Je leest:

Moeders in de gevangenis

Moeders in de gevangenis

Wie zorgt er voor de kinderen en hoe gaat het met ze?

Auteur: | 19 oktober 2012

“Ik heb twee grote wensen, mama terug en een legokasteel”. Zo verwoordt een jongetje hoezeer hij zijn moeder, die in de gevangenis zit, mist. Psychologe Sanne Hissel onderzocht hoe het eigenlijk gaat met de kinderen van gedetineerde moeders in Nederland.

Het aantal kinderen van gedetineerde moeders is in de loop der jaren waarschijnlijk gestegen. In Nederland werd tot voor kort niet structureel bijgehouden of een gedetineerde kinderen heeft, maar aangezien het aantal vrouwen in detentie sinds 1995 bijna is verdubbeld (van 400 naar bijna 700 gedetineerde vrouwen nu) en de schatting is dat de helft van de gedetineerde vrouwen minderjarige kinderen heeft, is het aantal kinderen met een moeder in de gevangenis waarschijnlijk ook toegenomen.

Kunstwerk “Gevangenis sculptuur” van Alfred Eikelenboom in Rotterdam.

Algemeen wordt aangenomen dat het niet goed gaat met kinderen van criminele en gedetineerde ouders: ze worden blootgesteld aan risicofactoren voor gedragsproblemen en verminderd welbevinden. Als een moeder gedetineerd raakt ontstaat mogelijk een nog kwetsbaarder situatie omdat de moeder vaak de enige verzorger is van de kinderen. Als hun moeder wegvalt verandert er daardoor een hoop in het leven van de kinderen. Maar we weten eigenlijk nog nauwelijks hoe het daadwerkelijk met deze kinderen gaat. De weinige onderzoeken die zijn gedaan belichten vooral het perspectief van de gedetineerde moeder en niet dat van haar kinderen. Dat wilden onderzoekers van het NSCR anders aanpakken.

Om te weten te komen hoe de kinderen de detentie van hun moeder ervaren werden de kinderen zelf, hun moeders en hun verzorgers geïnterviewd. In het onderzoek zijn interviews en vragenlijsten afgenomen met veroordeelde moeders in alle vrouwengevangenissen in Nederland. Als de moeders dit goed vonden en ook de (indien betrokken) instanties akkoord waren, zijn vervolgens de verzorgers van de kinderen en de kinderen zelf gevraagd of ze mee wilden werken aan het onderzoek. Op deze manier is voor 68 kinderen in kaart gebracht waar ze wonen en hoe het met ze gaat.

Ruim een derde van de kinderen wiens moeder in de gevangenis zit, wordt opgevangen in een pleeggezin. Dit kinderboek Ik ben een pleegkind verhaalt wat pleegzorg kan inhouden.

Roerig gezinsleven

Een groot deel van deze kinderen (37%) woont bij pleeggezinnen buiten het eigen netwerk van familie en vrienden. Zo’n een op de vijf kinderen (21%) woont bij hun vader, al is het niet altijd duidelijk of de vader ook al voor de detentie van moeder voor de kinderen zorgde. Een derde (34%) woont in het informele netwerk van vrienden en familie en de overige kinderen (9%) wonen in bijvoorbeeld een instelling, kamertrainingscentrum of zit in een jeugdgevangenis. Opvallend is dat 40% van de kinderen voor de detentie van hun moeder al niet meer bij haar woonde.

Sommige kinderen waren al vaak verhuisd en hadden veel veranderingen in het gezin meegemaakt, zoals nieuwe partners van hun ouders of stiefbroertjes en -zusjes die bij hen kwamen wonen. In sommige gezinnen was de detentie van moeder het enige probleem, maar in andere gezinnen was er voor de detentie al veel aan de hand. Een jongen geeft aan:

“De sfeer thuis was altijd heel negatief. Ja soms was het heel gezellig, maar dan kon het ook echt… Dan hoefde er maar een glas te vallen bij wijze van spreken en dan was het gewoon in een keer helemaal omgedraaid. Dan vlogen de tafels weer door de kamer.”

Kinderen verhaalden van verslaafde ouders, mishandeling en verwaarlozing, en scheidingen. Desondanks vinden de meeste kinderen het lang niet altijd een verbetering om ergens anders te moeten gaan wonen en hebben ze last van de verandering in opvoedingsstijl. Sommige kinderen missen hun moeders discipline wanneer het gaat om huiswerk maken, anderen vinden juist dat er teveel regels zijn of hebben het gevoel dat ze een gast zijn in hun eigen huis. De meeste kinderen, met name de jongere kinderen, willen dan ook het liefste gelijk weer bij hun moeder gaan wonen zodra ze vrij komt.

Gedragsproblematiek en veel verdriet

Uit vragenlijsten die waren ingevuld door zowel moeders als verzorgers bleek dat kinderen kampen met forse gedragsproblematiek, zoals onder andere depressie, angsten of agressie. Over het algemeen heeft 7% van de kinderen gedragsproblemen. Maar moeders die in de gevangenis zitten rapporteren de veel hogere score van 32% voor hun kinderen. De gedragsproblemen die de verzorgers bij de kinderen zien komen zelfs uit op 55%.

Dat verzorgers vaker gedragsproblematiek signaleren dan deze moeders kan komen doordat de moeders het probleemgedrag simpelweg niet te zien krijgen. Gedetineerde moeders hebben maar weinig contact met hun kinderen en tijdens het bezoekuur in de (indrukwekkende) gevangenisomgeving laten kinderen waarschijnlijk minder probleemgedrag zien. Daarbij komt dat sommige kinderen ook vertelden dat ze zich groot hielden voor hun moeder omdat ze het zielig vinden als moeder verdriet om hen heeft:

“Mijn moeder die belt me wel eens… ze zegt dat ze binnenkort vrij is en dat ze zich rustig voelt. Nou ja… ik zei altijd dat het goed ging als ik haar aan de lijn had. Gewoon om haar geen verdriet te doen of iets dergelijks.”

Hoewel elk kind en elk gezin anders is, gaven bijna alle kinderen aan dat ze verdriet hebben omdat hun moeder gedetineerd is.

Tijdens de kerstdagen in de gevangenis missen de moeders hun kinderen eens te meer, zo vertellen gedetineerde vrouwen in dit verslag van RTV Utrecht. De kerstbrunch vormt dan een goede afleiding. Eén vrouw draagt haar kind wel bij zich: vlak voor de kerst werd in de vrouwengevangenis een baby geboren.

Jonge kinderen missen hun moeder meer, oudere kinderen missen hun moeder eveneens maar ervaren de detentie van hun moeder vaker ook als een ‘rustpauze’. Ook waren er kinderen die aangaven boos te zijn op hun moeder (“Mama is stom geweest” of “Hoe kon ze dit doen”) en hard moeten werken om hun eigen leven op de rails te krijgen. Sommige oudere kinderen gaan de rol van ouder op zich nemen:

“Ik heb tegen haar [moeder] gezegd: als ik merk dat jij aan de drugs gaat of als je weer iets doet, dan is het gewoon klaar. Weet je, ik heb haar een tweede kans gegeven, een derde kans zit er niet in. Het is wel moeilijk om zoiets te moeten zeggen, want ja, het is natuurlijk je moeder. Maar ja, wie niet horen wil moet maar voelen denk ik dan. Ze heeft het er zelf naar gemaakt.”

Contact met moeder

Niet alle kinderen zijn gebaat bij contact met hun moeder, zeker niet degenen die het slachtoffer zijn van haar delict of van haar delinquente levenswijze. Echter, voor de kinderen die wel graag contact hebben met moeder is het contact lastig. De afstanden tot de gevangenis zijn vaak lang en het bezoek vindt vaak plaats onder schooltijd. Het contact met hun moeder is ook vaak beladen: een gevangenis is nu eenmaal niet de meest kindvriendelijke omgeving. De kinderen in ons onderzoek konden zich vaak tot in detail herinneren hoe het bezoek met moeder verliep:

“Ik zag mama niet meteen. We moesten eerder door een deur, toen moesten we wachten tot die deur dicht was en dan kon de volgende deur pas open. We moesten ons melden en daarna moesten we alles in een kluis doen behalve ons kleingeld. Toen gingen we op een knopje drukken. Dan moet je eerst wachten tot de deur weer wordt geopend. Toen gingen we naar boven, moesten we weer wachten totdat de deur helemaal dicht was. Toen kwamen we pas in de ruimte waar mama zat. Mama moest aan een tafel zitten, precies op de plek waar ze iets om haar been had, om niets aan ons door te kunnen geven. Daarna moesten we weer door die stalen deuren heen. Raar eigenlijk, dat je mama in de gevangenis zit, met al die stalen deuren. Dan heb je het gevoel dat je moeder een crimineel is, maar dat is ze eigenlijk niet. Hoe dat voelt? Weet niet, kan ik niet echt uitleggen. Raar, ja.”

De in de gevangenissen georganiseerde ouder-kinddagen worden daarentegen als heel positief gezien door zowel de moeders als de kinderen. Kinderen vertelden enthousiast over deze bezoeken:

“Het is leuk om op bezoek te gaan. We hebben gegeten en getekend. En ik mocht in de sportzaal spelen. We gingen op een soort springkussen springen. En we gingen eten, drinken, snoepen.”

Het is belangrijk dat dit onderzoek naar kinderen van gedetineerde moeders een vervolg krijgt. De groep onderzochte kinderen heeft erg veel problemen. Maar er is nog te weinig bekend over de oorzaken van die problemen en de manier waarop de gevangenis van moeders zo kan worden ingericht dat hun kinderen er zo min mogelijk last van hebben. In vervolgonderzoek zullen we allereerst kijken naar de opvoedrol die moeder nog kan vervullen vanuit de gevangenis. We willen weten in hoeverre moeders kunnen overleggen met degene die nu voor de kinderen zorgt en of ze elkaar steunen wanneer het gaat om de opvoeding van de kinderen.

Alle uitspraken van kinderen in dit artikel zijn dusdanig aangepast dat ze niet herleidbaar zijn.

Sanne Hissel is psychologe en doet haar promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Zij deed dit onderzoek samen met Catrien Bijleveld (NSCR en VU) en Candace Kruttschnitt (University of Toronto, Canada en NSCR).

Bronnen:

  • Hissel, S., Bijleveld, C. en Kruttschnitt, C. (2011). The well-being of children of incarcerated mothers: An exploratory study for the Netherlands. European Journal of Criminology, 8(5) 346–360.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
© Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 oktober 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.