Je leest:

Muziek volgens je moedertaal

Muziek volgens je moedertaal

Auteur: | 21 december 2006

De kenmerkende ritmes van de taal die we spreken, waar we mee opgroeien en die we elke dag om ons heen horen, blijken invloed te hebben op hoe we muziek maken en waarnemen. Dat is de opmerkelijke uitkomst van het promotieonderzoek van muziekwetenschapper Makiko Sadakata.

Taal, daar zit muziek in. Taal heeft melodie, taal heeft ritme, om dat te horen hoef je geen deskundige te zijn. Ook wie er geen woord van verstaat kan geboeid raken door het zangerige van het Zweeds, of het ritmische staccato van het Japans.

Alles heeft een ritme

Taalwetenschappers berekenen het ‘ritme’ van een taal aan de hand van de duur van klinkers en medeklinkers. In talen als het Engels, Duits en Nederlands komen veel opeenhopingen van medeklinkers voor (denk aan ‘angstschreeuw’) en worden klinkers soms lang, soms kort aangehouden. Dat geeft een ander ritme dan bij talen als het Frans, Spaans en Italiaans. Deze talen hebben veel minder medeklinkeropeenhopingen en klinkers zijn gelijkmatiger van duur. Het Japans heeft zelfs helemaal geen opeenhopingen van medeklinkers. Zo heeft de ene taal een ander kenmerkend ritme dan de andere.

Makiko Sadakata is verbonden aan het Nijmegen Institute for Cognition and Information (NICI) en het onderzoeksproject Music, Mind, Machine en is onlangs gepromoveerd. In haar proefschrift toont ze hoe het kenmerkende ritme van een taal terug te vinden is in muziek.

Maar als er muziek in taal zit, dan moet er ook taal in muziek zitten. De Japanse muziekwetenschapper Makiko Sadakata raakte in de ban van die gedachte. Een Japanse pianist interpreteert een stuk van Beethoven vaak anders dan een westerling. Zou dit komen doordat zijn taal zo radicaal verschilt van die van die westerling? Voor Sadakata was het idee zo fascinerend dat ze een carrière als musicus inruilde voor wetenschappelijk onderzoek naar muziek. Ze is momenteel verbonden aan het Nijmegen Institute for Cognition and Information (NICI) en het onderzoeksproject Music, Mind, Machine en is onlangs gepromoveerd. In haar proefschrift toont ze hoe het kenmerkende ritme van een taal terug te vinden is in muziek.

Lettergreepstructuur

“In het Japans bestaat een lettergreep bijna altijd uit één medeklinker en één klinker: Ma-ki-ko Sa-da-ka-ta”, legt de onderzoekster uit. Daarmee heeft het Japans een veel minder gevariëerde ritmische structuur dan het Engels of het Nederlands. In een van de eerste muziekwetenschappelijke experimenten waar Sadakata aan meewerkte, een samenwerking van Japanse, Nederlandse en Amerikaanse muziekcognitie-onderzoekers, bekeken ze de ritmische structuur van Engelstalige en Japanstalige popliedjes. Ze berekenden de variatie in de duur van de noten met dezelfde formule als waarmee taalkundigen de variatie in klinkerduur berekenen. “Het bleek dat de Japanstalige liedjes minder variatie in de duur van noten hadden dan de Engelstalige.” aldus Sadakata. De gevariëerdheid van het ritme van de nummers weerspiegelde dus die van de taal waarin ze gezongen waren.

Japanstalige popliedjes vertonen minder variatie dan Engelstalige popliedjes. Maar Japanners die Engelstalig zingen laten juist meer variatie horen. (foto: asiafriendsnetwork.com)

Roomser dan de paus

Alle liedjes in het onderzoek waren geschreven door Japanners. Sadakata wilde weten wat het betekent als een Japanner een Engelstalig popliedje schrijft. In een nadere analyse vergeleek ze de Engelstalige nummers uit het onderzoek met Engelstalige nummers die door Engelsen of Amerikanen waren geschreven. Over het geheel hadden de liedjes natuurlijk een relatief grote gevariëerdheid in ritmes, net als het Engels, maar de liedjes van de Japanners bleken sterkere variatie te vertonen dan die van de Engelsen en Amerikanen. De Japanners leken dus roomser dan de paus. Verder was opvallend aan de nummers van de Japanners dat in de refreinen de ritmes juist weer eenvormiger werden: het ritme werd ‘Japanser’. Sadakata: “Een mogelijke verklaring – het is nog speculatie – is het feit dat popproducers vaak truukjes bedenken om het refrein eruit te laten springen. Terwijl ze in de rest van het liedje vrij braaf de structuur van Engelstalige popmuziek imiteren, stoppen ze extra creativiteit in het refrein om het catchy te maken. Wellicht komt juist dan een persoonlijker stijl van componeren boven, inclusief de onbewuste invloed van de moedertaal.”

Instrumentale muziek

Waar het in deze eerste onderzoeken nog om compositie en om gezongen muziek ging, zijn Sadakata’s onderzoeken sindsdien nog een stap verder gegaan: ze wilde weten of de ritmische structuur van taal ook weerspiegeld wordt in de uitvoering en interpretatie van puur instrumentale muziek. Dat werd het onderwerp van haar promotieonderzoek.

In haar experimenten mat ze nauwkeurig hoe pianisten uit Nederland en Japan bepaalde ritmes speelden. Sadakata: “Het bleek dat als je ze vroeg een vrij simpel ritme te spelen, bijvoorbeeld een tweekwartsmaat, er weinig verschil was tussen Japanners en Nederlanders.” Naarmate de ritmes echter meer syncopen bevatten – eenvoudig gezegd: een stilte op een plaats waar je een noot verwacht – ontstonden er wel verschillen. Het ging vaak om kleine, voor het ‘blote oor’ nauwelijks waarneembare verschillen in duur – fracties van seconden – maar de verschillen waren systematisch en significant.

Voor haar promotie onderzocht Sadakata of de ritmische structuur van taal ook naar voren komt in puur instrumentale muziek.

Open lettergrepen

Een van de verschijnselen die Sadakata vond bij bepaalde syncopische ritmes was dat als er drie noten moesten worden gespeeld, de Japanners een neiging vertoonden de laatste noot te verlengen, terwijl de Nederlanders ertoe neigden de tweede noot te verlengen.

Sadakata zegt mogelijk een verklaring hiervoor op het spoor te zijn. De taalonderzoeker Kubozono ontdekte in een experiment met drielettergrepige woorden dat Japanners minder goed konden onderscheiden of de laatste lettergreep van het woord lang of kort was, terwijl sprekers van andere talen juist moeite hadden met het beoordelen van de tweede lettergreep. Als verklaring voerden de onderzoekers aan dat in het Japans, dat vrijwel altijd open lettergrepen heeft, de laatste klinker van een woord vaak kan worden weggelaten of gevariëerd, zonder dat dit de betekenis aantast. Sadakata: “Je kunt in plaats van sensei (leraar) net zo goed sense zeggen. De laatste klank bevat geen cruciale informatie.” Doordat Japanners minder hebben leren letten op de laatste klanken van woorden, zo stelt Kubozono, zijn ze er ook minder gevoelig voor.

Sadakata: “Er moet nog worden onderzocht of er een verband is met wat ik bij de syncopische ritmes heb ontdekt. Het zou kunnen dat vanwege die verminderde gevoeligheid Japanners minder nauwkeurig zijn bij het spelen van de laatste noot.”

Vergelijk zelf een stukje Nederlandse percussie met Japanse percussie.

Japanse musici die westerse klassieke muziek spelen zouden een bepaald ritmegevoel missen dat westerse musici wel hebben. Maar in feite heeft een Japanner gewoon een ander ritme in zijn hoofd dan een Nederlander. Dat heeft alles te maken met het eigen ritme van de moedertaal.

Toekomstmuziek

Mensen worden dag in dag uit blootgesteld aan klanken, ritmes. Of het nu gaat om taal of muziek, volgens Sadakata bepalen de ritmes die we gehoord hebben ook hoe we nieuwe ritmes waarnemen. In een van de hoofdstukken van haar proefschrift toont ze met een wiskundig model hoe onze ritmeperceptie gevormd zou kunnen worden door wat we om ons heen horen. Hoe vaker we een bepaald ritmisch patroon gehoord hebben, hoe waarschijnlijker het wordt dat we in het vervolg dat patroon weer horen, ookal is het in werkelijkheid net anders. De titel van haar proefschrift, “Ritme & Rizumu” – dat laatste betekent ‘ritme’ in het Japans – zinspeelt ook op de verschillende dingen die Japanners en Nederlanders horen. Sadakata: “Een Japanner hoort en speelt zijn rizumu net iets anders dan een Nederlander zijn ritme.”

Sadakata wil zich in toekomstig onderzoek vooral gaan richten op effecten van training. Japanse musici die westerse klassieke muziek spelen krijgen vaak het commentaar dat ze technisch heel goed zijn, maar een bepaald ‘gevoel’ niet hebben dat westerse musici wel zouden hebben. “Ik heb nu uitgezocht wat dat ‘gevoel’ eigenlijk zou kunnen zijn, namelijk de invloed van de klanken en ritmes waar we mee opgroeien”, zegt de onderzoekster, die vroeger zelf piano en compositie studeerde aan het conservatorium. “Nu ben ik benieuwd in hoeverre dat ‘gevoel’ aan te leren is.”

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 december 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.