Je leest:

Moet alles maar kunnen?

Moet alles maar kunnen?

Auteur:

Op 19 november verscheen Hun hebben de taal verkwanseld van Jan Stroop. Het boek gaat over de ontwikkeling van het Nederlands: hoe de taal verandert, onder invloed van wie en wat, waarom dat een taal beter maakt en tegelijk droevig stemt. Inmiddels is een tweede druk verschenen, evenals een e-book versie.

Levende talen veranderen, ze passen zich aan aan nieuwe omstandigheden en ze worden efficiënter. Tegelijk is dat een oorzaak van ergernis, want we houden niet van wat afwijkt van ons eigen taalgebruik. Een van de meest gesignaleerde taalergernissen is hun hebben. Die grammatische figuur roept zelfs enorme weerzin op, ook bij ministers als Plasterk. Daarom is het des te merkwaardiger dat het gebruik ervan toch eerder toe- dan afneemt, net als het verzet ertegen.

Maar echte argumenten waarom hun hebben niet mag, worden meestal niet gegeven: die zijn ook niet te geven. Waar het meestal op neerkomt, is dat het een vorm is die we zelf niet willen gebruiken of die door mensen gebruikt wordt waar we niet bij willen horen. Of het heet gewoon fout. Maar wat er dan fout aan is, blijft onuitgesproken, want het argument ‘omdat het fout is’, is natuurlijk niet sterk.

In februari 2010 deden vier Nijmeegse taalwetenschappers veel stof opwaaien met een artikel waarin zij het gebruik van hun in plaats van zij/ze effectief en functioneel noemden omdat je met deze vorm alleen naar levende wezens kunt verwijzen. Eén van hen ging bij DWDD in gesprek met minister Plasterk.

Ongrammaticaal

Er zijn ook geen taalkundige argumenten tegen in te brengen, want als hun hebben gezegd kan worden, dan is het grammaticaal. Vergelijk dat eens met een zin die echt ongrammaticaal is: Gisteren ze heeft gekocht dat boek. Dat kan geen Nederlander zeggen. Terwijl honderdduizenden Nederlanders geen enkele moeite hebben met hun hebben, en ook precies ‘weten’ dat hun alleen naar ‘mensen’ kan verwijzen.

Zo zijn er in een taal die verandert een heleboel verschijnselen die door ouderen afgewezen worden, terwijl jongeren ze gewoon gebruiken. Als er geen ouderen meer zijn, zijn die vermaledijde ‘fouten’ vanzelf ABN geworden. Zo is het gegaan met je kan en je zal, zo zal het waarschijnlijk ook gaan met ze heb. En misschien zelfs met hun hebben. Dat ik hier een slag om de arm houd, komt door het vele en luidruchtige verzet dat ertegen bestaat. Want een taalverandering kan nog zo voor de hand liggen, als hij door de taalgemeenschap niet aanvaard wordt, zet hij niet door.

Veranderende uitspraak

Ook bij de uitspraak van het Nederlands horen we verschillen tussen jongeren en ouderen. De laatste groep zegt bijvoorbeeld nog: ’t ijzelt en ’t is koud. Bij jongeren klinkt het veel meer als: ’t aaizelt en ’t is kaaud. En gaandeweg wordt dat de nieuwe uitspraak van het ABN, die nu nog Poldernederlands genoemd wordt.

Medium
Volgens taalkundige Jan Stroop is het Poldernederlands ontstaan in de jaren 1960-1970. In deze roerige tijden werd gebroken met oude normen, ook met taalnormen. Met name hoger opgeleide vrouwen maakten een inhaalslag. Dit losse klimaat werkte door in de taal: ook deze werd minder ‘netjes’ uitgesproken.

Veranderingen in uitspraak zijn van alle tijden. Tot in de 17e eeuw werden alle ij’s nog uitgesproken als een lange i, zoals dat nu gebeurt bij de ij in bijzonder. Onze uitspraak van de ij in dat woord is een uitzondering, maar vroeger was dat de regel. De spelling herinnert nog aan die oude situatie: de ij bestaat feitelijk uit twee i’s waarmee de lange i weergegeven werd, zoals de twee oo’s in boom staan voor een lange o. De spelling is in dit geval niet met de veranderde uitspraak meegegaan. Dit is wel gebeurd bij woorden als mensch en visch. Die raakten de uitspraak met die sch kwijt en daar is de spelling later op aangepast: mens, vis, enzovoorts.

Wat is fout?

Uit deze paar voorbeelden is al op te maken dat het geen zin heeft om van bepaalde soorten Nederlands te zeggen dat ze fout zijn. Want wat is dan fout? Aaizelen (21e eeuw), ijzelen (1500-2000) of iezelen (tot 1500)? Je kan of je kunt? Multatuli schreef: Wat heb je begonnen? en wij: Wat ben je begonnen? Er is maar één regel die bij geboren sprekers van het Nederlands altijd opgaat: Wat niet kan, kun je niet zeggen, en wat je kunt zeggen dat kan dus gewoon. Dat wil niet zeggen dat iedereen alles zal willen zeggen, maar wel dat alles wat je hoort zeggen past binnen de grammatica of het systeem van het Nederlands.

h3. Bron:

Jan Stroop: Hun hebben de taal verkwanseld. Over Poldernederlands, ‘fout’ Nederlands en ABN. Uitgeverij Athenaeum 2010.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 december 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE