Je leest:

Microfossielen doen twijfel ontstaan aan ‘sneeuwbal-aarde’

Microfossielen doen twijfel ontstaan aan ‘sneeuwbal-aarde’

Auteur: | 12 januari 2004

Volgens sommige wetenschappers was de aarde in het verre verleden volledig bedekt met ijs. Veel deskundigen menen dat tal van gesteenten uit die tijd juist niet gevormd zouden kunnen zijn bij een wereldwijd ijsdek. Microfossielen uit Death Valley lijken hen gelijk te geven.

Andere argumenten tegen een wereldwijde vergletsjeringsfase in deze tijd (het Sturtien) worden aangedragen door paleontologen: hoe zou het leven op aarde een complete bedekking met ijs en sneeuw – gedurende miljoenen jaren – hebben kunnen doorstaan? En als het leven dat al zou hebben gekund, had er dan niet een dramatische aanpassing van de levensvormen moeten plaatsvinden? Voor zo’n drastische veranderingen van levensvormen zijn tot nu toe evenwel geen of weinig duidelijke aanwijzingen gevonden.

Integendeel, gesteenten uit deze tijd die nu in Death Valley aan het oppervlak komen, geven juist aan dat het leven zich niets van zo’n langdurig ijstijdvak heeft aangetrokken. Onderzoekers van twee universiteiten in California stelden dat vast door de vergelijking van microfossielen uit enerzijds gesteenten die gevormd moeten zijn tijdens ‘sneeuwbal-aarde’ en anderzijds gesteenten die daarvoor ontstaan moeten zijn.

Ze troffen microfossielen aan in een dun kalklaagje dat direct geassocieerd kan worden met een soort verharde keileem die tijdens ‘sneeuwbal-aarde’ zou zijn gevormd. Het betreft zowel prokaryoten als eukaryoten, primitieve eencellige organismen die respectievelijk nog geen en wel een celkern hebben. Daarnaast vonden ze stromatolieten, een nog steeds niet volledig opgehelderd vorm van onregelmatige laagjes, waarvan de meeste onderzoekers vermoeden dat die zijn gevormd door de afzetting van kalk op de (microscopisch kleine) blaadjes van algen die – ook al weer waarschijnlijk – een soort kolonies vormden.

Het opvallende aan al deze microfossielen in het onderzochte kalklaagje is dat ze volledig overeenkomen met fossiele microorganismen uit vuursteen die voorkomt in het pakket dat dateert van voor de Sturtien-vergletsjering, en waarvan bekend is dat ze leefden in een ondiepe zee waarin kalksteen werd gevormd (een vergelijkbare situatie als in het Nederlandse Krijt, waar in diverse kalksteenlagen ook vuursteen met microfossielen voorkomt), en die dus waarschijnlijk relatief warm water bevatte.

De conclusie die hieruit moet worden getrokken is, volgens de onderzoekers, dat zelfs de microorganismen die in een warme, ondiepe zee leefden, geen merkbare last ondervonden van wel zeer dramatisch veranderende leefomstandigheden. Het voorkomen van deze microorganismen in afzettingen die ten tijde van ‘sneeuwbal-aarde’ werden gevormd is bovendien in volstrekte tegenspraak met de gepostuleerde massauitsterving die – zeker onder de meer ontwikkelde eukaryoten – zou moeten hebben plaatsgevonden bij het begin van de vergletsjering. Het lijkt de onderzoekers dan ook veel waarschijnlijker dat de Sturtien-vergletsjering in de toenmalige tropische gebieden niet zo’n grote invloed heeft gehad als op hogere breedte, waar het leven wel degelijk een behoorlijke knauw kreeg. Ze menen dan ook dat de uitbreiding van het ijs op zee niet wereldwijd kan zijn geweest, en dat er dus geen sprake was van een ‘sneeuwbal-aarde’.

Literatuur

Corsetti, F.A., Awramik, S.M. & Pierce, D., 2003. A complex microbiota from snowball Earth times: microfossils from the Neoproterooic Kingston Peak Formation, death Valley, USA. Proceedings of the National Academy of Sciences 100, p. 4399-44-4.

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 januari 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.