Je leest:

Morele herbewapening met frisse spruitjesgeur

Morele herbewapening met frisse spruitjesgeur

Auteur: | 30 november 2007

Dit is de tijd van Hans Boutellier. Jarenlang pleitte hij voor meer aandacht voor de publieke moraal. Pas nu zijn we eraan toe. Spruitjeslucht en betutteling, roepen velen. Maar Boutellier is er blij mee. Als het kabinet er in de miljoenennota maar wel rekening mee houdt dat we niet meer in de jaren vijftig leven.

Verplichte opvoedcursussen en opvoedkampen, sluiting van coffeeshops in de buurt van scholen, een bedenktijd bij overtijdsbehandelingen, een verbod op pornoparty’s. Het is niet zo maar een kleinburgerlijk zedenoffensief, vindt Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar Veiligheid en burgerschap aan de Vrije Universiteit en directeur van het Verwey-Jonker instituut. Deze trend zat er al twee decennia aan te komen. Nederland heeft last gekregen van zichzelf.

Foto: Studio Koning

Spruitjes

Boutellier vindt het in principe positief dat de regering nu wil ingrijpen. Het is een doorbreking van de trend dat de overheid zich vooral niet moest bezighouden met moraal. Tot in de jaren zestig liepen de meeste Nederlanders moreel gezien aan de hand van dominee, pastoor of partijleider. En daarna moesten we al helemaal niets meer hebben van een overheid als zedenmeester. Vrijheid wilden we. Velen vatten de plannen van Balkenende IV op als een morele herbewapening richting spruitjeslucht en jaren vijftig.

Ook Boutellier, van oorsprong sociaal psycholoog, ruikt weleens spruitjes, bijvoorbeeld toen minister van Volksgezondheid Ab Klink een campagne voor orgaandonaties verbood omdat die te veel bloot liet zien. “Dat is gewoon tuttig.” Maar de staat moet wel degelijk de moraal naar zich toe trekken als daar sterke argumenten voor zijn, meent hij: “Er zijn zo veel ouders – ikzelf ook – die zich zorgen maken over drank- en drugsgebruik van kinderen. Dat is een reëel en sterk levend gevoel in de samenleving. Ik kan geen argument verzinnen waarom het sluiten van coffeeshops in de buurt van scholen verkeerd zou zijn. Soms is iets gewoon niet goed voor een samenleving. Dan is het heel legitiem dat de regering zegt: daar gaan we werk van maken.” Daarbij maakt Boutellier echter een belangrijke kanttekening. Het kabinet moet niet de fout maken terug te grijpen op waarden en normen uit een maatschappij van voor de jaren zestig, omdat de samenleving sindsdien totaal is veranderd.

’Ik ging naar de katholieke kerk, zat op een katholieke school, ging naar de katholieke welpen en voor mijn vader kocht ik sigaretten bij de katholieke sigarenboer", illustreert Boutellier. “Binnen de zuil wist iedereen waar hij aan toe was.” Foto: Katholieke welpen in de jaren vjiftig, Amsterdam. www.geheugenvanoost.nl

Netwerksamenleving

De huidige samenleving heeft volgens Boutellier alles te maken met de ontzuiling in de jaren zestig. Tot die tijd was de maatschappij opgedeeld volgens verticale lijnen: de meeste Nederlanders leefden binnen de waarden en normen van hun eigen zuil. “Die normen en waarden werden ondersteund door de instituties van de zuil. Ik ging naar de katholieke kerk, zat op een katholieke school, ging naar de katholieke welpen en voor mijn vader kocht ik sigaretten bij de katholieke sigarenboer”, illustreert Boutellier. “Binnen de zuil wist iedereen waar hij aan toe was. De morele orde was zo stevig georganiseerd, dat de regering zich daar niet mee bezig hoefde te houden.”

Na de jaren zestig verdwenen de zuilen. We globaliseerden en individualiseerden, we maakten een informatierevolutie mee. We leven in Europa en in een multiculturele samenleving. Beslissingen komen tegenwoordig anders tot stand. Staatsinstellingen, marktpartijen, maatschappelijke instituties en burgers functioneren naast elkaar. Nederland is veranderd van een verticale, verzuilde maatschappij in een netwerksamenleving, die is georganiseerd langs horizontale lijnen. “De plaats van de school in de samenleving illustreert die verandering”, zegt Boutellier. “Vroeger volgde de school primair de waarden, normen en gezagsverhoudingen van de zuil. Nu functioneert de school in een netwerk van gelijkwaardige instellingen, zoals buurtwerk, welzijnswerk, zorginstellingen en politie.”

Foto: Erna Ruyne/Attention

Ingrijpen in opvoeding

Opvoeding is een van de gebieden waarmee het vierde kabinet Balkenende zich sterk profileert, met zelfs een minister voor Jeugd en Gezin in de voorhoede. Politici en bestuurders spreken in spierballentaal over verplichte opvoedcursussen en heropvoedkampen. Carlo Schuengel, hoogleraar Orthopedagogiek, beaamt dat veel ouders hulp kunnen gebruiken. Zelfs jonge kinderen zorgen al voor straatterreur; kindermishandeling en verwaarlozing blijven een enorm probleem. Elke vorm van opvoedingsondersteuning is dan welkom, vindt Schuengel. Maar: op voorwaarde dat die niet wordt opgedrongen. ‘Hard ingrijpen’ werkt namelijk averechts, weet hij. “Ouders voelen zich dan gestigmatiseerd en gaan juist minder hulp zoeken.”

We zien opvoeding nu als de exclusieve verantwoordelijkheid van ouders, zegt Schuengel, dus ook als een persoonlijk falen van die ouders als het misloopt. Dat vindt hij een negatieve benadering. De samenleving moet opvoeden als een gedeelde verantwoordelijkheid zien: “Kinderen worden niet alleen thuis opgevoed, maar krijgen ook op de crèche, op school, op straat en in de sportvereniging een deel van hun opvoeding mee. Opvoeding is als het slijpen van een diamant. In elke omgeving wordt een facet geslepen.”

De overheid moet daarom niet ‘ingrijpen in’ opvoeding, maar ‘bijdragen aan’, vindt Schuengel. Een vrijwillige opvoedcursus kan daarbij een van de middelen zijn. Maar als suggestie voor het kabinet heeft hij vooral dat er meer wordt ingezet op professionele opvoeders: “Er worden sinds twee jaar geen pedagogische eisen meer gesteld aan crèchemedewerkers. Dat is belachelijk, blijkbaar beschouwt de overheid crèches als bewaarplaatsen van kinderen. En de overheid moet veel duidelijker zijn in wat de opvoedtaak van een school is. Scholen houden zich over het algemeen wel met opvoedkundige taken bezig, maar krijgen vervolgens het verwijt dat er geen tijd meer is voor lezen en rekenen.”

Ook Hans Boutellier wil dat de overheid opvoeding vooral ondersteunt. Net als op het gebied van veiligheid, moet de overheid niet wachten tot de bal bij de keeper ligt, maar ouders al eerder verleiden tot het accepteren van opvoedingsondersteuning, vindt hij. Hoe dichter de bal bij de keeper komt, hoe strenger de instanties erop moeten toezien dat de ouders serieus van de opvoedingsondersteuning gebruik maken. Enige drang vindt hij daarbij niet per se verkeerd.

Foto: www.cdja.nl

Voetbalveld

Met het verlies van de zuilen verloren we onze oude morele zekerheden en dat ligt volgens Boutellier ten grondslag aan onze huidige maatschappelijke problemen. “We dachten na de ontzuiling lang: dat komt vanzelf wel goed. Dat gebeurde niet. Klaarblijkelijk is het toch heel moeilijk om het volledig aan de samenleving over te laten”, concludeert hij. Daarom vindt Boutellier het een goed idee dat het kabinet in het gat wil springen dat na de ontzuiling volgens hem nooit is opgevuld: “Ik vind dat de regering serieus probeert om sociale ordening aan te brengen. Dat is geen betutteling, dat is belangrijk in een samenleving die steeds minder samenhang heeft.” Boutellier ziet dus mogelijkheden voor de regering om bij te dragen aan een nieuwe normatieve orde, die past bij onze nieuwe wereld. De grote uitdaging voor de politiek de komende jaren wordt om in die nieuwe wereld op een voor iedereen aansprekende manier orde te houden, denkt hij.

De wetenschapper ziet de oplossing in een overheid die onze netwerksamenleving ondersteunt. Maar dat kan alleen als zij een duidelijk beeld heeft van hoe die samenleving is geordend. Boutellier ontwikkelde daartoe een model in de vorm van een voetbalveld. Uitgangspunt was het thema veiligheid. Dat gebied illustreert goed hoe de overheid ordening probeert te realiseren. “Veiligheid is al lang niet meer iets van alleen politie en justitie. Zij staan in de goal en moeten proberen de bal te stoppen. Maar bij voorkeur wordt die al in de verdediging teruggelegd, of liever nog in het middenveld.” In de verdediging staan de risico-instituties zoals justitiële jeugdzorg, particuliere beveiliging, stewards in een voetbalstadion, complexbeheerders van de woningbouwcorporaties. Ook de politie speelt in de verdediging al een grote rol.

“Politie en justitie staan in de goal en moeten proberen de bal te stoppen. Maar bij voorkeur wordt die al in de verdediging teruggelegd, of liever nog in het middenveld,” aldus Boutellier.

In het middenveld – letterlijk het maatschappelijke middenveld – houden instituties zich niet bezig met risico’s, maar met normen. Daar bevinden zich de scholen, het welzijnswerk, het bedrijfsleven en de horeca die bepaalde regels instelt en handhaaft. Een goed voorbeeld van normatief beleid dat dit middenveld moet voeren, is het Sloterparkbad in Amsterdam. Dat werd in 2001 gesloten, omdat de toestand onhoudbaar was geworden. Vooral allochtone jongeren misdroegen zich, richtten vernielingen aan en bedreigden het personeel. Bij de heropening had het zwembad nieuwe gedragscodes en een handhavingsregime vastgesteld en waren de problemen onder controle. De voorhoede in het model ten slotte, wordt gevormd door de burgers, met name hun sociale verbanden. Daar wordt de bal bij voorkeur gespeeld. Boutellier wil dat het kabinet zorgt voor meer ondersteuning, denkend vanuit de netwerken. "Ik noem dit model ‘Van achteruit naar voren’: van achteruit kijkend kun je zien hoe je de gezinnen, de wijken, de sociale verbanden en het verenigingsleven uit de voorhoede zo sterk mogelijk kunt maken, door ze zo goed mogelijk te ondersteunen.

De overheid heeft drie rollen in het veld. Als coach stelt zij de spelers op, bespreekt de tactiek en het spelconcept. Met andere woorden: ze bepaalt de uitgangspunten van beleid dat door de instanties in het veld moet worden uitgevoerd. De overheid is ook scheidsrechter, omdat ze betrokken is bij inspecties en bij de rechterlijke macht. Soms is de overheid ook medespeler, met de eigen diensten die in het veld actief zijn, bijvoorbeeld de reinigingsdienst.

Wat blijft er liggen? Het kabinet lijkt een moreel offensief te zijn begonnen, waar Hans Boutellier zich wel in kan vinden. Toch kan hij nog wel iets bedenken waarvan hij vindt dat het kabinet er zwaarder op mag inzetten. Het beleid ten aanzien van de ‘grootverdieners’ bij de semi-overheid bijvoorbeeld, waar de lonen de pan uit rijzen. “Daar ligt een groot moreel belang”, betoogt Boutellier. “Deze praktijk creëert een sfeer van ‘dat dat klaarblijkelijk allemaal maar kan’.” Ook vindt hij dat minister Rouvoet niet te veel moet focussen op de misstanden in de opvoeding: “De overheid moet de samenleving veel explicieter uitdagen met de vraag waartoe we opvoeden, wat we onze kinderen bieden, maar ook wat we van ze verwachten. Zij worden er ook beter van als duidelijker is wat er van ze verwacht wordt. Ik denk dat er veel onzekerheid is bij jongeren, omdat ze niet goed weten welk gedrag gewaardeerd wordt.”

“Ondersteuning in netwerken betekent bijvoorbeeld het volgende”, illustreert Boutellier. “Jongeren veroorzaken overlast in een woonwijk. Dan kijk je welke instituties daarbij een rol spelen. Die instituties pakken het vervolgens samen aan en gaan met de burgers in gesprek over hoe ze de buurt leefbaarder kunnen maken en houden. Ten slotte vinden de burgers daar zelf een vorm voor. Dat is ondersteunen.Vroeger hadden we sociale controle en greep de buurman in. Dat kon hij, omdat hij wist namens wie hij sprak – instituties boven hem in zijn zuil – en vanuit welke waarden en normen. De politieagent, de docent, de jeugdzorger en de maatschappelijk werker moeten dat in de veranderde netwerksamenleving overnemen. Je kunt niet verwachten dat mensen dat zomaar vanuit het niets weer oppakken.”

Dit artikel is een publicatie van Gewoon Bijzonder.
© Gewoon Bijzonder, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 november 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.