Je leest:

‘Multi-donor’ Ed Houben: “Je geeft meer dan alleen maar wat zaad”

‘Multi-donor’ Ed Houben: “Je geeft meer dan alleen maar wat zaad”

Auteur: | 5 april 2013

“Noem me liever geen super-donor”, zegt Ed Houben (Maastricht, 1969). “Daarmee wordt wat ik doe meteen in de sfeer van sensatie getrokken. Daar blijf ik graag ver van.” Maar als je iemand die inmiddels 90 kinderen heeft verwekt en nog eens drie lopende zwangerschappen op zijn naam heeft staan geen ‘super-donor’ mag noemen, hoe noem je hem dan?

Opheffen anonimiteit creëert schaarste

Nederlandse spermabanken hanteren voor wensmoeders een wachttijd van een à twee jaar, omdat er een groot gebrek aan donoren is. Dat komt omdat sinds 2004 hun anonimiteit niet meer gewaarborgd is. Maar bij de Deense spermabank Cryos kan je als aanstaande moeder shoppen in een smoelenboek van donoren en meteen online bestellen. Dat bleek in 2016 een trend: zwanger van een Deen. Net als multi-donor Ed Houben heeft ook menige Deen geen enkel probleem met het opheffen van zijn identiteit als biologische vader.

‘Multi-donor’ Ed Houben
Stichting Biowetenschappen en Maatschappij

“Nou, gewoon: zaaddonor. Ik help mensen die om wat voor reden dan ook geen kinderen kunnen krijgen. Punt. Ik probeer daar echt geen records mee te breken of zo.”

Ed Houben kreeg onder andere landelijke bekendheid door de documentaire ‘De man met 100 kinderen’ die in het najaar van 2012 door de NCRV werd uitgezonden. “Rond zo’n uitzending komt ook de discussie naar boven over wat ik doe. Dat waren even twee zware weken. Maar uiteindelijk is er volgens mij niet zo veel bijzonders aan. Waarom zou de waarde van een derde kind door spermadonatie anders zijn dan de waarde van het drieënnegentigste kind?”

“De spermabanken denken daar iets anders over, dat weet ik. Die hanteren een maximum van 25 donaties. Dat is om inteelt te voorkomen. Statistici gaan ervan uit dat de kans dat twee onwetend verwante kinderen elkaar als partners treffen bij 25 donaties op een regio met ongeveer 800.000 inwoners nog acceptabel is. Maar sinds 2004 zegt de wet ook dat kinderen die geboren zijn uit donorzaad het recht hebben om te weten wie hun biologische vader is. Dus als je open bent over het feit dat een kind uit donorzaad is geboren, en je weet wie de vader is, dan kun je in principe uitsluiten dat je per ongeluk een partner treft van dezelfde vader.”

Dat mag allemaal zo zijn, maar Houben merkte ook dat er dankzij de angst voor de verplichte openheid over het zaaddonorschap – “straks staan er ineens allemaal kinderen op je stoep” – een tekort aan donoren was ontstaan. “De spermabanken zelf zeggen het wat subtieler. Die zeggen dat er bij de helft van de spermabanken geen wachtlijst is. Dan denk ik dus: blijkbaar is er bij de andere helft wel een tekort aan donoren.” Vandaar dat Houben besloot om ‘voor zichzelf te gaan beginnen.’

Beunhazen

Op internet kom je heel wat beunhazen tegen met vage bedoelingen, wist Houben inmiddels. “Tijdens een discussie op televisie, voor het programma Debat op 2, kwam ik in contact met een vrouw die een donor op internet had gevonden. Hij presenteerde zich op het web als een goed opgeleide man met een solide baan, maar toen hij op bezoek kwam bleek het een stinkende kerel in vieze kleren. Ik vind dat je dat mensen met een kinderwens niet kan aandoen. Ik ben dan ook heel open en transparant in mijn informatie. Er staat veel informatie over mij op mijn website. Mensen mogen alles van me weten en ik vraag ook absoluut geen geld voor wat ik doe. En vooral: de kinderen mogen alles van mij weten. Ik vind het een onvervreemdbaar recht van een kind om te weten waar hij of zij vandaan komt.”

Het enige dat Houben vraagt van de ouders is wat basale informatie over de kinderen zoals naam, geboortedatum en geboorteplaats. Daarmee houdt hij overzicht waar zijn genetisch materiaal blijft en kan hij helpen inteelt te voorkomen.

Op een digitaal fotolijstje in zijn huis scrollen inmiddels 90 kinderen op alfabetische volgorde voorbij. Hun verjaardagen hangen ook op de kalender in de w.c. Houben organiseert ook ieder jaar een bijeenkomst – “geheel vrijblijvend!” – in een Maastrichtse kroeg voor de ouders en ‘zijn’ kinderen. Daar komt ongeveer een kwart van de ouders op af. Met de foto’s in het lijstje en de namen op de verjaardagskalender kan Houben er niet omheen: hij doneert veel meer dan alleen wat zaad. “Natuurlijk. Een kinderwens is zoiets fundamenteels voor mensen. Maar als je de pech hebt dat de man steriel is, of er is geen man in het spel bij lesbische koppels, waarom zou ik dan niet op een heel eenvoudige manier helpen? Het blijft wel een koorddans hoe ik daar als donor mee omga. Je wilt jezelf niet opdringen aan ouders, maar ouders moeten wel onbeperkt bij mij terecht kunnen voor steun en informatie.”

Aan stoppen heeft Houben nog niet direct gedacht. “Ik heb nu een partner met een kinderwens. Als ik zelf ooit een gezin sticht zal er wel een eind komen aan mijn donorschap. Maar voorlopig ga ik door. Maar ik zeg het nog maar eens: het is geen recordpoging! Ik zag ooit in een show van Oprah Winfrey een heel podium vol kinderen van dezelfde zaaddonor. Allemaal heel open en geen probleem. Dat is het grote verschil tussen ons en de Amerikanen denk ik. Daar zien mensen mogelijkheden, hier ziet men vooral problemen. Daar is het glas halfvol!”

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 april 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.