Je leest:

Migratie en integratie toen en nu

Migratie en integratie toen en nu

Auteur: | 22 mei 2008

Prof.dr. Leo Lucassen werpt de vraag op in hoeverre kleur en religie barrières vormen voor integratie. ‘Immigratie is iets van alle tijden. In die zin is de huidige situatie niet anders dan een paar eeuwen terug.’

De samenstelling van de immigrantenpopulatie is de laatste decennia echter behoorlijk veranderd. Het gros der immigranten komt tegenwoordig uit niet-Europese landen. Dat betekent dat zij vaak een andere huidskleur en een andere geloofsovertuiging hebben dan de autochtone bevolking. Heeft dit tot gevolg dat de integratie moeizamer verloopt? Is integratie überhaupt nog wel mogelijk?’

Hongaarse vluchtelingen arriveren op het Centraal Station te Utrecht (1956). Bron: Het Utrechts Archief

Vroeger en nu

Migratie en integratie zijn onderwerpen die tegenwoordig niet meer zijn weg te denken uit het publieke debat in West-Europa. Maar hoe werd vroeger tegen deze vraagstukken aangekeken? Verloopt de integratie van nieuwkomers de laatste jaren werkelijk moeizamer dan voorheen? En bestaan hierin verschillen tussen mannen en vrouwen? Dergelijke vragen staan op woensdag 25 april centraal tijdens het symposium Migratie naar Nederland in de 20ste en 21ste eeuw, georganiseerd door Stichting Leidschrift in samenwerking met de Vereniging Oud-Geschiedenisstudenten Leiden (VOGeL). Diverse aspecten van migratie en integratie worden door een viertal specialisten vanuit een historisch perspectief belicht. Twee van de sprekers zijn de Leidse historici Leo Lucassen en dr. Marlou Schrover.

Kleurvermenging

Lucassen is niet zo pessimistisch over de mogelijkheid van integratie. ‘Zeker uiterlijke verschillen blijken over langere tijd geen onoverkomelijke barrière. Kleur doet er minder toe dan je misschien zou denken.’ De historicus baseert zich daarbij op demografische gegevens over gemengde huwelijken. ‘Met name koloniale immigranten hebben zich in West-Europese landen al binnen twee generaties vermengd met de blanke bevolking. Aanvankelijk zag het daar niet naar uit. De Keep Britain White-beweging van Enoch Powell, die zich afzette tegen de komst van West-Indiërs, genoot in de jaren ’50 en ’60 bijvoorbeeld een overweldigende populariteit in Engeland. Maar nu, een halve eeuw en één generatie later, trouwt bijna 50% van de West-Indische Engelsen met een blanke partner.’

Leo Lucassen: ‘Ik ben niet zo pessimistisch.’

Godsdienstbarrière

Religie blijkt in de praktijk een grotere barrière voor integratie dan kleur. ‘Met name bij aanhangers van religies die nog geen pendant kenden in West-Europa, in het bijzonder de islam en het hindoeïsme, treedt veel minder vermenging op met de oorspronkelijke bevolking. Slechts 5% van de in Nederland geboren Turkse Nederlanders trouwt bijvoorbeeld met iemand buiten de eigen etnische groep.’ Religie hoeft echter geen absolute barrière te zijn voor integratie, betoogt Lucassen. ‘In Frankrijk zie je bijvoorbeeld dat Algerijnse moslim-immigranten, ondanks de problemen die zich in de Parijse voorsteden manifesteerden, zich al redelijk vermengd hebben met de christelijke bevolking. Dat zou je deels kunnen verklaren door de koloniale binding, en deels door een overheidsbeleid dat sterk is gericht op culturele eenheid. Los van de vraag wat wenselijk is, is integratie tussen religies onder bepaalde voorwaarden dus wel degelijk mogelijk.’

Genderverschillen

Een tweede Leidse spreker tijdens het symposium is Marlou Schrover, Vici-winnaar in 2006. Zij zal net als Lucassen ingaan op de recente migratiegeschiedenis, maar concentreert zich daarbij op verschillen tussen mannen en vrouwen. Dat is lange tijd een onderbelicht aspect van migratie gebleven. Schrover: ‘Wanneer men het in de jaren ’60 over migratie had, sprak men impliciet alleen over mannen. De laatste decennia is er gelukkig steeds meer aandacht voor vrouwelijke immigranten gekomen, want in aantal doen zij nauwelijks onder voor mannelijke immigranten. Toch heeft er nog weinig theorievorming plaatsgevonden over genderverschillen in migratie. Met mijn onderzoeksgroep probeer ik in die lacune te voorzien.’

Marlou Schrover: ‘In het politieke en publieke debat worden vrouwelijke immigranten vaak afgeschilderd als kwetsbaar en zielig. Daarmee wordt hun afhankelijke positie in stand gehouden.’

Kwetsbaarheidsretoriek

In welk opzicht onderscheiden mannelijke en vrouwelijke immigranten zich van elkaar? Schrover ziet met name verschillen in hun sociale netwerken. ‘Opvallend is bijvoorbeeld dat vrouwelijke immigranten in hun contacten meer gericht zijn op het land van vestiging dan mannelijke immigranten. Dit druist in tegen het passieve beeld van vrouwelijke immigranten dat vaak in het politieke en publieke debat wordt geschetst’. Meer in het algemeen betreurt Schrover het dat vrouwelijke immigranten consequent een hulpbehoevende rol krijgen toegedicht. ‘Voor zover vrouwelijke immigranten kwetsbaarder zijn dan mannelijke immigranten, wordt hun kwetsbaarheid versterkt door de manier waarop over hen gesproken wordt. Door migrerende vrouwen af te schilderen als zielig, wordt hun afhankelijke positie in stand gehouden.’

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 mei 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.