Je leest:

Micro-evolutie bij Adelie-pinguïns

Micro-evolutie bij Adelie-pinguïns

Bij Adelie-pinguïns is micro-evolutie aangetoond. De genetische veranderingen werden waarschijnlijk versneld door afgebroken ijsbergen.

Onderzoek naar evolutie is niet de gemakkelijkste tak van sport. Het is allemaal lang geleden en je kan niet zomaar een experiment opzetten, want dat zou veel te lang duren. Zo zijn meerdere onderzoekers al bezig geweest om micro-evolutie over een lange termijn te ontdekken. Micro-evolutie is verandering in genfrequenties (zie afbeelding 1) binnen de soort. Dit kan onder bepaalde omstandigheden leiden tot soortvorming, bijvoorbeeld als de ene populatie zich anders ontwikkelt dan de andere populatie en de dieren elkaar niet meer als soortgenoten herkennen. Maar de onderzoeken leveren nog niet veel op, want vaak gaat het onderzoek maar 200 jaar terug (dat is evolutionair gezien erg karig), zijn er twijfels over resultaten of is het materiaal niet betrouwbaar genoeg.

Afbeelding 1: Genfrequentie is een maat voor hoe vaak een bepaald allel voorkomt in een populatie t.o.v. de andere allel(en). Bijvoorbeeld: er zijn 2 allellen, R en r, voor bloemkleur. De populatie bestaat uit 10 individuen, waarvan 6 RR, 4 Rr, en 1 rr. p = de genfrequentie van R = 14/20 = 0,7. q = de genfrequentie van r = 6/20 = 0,3.

Voor dit onderzoek is DNA van lang geleden nodig en ook nog van goede kwaliteit en voldoende kwantiteit. Dankzij de leefwijze van Adelie-pinguïns ( Pygoscelis adeliae) is het David Lambert en zijn collega’s gelukt om aan dergelijk DNA te komen. Adelie-pinguïns leven in kolonies, dus met duizenden op één plek (zie afbeelding 2). Om zich voort te planten keren ze meestal terug naar de kolonie waar ze geboren zijn. Daardoor ontstaat er in de loop van de tijd een laag overblijfselen (beenderen, poep, veren, stukjes eischaal e.d.) van de voorouders van de huidige pinguïns, die door de kou goed bewaard is gebleven.

Afbeelding 2: Een pinguïnkolonie kijkt naar de rug van de vijand: een zeeluipaard die ligt te zonnen Bron: PNAS

De Nieuw-Zeelandse wetenschappers hebben op Inexpressible Island, Antartica, genoeg DNA uit de pinguïnbotten weten te halen. Zij hebben 9 stukjes van dit 6000 jaar oude DNA vergeleken met het DNA van de huidige pinguïnkolonie en zij vonden duidelijke verschillen in genfrequentie. De onderzochte stukjes DNA codeerden niet voor eiwitten, waardoor ze zeker wisten dat de veranderingen niet veroorzaakt waren door natuurlijke selectie. Het zou wel door mutaties en genetische drift (zie afbeelding 3 en het eerste Kennislink artikel bij de bronnen) kunnen komen, of door het mengen van populaties.

Afbeelding 3: Genetic drift (genetische drift) zijn toevallige verschuivingen in genfrequentie klik hiernaast voor de complete afbeelding

Dat laatste zal niet vaak gebeuren, omdat de pinguïns meestal teruggaan naar hun oude kolonie. Daarom hadden Lambert en zijn groep verwacht dat de genetische samenstelling in 6000 jaar niet zoveel veranderd zou zijn. Toch heeft men een mogelijke oorzaak gevonden voor de gevonden resultaten. De onderzoekers volgden grote aantallen pinguïns, nadat zij ze als jong hadden geringd. In 2001 is een enorm stuk ijsberg afgebroken van het Ross IJsplateau en richting de nestkolonies gedreven. De ijsberg sneed de route naar hun oude stekkie af, waardoor sommige pinguïns in andere kolonies teruggevonden werden. Waarschijnlijk is er in de loop van de geschiedenis vaker een ijsberg afgebroken en heeft dit de micro-evolutie versneld.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 november 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE