het Schmallenbergvirus op Q-koorts?

Nee, Schmallenberg en Q-koorts hebben eigenlijk geen overeenkomsten. Toegegeven, beide ziekten komen voor bij schapen (en geiten). Maar daar houdt de vergelijking ook op. Ten eerste is de veroorzaker van Q-koorts een bacterie, terwijl Schmallenberg een virus is. Ook de route waarop dieren besmet raken lijkt anders. Het Schmallenbergvirus wordt heel waarschijnlijk overgedragen via de knut, de Q-koorts bacterie verspreid zich via de lucht. Bovendien is er geen enkele aanwijzing dat Schmallenberg voor mensen ziekmakend kan zijn, terwijl bekend is dat Q-koorts van besmette dieren kan overgaan op mensen (niet van mensen op mensen).

Besmette schapenbedrijven (blauwe stippen) liggen verspreid over heel Nederland.

Wat is de omvang van de Schmallenberginfectie in Nederland?

In Nederland zijn er bij de GD dertig schapenbedrijven bekend waar lammeren misvormd geboren werden, schreef Henk Bleker, staatssecretaris van Landbouw, deze week aan de Tweede Kamer . Daarnaast zijn er nog zestien bedrijven die contact opnamen met de GD omdat hun vee verschijnselen heeft die kunnen wijzen op een infectie. De kans is groot dat het aantal lammeren met misvormingen nog zal toenemen, omdat de lammerperiode net van start is gegaan. Ook is het niet uit te sluiten dat er kalfjes en geitenlammeren geboren gaan worden met deze afwijkingen.

In augustus en september werden dit jaar op ruim tachtig bedrijven diarree gemeld bij koeien. Uit onderzoek bleek dat diarreemonsters het Schmallernbergvirus bevatten. De koeien zijn inmiddels weet beter en op dit moment zijn er zelfs helemaal geen zieke koeien meer in Nederland.

Wat doet de overheid, is er reden tot zorg?

Het is moeilijk in te schatten wat de verdere gevolgen van de virusinfectie zullen zijn. We weten nog te weinig van het virus, en hebben geen duidelijke gegevens over de infectieroute en verspreiding. Dat maakt het lastig voor de overheid om met preventieve- of bestrijdingsmaatregelen op de proppen te komen.

Maar de Schmallenberginfectie vond al een paar maanden geleden plaats, en er zijn geen aanwijzingen dat het virus zich verspreidt. De knutten zijn in dit jaargetijde namelijk niet actief, die vinden het veel te koud. En omdat het risico voor mensen erg klein is, zijn er voorlopig geen ingrijpende maatregelen nodig. Geluk voor verdachte of zieke dieren: die hoeven niet geruimd te worden.

Boeren moeten zich voor de zekerheid wel houden aan een paar gebruikelijke hygiënemaatregelen rond de geboorte van lammeren en het afvoeren van kadavers. Dat komt vooral neer op vaak handen wassen. Maar de overheid neemt de zaak wel serieus: om een goed beeld te krijgen van de ernst, aard en verspreiding van het virus, geldt vanaf deze week een meldplicht voor misvormd geboren dieren.

Er zijn nog geen testen beschikbaar om afweerstoffen tegen het nieuwe virus aan te tonen.

Wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het virus?

Jazeker, de onderzoeksagenda puilt uit, blijkt uit de brief die Henk Bleker schreef aan de Tweede Kamer. De GD, het RIVM, en het Centraal Veterinair Instituut in Wageningen gaan samenwerken om zoveel mogelijk te weten te komen over dit nieuwe virus. Bleker wil bijvoorbeeld zo snel mogelijk een diagnostische test ontwikkelen om antistoffen tegen het virus aan te tonen in bloedmonsters. Met zo’n test kan je kijken of deze nieuwe ziekte al eerder aanwezig is geweest in Nederland, en hoe het zich geografisch verspreidt.

Ook de ontwikkeling van een vaccin heeft hoge prioriteit. Maar het kan even duren voordat een vaccin klaar is. Het virus moet eerst volledig in het lab geïsoleerd worden, en dat is nog niet gelukt. Volgens Bleker bestaat daarom de kans dat er volgend jaar – als de knutten weer actief beginnen te worden – nog geen vaccin is.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 december 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.