Je leest:

Minder crimineel gedrag dankzij voorstellen toekomstige zelf

Minder crimineel gedrag dankzij voorstellen toekomstige zelf

Wie zich sterk kan inleven in een toekomstige versie van zichzelf, zal minder geneigd zijn tot crimineel gedrag. Het ervaren van verbondenheid met je toekomstige zelf motiveert namelijk om rekening te houden met de lange termijn gevolgen van je gedrag, zo blijkt uit onderzoek dat criminoloog Jean-Louis van Gelder juni 2013 in het tijdschrift Psychological Science publiceert.

Een van de meest robuuste bevindingen van criminologisch onderzoek is dat delinquenten neigen zich te richten op de korte termijn. Ze zoeken bijvoorbeeld ‘snel’ geld, status, of seksuele bevrediging en denken vervolgens niet of nauwelijks na over de mogelijke gevolgen van hun gedrag op langere termijn, zoals het krijgen van een strafblad, sociale sancties, of het verlies van werk.

Delinquenten blijken weinig na te denken over de mogelijke gevolgen van crimineel gedrag, zoals gearresteerd worden. Deze ‘dief’ zal daar wel over nagedacht hebben, want het betreft een acteur die meedoet aan een oefening van de politie Haaglanden.

Uit onderzoek van Jean-Louis van Gelder van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), Hal Hershfield (New York University) en Loran Nordgren (Northwestern University), blijkt dat de neiging tot delinquent gedrag gepaard kan gaan met een beperkt cognitief vermogen van mensen om zichzelf voor te stellen in de toekomst. Mensen die beter in staat zijn zichzelf in de toekomst te visualiseren, blijken ook minder geneigd tot het vertonen van delinquent gedrag.

Meerdere versies van je zelf

Recent psychologisch onderzoek toont aan dat individuen de neiging hebben om zichzelf in de toekomst als het ware als een andere persoon te zien dan hun huidige zelf. De mate van verbondenheid tussen die ‘zelven’ hangt onder meer af van de tijdsperiode die tussen de huidige en toekomstige zelf ligt. Met andere woorden: het is eenvoudiger jezelf over drie maanden voor te stellen, dan te proberen jezelf over twintig jaar voor te stellen.

Voorts blijken er belangrijke individuele verschillen te zijn in de mate waarin personen zich verbonden voelen met hun toekomstige zelf. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat mensen die een grotere verbondenheid ervaren met hun toekomstige zelf, ook meer met deze zelf rekening houden in hun gedrag in het heden. Ze zijn bijvoorbeeld meer bereid om geld opzij te leggen voor hun oude dag.

Mensen die zich meer verbonden voelen met hun toekomstige zelf, neigen eerder tot sparen.

Omgekeerd blijkt dat een lage mate van verbondenheid ertoe kan leiden dat mensen zich meer richten op de korte termijn en minder rekening houden met de lange termijn gevolgen van gedrag. Immers: winst die direct wordt behaald komt ten goede aan de huidige zelf, terwijl eventuele negatieve gevolgen bij de toekomstige zelf terecht komen. Hoe meer deze toekomstige zelf een ‘vreemde’ is voor de huidige zelf, hoe minder met deze vreemde rekening wordt gehouden in hun gedrag.

Nu wordt delinquentie juist bij uitstek gekenmerkt door directe baten, terwijl de kosten ervan vooral op de langere termijn liggen. Het kan dus worden verwacht dat een sterkere koppeling tussen de huidige en toekomstige zelf ertoe leidt dat lange termijn consequenties beter worden meegewogen en derhalve dat de neiging tot delinquent gedrag dan afneemt.

Brieven aan de toekomstige zelf

Deze hypothese is getoetst in twee experimenten. In het eerste experiment is onderzocht of de band met de toekomstige zelf kan worden versterkt door deelnemers aan het onderzoek, mannelijke en vrouwelijke studenten van de Vrije Universiteit Amsterdam van tussen de 18 en 26 jaar, een brief over zichzelf te laten schrijven aan hun twintig jaar oudere zelf.

Voordat ze begonnen met schrijven, werd hen gevraagd om na te denken over wie ze over twintig jaar zijn, wat ze tegen die tijd zullen doen en welke dingen dan belangrijk voor hen zullen zijn. Deze schrijfopdracht had als doel de ‘toekomstige zelf’ zo goed mogelijk voor te stellen. In de controlegroep schreven deelnemers een vergelijkbare brief aan hun drie maanden oudere zelf.

Het bijhouden van een dagboek is ook een manier om aan jezelf te schrijven. Je toekomstige zelf kan de belevenissen van de huidige zelf teruglezen. In de schrijfopdracht uit het onderzoek werd de deelnemers gevraagd zich die toekomstige zelf heel precies voor te stellen.

Vervolgens kregen alles deelnemers een reeks scenario’s voorgelegd waarbij ze steeds al dan niet een delinquente keuze konden maken. Zo werd hen bijvoorbeeld gevraagd wat zij zouden doen als ze vijftig euro zouden vinden in de kleedkamer van hun sportvereniging; het geld houden of inleveren bij de receptie.

Uit de resultaten blijkt dat de deelnemers die een brief aan hun toekomstige zelf hadden geschreven significant minder geneigd waren om delinquente keuzes te maken in vergelijking met de controlegroep. Deelnemers waren met name minder geneigd tot delinquente keuzes wanneer zij in de brief ingingen op meerdere aspecten van hun toekomst, wat op een vollediger toekomstbeeld duidt.

Dit sluit aan bij resultaten uit eerder onderzoek dat niet alleen het denken aan de toekomst, maar juist ook de inhoud en volledigheid van het beeld van de toekomstige zelf van invloed is op delinquente beslissingen.

Deelnemer aan het experiment kijkt zijn virtuele toekomstige zelf in de ogen.
NSCR

De toekomstige zelf ontmoeten

Het tweede experiment werd uitgevoerd in het virtual reality lab van het Network Institute van de Vrije Universiteit. Deelnemers aan dit experiment werden door middel van virtuele realiteit daadwerkelijk geconfronteerd met een realistische versie van hun toekomstige, verouderde zelf.

Met behulp van een computerprogramma werden portretfoto’s van de deelnemers, mannelijke en vrouwelijke studenten van de Vrije Universiteit Amsterdam tussen de 18 en 26 jaar, verouderd en gedigitaliseerd. Vervolgens werd de deelnemers gevraagd een 3-dimensionale virtuele kamer binnen te gaan, waarin ze konden rondlopen alsof het een normale kamer was. Ze kregen daarbij de opdracht goed naar zichzelf te kijken in de spiegel die in de virtuele kamer was opgehangen. Op deze manier keken deelnemers uit de experimentele groep hun toekomstige zelf dus recht in de ogen. Deelnemers in de controlegroep waren niet verouderd en zagen derhalve hun huidige, onveranderde zelf, in de spiegel.

Na uit de virtuele omgeving te zijn gestapt, maakten de deelnemers in een aparte ruimte een korte quiz, die ogenschijnlijk ongerelateerd was aan het onderzoek. Bij het behalen van een hoge score op de quiz konden ze €7,- winnen (een verdubbeling van de reguliere beloning van €7,- voor het experiment). Dit was de deelnemers verteld toen ze door de onderzoekers werden aangesproken op de campus van de universiteit om deel te nemen aan het experiment, zogenaamd als extra lokkertje om mee te doen.

Deelnemers konden na het invullen van de quiz zelf hun score controleren en bij een hoge score de envelop waar de €7,- in zat meenemen. De quiz was echter zo ontwikkeld dat het onmogelijk was om de hoge score te behalen. Indien een deelnemer toch het geldbedrag claimde, kon er dus van worden uitgegaan dat hij/zij vals had gespeeld en dus gefraudeerd.

Uit de resultaten van het experiment bleek dat deelnemers die met hun virtuele toekomstige zelf geconfronteerd waren in de spiegel, significant minder vaak onterecht het geldbedrag claimden dan degenen uit de controlegroep. Met andere woorden, een confrontatie met de toekomstige zelf kan tot een reductie van delinquent gedrag leiden.

Het stelen van een verkeersbord of overtreden van verkeersregels betekent nog niet dat je een geboren crimineel bent. Maar criminele carrières blijken wel vaak te beginnen met regelovertredend gedrag en kleinere delicten.

Verminderen criminele neigingen

In het onderzoek is naar kleine criminaliteit gekeken, en zijn geen ernstige misdrijven onderzocht. Maar, zo menen de onderzoekers, criminele carrières beginnen meestal niet met zware delicten, maar met kleine criminaliteit en regelovertredend gedrag dat op termijn escaleert.

De studie bevestigt het idee dat delinquentie kan worden veroorzaakt door een beperkt vermogen om zichzelf in de toekomst voor te stellen. De resultaten tonen aan dat personen die een levendiger en scherper beeld van zichzelf in de toekomst hebben, meer toekomstgericht handelen en zo minder geneigd zijn tot delinquent gedrag. Deze bevindingen zijn niet alleen theoretisch gezien relevant, maar kunnen mogelijk ook bijdragen aan de ontwikkeling van effectievere preventie- en interventieprogramma’s.

Jean-Louis van Gelder, Hal Hershfield en Loran Nordgren publiceerden juni 2013 het artikel Vividness of the Future Self Predicts Delinquency over dit onderzoek in het tijdschrift Psychological Science.

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
© Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 juni 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.