Je leest:

Moslims trots op Nederland

Moslims trots op Nederland

Oudere autochtonen voelen zich veel minder thuis

Auteurs: en | 24 september 2009

Je thuis voelen in Nederland moet tegenwoordig. Vooral van migranten wordt steeds vaker geëist dat zij zich met Nederland verbonden voelen, dat ze zich hier thuis voelen en dat ze loyaal en trots zijn. Daaraan ligt de veronderstelling ten grondslag dat Nederlanders trots zijn op Nederland, en migranten niet. Uit ons onderzoek naar burgerschap en binding in Den Haag blijkt eerder het omgekeerde.

Vooral migranten – in Den Haag in meerderheid moslim – zijn trots op hun Nederlanderschap, benadrukken trots te zijn op Nederland, op het feit dat zij hier wonen en zoals zij zelf soms zeggen: zich ‘hebben aangepast’. Een jonge vrouw met een Surinaamse achtergrond zegt hoe trots zij is dat zij hier is geboren. Een man uit Libië vindt mensen hier aardiger dan in Engeland en hij benadrukt dat Nederland als zijn eigen land voelt. Een respondent spreekt over hoe gastvrij Nederland is, een ander voelt zich hier echt thuis, en weer een ander voelt zich welkom in Nederland.

Moslims zijn trots op hun Nederlanderschap.
FaceMePls, Flickr

Vooral oudere autochtonen tonen veel minder trots en thuisgevoel. Zij wijten hun gevoel van onbehagen veelal aan de komst van nieuwkomers in hun wijk, stad en land. Niet zo gek dat in Den Haag bijna 20 procent van de kiezers met de Europese verkiezingen op de Partij voor de Vrijheid (PVV) heeft gestemd.

Hetzelfde doet zich voor in Groot-Brittannië en Duitsland. Nog niet de helft van de Britten als geheel zegt zich te identificeren met het Verenigd Koninkrijk, tegenover ruim driekwart van de Britse moslims. Ook onder de Duitse moslims zijn meer patriotten dan onder de Duitse bevolking als geheel, aldus onderzoek van het Gallup Center for Muslim Studies.

Hoe is het verschil tussen de opvallende trotse houding van migranten en de onderbuikgevoelens van autochtonen te begrijpen? En wat zegt dit over de verdeeldheid in onze samenleving? In opdracht van de gemeente Den Haag hebben wij onderzoek gedaan naar het thuisgevoel van Haagse burgers in hun buurt, stad en land. We onderzochten dit aan de hand van 160 korte interviews in het stadhuis van Den Haag met zowel migranten en autochtonen als jongeren en ouderen. (Onder migranten verstaan we iedereen met een niet-Nederlandse afkomst, dus ook bijvoorbeeld Hindoestaanse Surinamers). We hebben goede redenen om te vermoeden dat deze mensen in hoge mate representatief zijn voor de bevolking: iedereen moet vroeger of later immers wel een keer voor papieren naar het stadhuis. De representativiteit is bovendien hoog omdat vrijwel alle mensen die we benaderden eraan wilden meewerken, wat voor een onderzoek heel bijzonder is.

Roel1943, Flickr

De vraag die wij ons hebben gesteld, is op welke momenten respondenten zich meer en minder verbonden voelen met hun buurt, stad en land. Er blijken niet alleen opvallende verschillen te bestaan tussen migranten en autochtonen, maar ook tussen jongeren en oudere respondenten in het algemeen.

Trots op Nederland

Als migranten trots zijn op Nederland, waarom gaat het dan? De sociale voorzieningen en dat het in Nederland ‘goed geregeld’ is, zijn voor migranten belangrijke redenen om zich er thuis te voelen. Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat zij hun situatie hier vergelijken met die in hun land van herkomst en dat zij daarom meer waarde hechten aan de mogelijkheden die Nederland hun biedt. Een man met een Surinaamse achtergrond benadrukt bijvoorbeeld dat de sociale voorzieningen hier beter zijn dan in zijn geboorteland, en een ander vindt het hier beter georganiseerd dan op Curaçao. Ook in de binding met de stad zijn de sociale voorzieningen belangrijk. Een creools-Surinaamse vrouw vindt de hulp van de gemeente bij het invullen van de belastingformulieren prettig en een ander spreekt positief over de inburgeringcursus die zijn vrouw volgt. Ook wordt de ‘makkelijke bureaucratie’ door een respondent genoemd als reden om zich meer verbonden te voelen. Autochtonen daarentegen zien de bureaucratie en ‘de vele regeltjes’ eerder als een probleem.

Migranten relateren de sociale voorzieningen op het niveau van de stad en het land meer dan autochtonen aan concrete ervaringen. Dit geldt ook voor ervaringen met werk en opleiding die voor migranten een belangrijker rol spelen in hun binding met Nederland. Een jonge man benadrukt dat hij in Nederland meer toekomstmogelijkheden heeft. En een vrouw voelt zich meer verbonden met Nederland omdat zij de taal heeft geleerd, hier een opleiding kan volgen en vrijwilligerswerk kan doen.

Roel1943, Flickr

Voor respondenten afkomstig uit oorlogsgebieden zijn de veiligheid en de vrijheid in Nederland belangrijke redenen waarom zij zich hier thuis voelen. Een vrouw uit Afghanistan vertelt dat zij daar niet over straat kon en een vrouw met een Iraanse achtergrond voelt zich meer verbonden door de vrede, veiligheid en vrijheid in Nederland. Ook autochtone Nederlanders noemen soms de vrijheid als reden om zich meer verbonden te voelen met Nederland. Maar waar de betekenis van vrijheid voor respondenten afkomstig uit oorlogs- of gevaarlijke gebieden om fysieke vrijheid gaat, lijkt vrijheid voor autochtonen meer een abstract begrip te zijn en betrekking te hebben op de democratie en tolerantie in Nederland.

Voor autochtonen spelen de sociale voorzieningen weinig tot geen rol in de binding met de stad, wel in de binding met Nederland, maar zij verbinden deze niet zoals migranten aan concrete ervaringen. Met andere woorden: voor migranten gaat het meer om de sociale voorzieningen op het niveau waarop zij ermee te maken krijgen en voor autochtonen is de betekenis van de sociale voorzieningen abstracter, zoals ‘de verzorgingsstaat’.

Het koude klimaat en het gemis van familie kan voor migranten het thuisgevoel verminderen. Niettemin lijken zij over het algemeen tevreden met de situatie in Nederland. Zij hebben naar eigen zeggen niets te klagen, terwijl autochtonen volgens sommige migranten zeuren en ‘altijd wat te zeiken hebben’. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het vergelijkingskader: migranten vergelijken de verzorgingsstaat en de vrijheid die Nederland kent met de situatie in het land van herkomst.

Vooral oudere autochtonen tonen veel minder trots en thuisgevoel. Zij wijten hun gevoel van onbehagen veelal aan de komst van nieuwkomers in hun wijk, stad en land.
FaceMePls, Flickr

Klaagcultuur

De manier waarop autochtonen invulling geven aan hun binding met Nederland en het gebrek daaraan, verschilt van die van migranten. Om te beginnen zijn de abstracte zaken als de democratie, welvaart, vrijheid en (in)tolerantie voor autochtonen belangrijker voor hun binding: 17,6 procent van de autochtonen tegenover 2,2 procent van de allochtonen ontlenen daaraan momenten van een thuisgevoel. Een ander verschil is dat autochtonen meer klagen over hun binding met Nederland.

Betekent dit ook dat autochtonen zich minder verbonden voelen met Nederland? Nee, dit lijkt ons niet het geval te zijn. Net als in eerder onderzoek in Amsterdam en Arnhem (Hurenkamp en Tonkens 2008) lijkt de identificatie van autochtonen met Nederland groot, waardoor zij kritisch zijn over veranderingen in de samenleving die hun binding met het land aantasten.

DeVos, Flickr

Autochtonen uiten bijvoorbeeld meer dan migranten kritiek op de vele regels, het politieke klimaat, de tolerantie en intolerantie. Dit kan echter twee kanten uit gaan. Sommigen voelen zich juist minder verbonden met Nederland door een te tolerante houding ten aanzien van de toelating van migranten. ‘Aanpassen of wegwezen’ benadrukt een autochtone man. Een ander: ‘Witten worden minder ingelicht dan de zwarten. Zij krijgen op de vlucht naar Nederland al het adres van sociale dienst.’ En een vrouw die al 69 jaar in haar buurt woont, vraagt zich af: ‘Ben ik wel in Nederland?’ Deze uitspraken staan in schril contrast met hoe uitgesproken trots sommige migranten kunnen zijn op het Nederlanderschap.

Andere autochtonen uiten daarentegen hun onvrede over een toename van (autochtone) racisten die te veel klagen over migranten. Ze hebben grote moeite met toenemende intolerantie tegenover migranten, ook wel verwoord als ‘verharding’ in de politiek en samenleving. Een man spreekt zich negatief uit over ‘racisme’ in Nederland en vindt het ‘jammer’ dat er te veel wordt gepolariseerd.

Klagen autochtonen meer dan migranten? Het lijkt er wel op. Bijna twee keer zoveel autochtonen als migranten voelen zich bijvoorbeeld minder thuis in Nederland door de sfeer (19,6 procent tegen 7,6 procent). Gezien de kritische houding ten opzichte van de tolerantie en het politieke klimaat in Nederland is het niet verwonderlijk dat autochtonen minder te spreken zijn over de sfeer in Nederland.

Klagen autochtonen meer dan migranten? Het lijkt er wel op. Bijna twee keer zoveel autochtonen als migranten voelen zich bijvoorbeeld minder thuis in Nederland door de sfeer (19,6 procent tegen 7,6 procent).
DeVos, Flickr

‘Vroeger had je een praatje’

Er zijn ook zaken waarover migranten en autochtonen het eens zijn: voor zowel migranten als autochtonen is bijvoorbeeld het onpersoonlijke karakter van de buurt een probleem. Een vrouw uit Iran klaagt: ‘De buren geven elkaar geen aandacht. They don’t care.’ Dat het gebrek aan sociale contacten in de buurt het thuisgevoel aantast, geldt nog sterker voor oudere autochtonen dan voor jongere autochtonen en voor (jongere of oudere) migranten. Regelmatig zeiden zij in de interviews dingen als: ‘Vroeger had je een praatje’, ‘Ik heb weinig contact met mensen’ en ‘Het is ieder voor zich’. Volgens een oudere man gaat de mentaliteit achteruit en is er sprake van een ik-cultuur. De migranten die in zijn wijk zijn komen wonen, zijn voor hem de oorzaak, net als van het verdwijnen van buurtwinkels waar Turkse bakkers voor in de plaats komen.

Dat de eerdergenoemde oudere man nieuwkomers als oorzaak ziet van zijn gebrek aan sociale contacten, is niet toevallig: uit het onderzoek blijkt dat vooral oudere respondenten die lang in Den Haag wonen negatief staan tegenover de komst van ‘buitenlanders’ in hun wijk.

Akbar Simonse, Flickr

Volgens een autochtone man van boven de 70 jaar is de sfeer achteruitgegaan door ‘de buitenlanders’. ‘Buitenlanders verpesten de buurt’, zegt een oudere vrouw. Nieuwkomers worden niet alleen als oorzaak gezien voor verminderd contact en het verdwijnen van buurtwinkels, maar ook voor een toenemend gevoel van onveiligheid en soms ook voor de verloedering van de buurt. Een autochtone vrouw benadrukt: ‘Den Haag is Den Haag niet meer door de komst van buitenlanders.’ Zij voelt zich ’s avonds bedreigd door hen. Vaak lijkt het meer om een gevoel dan om feiten te gaan. Op de vraag aan een respondent of zij een voorbeeld kan geven van toenemende agressiviteit op straat door de komst van migranten, antwoordt zij: ‘Eigenlijk is alles nog goed gegaan, maar je hoort en je ziet wel eens wat.’

Migranten daarentegen hebben meer dan autochtonen een verhaal over verbeteringen in hun buurt en zaken die verbeterd zouden moeten worden. Zij vergelijken hun buurtsituatie met hoe deze een paar jaar geleden was, terwijl het vergelijkingskader van een oudere generatie autochtonen verder teruggaat: zij vergelijken de huidige situatie in de buurt met vroeger, toen de buurt nog niet zo verkleurd was. Maar ook sommige migranten uiten onvrede over het multiculturele karakter van hun wijk en stad. Hun motivatie hiervoor verschilt wel: autochtonen zien ‘buitenlanders’ meer als bedreiging voor de binding, en migranten zien liever meer spreiding van verschillende bevolkingsgroepen over de scholen en de wijken. Kortom: voor sommige autochtonen is wonen tussen de eigen groep vertrouwd en zijn nieuwkomers bedreigend. En voor sommige migranten is wonen tussen de eigen groep meer een ervaring van op- en afgesloten zijn, terwijl zij juist graag tussen verschillende bevolkingsgroepen willen wonen.

Jong versus oud

Jongeren van welke afkomst dan ook klagen veel minder over de buurt en het land: hun levenssfeer verhoudt zich vooral tot de stad waar zij werken, studeren en uitgaan. Bovendien spreken zij zelden negatief over migranten.

Jongeren hebben minder verhaal over de binding met de buurt en het land en zij lijken meer tevreden met de situatie. Een jonge man benadrukt bijvoorbeeld dat hij ‘niet echt’ een binding voelt met zijn wijk. Hij heeft ‘nergens last’ van en het is ‘oké’. Sommige jongeren geven expliciet aan de geringe binding met anderen prettig te vinden. Dit kan erop duiden dat jongeren minder dan de oudere generatie last hebben van ‘de individualisering’, maar het is ook mogelijk dat zij op een ander niveau sociale contacten aangaan. Dit laatste lijkt het geval te zijn: het leven van jongeren speelt zich meer af in (het centrum van) de stad. Daar werken en studeren ze, en daar gaan ze uit. Hun belangrijkste levenssfeer is de stad. Uitgaansgelegenheden, activiteiten tijdens feestdagen, winkels, koopavonden, (culturele) festivals en de gezelligheid in het centrum zijn voor jongeren redenen om zich meer thuis te voelen in de stad.

Aangezien de buurt voor jongeren minder betekenis heeft, is het niet verwonderlijk dat zij in tegenstelling tot de andere respondenten minder praten over de onveiligheid in hun buurt maar het wel uitgebreid hebben over de onveiligheid in de stad. Sommigen zouden tijdens het uitgaan meer politie willen zien om criminele hangjongeren in de gaten te houden. Een jonge vrouw van Marokkaanse afkomst spreekt over agressie en asociaal gedrag in het openbaar vervoer. Een andere jonge vrouw die in het centrum werkt, benadrukt dat de politie wel aanwezig is in het centrum, maar vaak niet weet wat er gaande is. ‘Hangjongeren’ halen volgens haar ‘dingen’ uit.

Sommige jongeren zouden meer politie willen zien om criminele hangjongeren in de gaten te houden.
Ministerie van Binnenlandse zaken en Veiligheid

Wij hebben geen jongeren gesproken die zich negatief over migranten uitlieten. Zij vergelijken hun situatie niet met vroeger of met een thuisland. Zij komen dan ook op andere verhalen over bindingen dan oudere migranten en autochtonen. Zij relateren hun gevoel van onveiligheid niet aan de multiculturele samenleving, maar aan concrete ervaringen in het openbaar vervoer of tijdens het uitgaan.

Overbruggingsagenda

Dat migranten trots zijn op Den Haag en Nederland en dat autochtonen meer klagen, valt dus te begrijpen vanuit hun verschillende referentiekaders. Vooral oudere autochtonen zien hun buurt, stad en land ten opzichte van vroeger veranderen en wijten het gevoel van onbehagen aan nieuwkomers. Autochtonen hebben om zeer uiteenlopende redenen het gevoel dat het culturele erfgoed wordt aangetast: sommigen missen het vertrouwde (autochtone) karakter van Nederland, anderen missen juist de Nederlandse tolerantie en hekelen de verharding en het geklaag over migranten. Migranten zijn zelf veelal erg te spreken over het ‘aangepast’ zijn, zij voelen zich hier vaak thuis en zij kunnen bovendien uitgesproken trots zijn op het Nederlanderschap. In vergelijking met hun land van herkomst is het hier zoals zij zelf vaak zeggen ‘goed geregeld’.

Logisch dat vooral migranten trots zijn op Nederland: ze hebben er meer redenen voor dan autochtonen, die vinden dat Nederland achteruit is gegaan, of ze dat nu wijten aan de komst van migranten of aan de toename van (autochtone) racisten.

Spanningen doen zich in potentie dus minstens zo sterk voor tussen mensen die de multiculturele samenleving positief en mensen die haar negatief beoordelen – tussen toleranten en racisten, of tussen multiculturalisten en monoculturalisten, over etnische scheidslijnen heen. Dit is voer voor een uitbreiding van de overbruggingsagenda: dialoog en debat tussen bijvoorbeeld autochtone monoculturalisten en autochtone multiculturalisten, of tussen Nederland-lievende en Nederland-hekelende moslims.

Judith Elshout (eerste auteur) is socioloog en is werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam. Evelien Tonkens (tweede auteur) is hoogleraar Actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van TSS - Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.
© TSS - Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 september 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.