Je leest:

Met nekpijn in de helikopter

Met nekpijn in de helikopter

Auteur: | 17 maart 2010

Nekpijn vormt een beroepsrisico voor militaire helikopterpiloten: één op de vijf heeft er vaak last van. De klachten hebben te maken met de houding waarin ze werken, de zware uitrusting op het hoofd, de trillingen van het toestel en het aantal vlieguren dat op hun conto staat.

‘Militairen zijn geen watjes, je zult ze niet zo gauw horen klagen’, vertelt onderzoekster Marieke van den Oord. Toch wilde de ergonome onderzoek doen naar nekklachten bij de helikopterpiloten van de Nederlandse luchtmacht. Toen ze na haar studie Bewegingswetenschappen aan de slag ging bij het Centrum voor Mens en Luchtvaart van de Koninklijke Luchtmacht kreeg ze daar namelijk vragen over van fysiotherapeuten en van degenen die het materieel verzorgen.

‘Helikopterpiloten en loadmasters, militairen die achterin de helikopter hun werk doen, dragen zware uitrustingen op hun hoofd’, legt Van den Oord uit. ‘Om te beginnen de helmen, waaraan bij missies in het donker ook nog eens nachtkijkers bevestigd worden. Maar dan verschuift het zwaartepunt van de uitrusting naar voren, en moet je behoorlijk tegengas bieden met je nekspieren om je hoofd rechtop te houden.’ Daar hebben de piloten zelf al een oplossing voor bedacht: door het aanbrengen van contragewichten aan de achterkant van de helm hopen ze de balans weer te herstellen. Dat gebeurt echter op gevoel, en of dat goed werkt is nooit uitgebreid onderzocht.

Van den Oord: ‘Al deze facetten wilde ik meenemen in mijn onderzoek. Om zo eerlijk mogelijke antwoorden te krijgen van de militairen deed ik de research buiten hun jaarlijkse medische keuring om. Daarbij gebruikte ik anonieme vragenlijsten.’

De trillingen van het toestel, de onhandige houding en het grote aantal vlieguren dat militaire helikopterpiloten maken, zorgen in veel gevallen voor nekklachten.
James Dung, Wikimedia Commons

Haar werkgever stemde erin toe dat ze van haar onderzoek een promotietraject maakte. Op zoek naar een promotor kwam Van den Oord terecht bij prof. Monique Frings-Dresen en Judith Sluiter (co-promotor) van het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid in het AMC, dat zich met name richt op beroepsziekten. Inmiddels is de ergonome halverwege haar onderzoek en publiceerde zij haar eerste bevindingen onlangs in bladen als Military Medicine en Aviation Space and Environmental Medicine.

Onhandige houding

Eerst bracht Van den Oord in kaart hoe vaak nekklachten voorkomen bij helikopterpiloten en loadmasters van de luchtmacht en de marine. Driekwart van de piloten vulde de vragenlijsten in: 103 mannen en 10 vrouwen. 43 procent van hen had in een jaar tijd wel eens nekpijn gehad en 20 procent rapporteerde regelmatig of continu pijn in de nek te hebben gehad. Bij de 44 loadmasters lagen de percentages hoger: 61 en 32 procent.

Van den Oord zette deze cijfers af tegen de gegevens uit een studie van TNO, die 22.000 Nederlanders met uiteenlopende beroepen vroeg naar bepaalde klachten, waaronder nekpijn. Dat leverde iets hogere percentages op dan bij de piloten: 55 procent meldde het afgelopen jaar een keer nekpijn te hebben gehad en 22 procent had toen regelmatig of continu klachten. ‘Hieruit moet je niet concluderen dat het wel meevalt bij piloten’, nuanceert Van den Oord. ‘De beroepsbevolking die TNO onderzocht, bestond uit alle leeftijdscategorieën, tot aan zestigplussers. Terwijl militair personeel gemiddeld vrij jong is en bovendien in een uitstekende conditie verkeert. Je wordt niet zomaar piloot bij de luchtmacht of de marine. Daarvoor moet je uitgebreide medische en fysieke keuringen doorstaan. Als je het zo bekijkt, zijn de percentages die wij vonden relatief gezien juist hoog. Zeker bij de loadmasters, die van alle onderzochte groepen het hoogst scoorden qua nekklachten.’

Maar wat veroorzaakt de nekpijn? Van den Oord somt op: ‘We zagen dat degenen met klachten significant meer vlieguren hadden gemaakt dan degenen zonder nekpijn. Helikopterpiloten zitten in een onhandige houding, enigszins voorovergebogen. En dan heb je nog de trillingen van het toestel waarin ze vliegen. Daarnaast dragen ze een helm die met een nachtkijker erbij behoorlijk zwaar is. Als je bedenkt dat ze tijdens missies in Afghanistan zo’n acht uur in de helikopter vliegen met een deel van de tijd hun nightvision goggles ofwel NVG’s op, dan is dat een vrij zware belasting van de nek.’

43 procent van de militaire helikopterpiloten heeft in een jaar tijd weleens nekpijn. 20 procent heeft dat zelfs regelmatig of continue. Bij loadmasters liggen de percentages nog hoger; op 61 en 32 procent.
FotoFyl, Wikimedia Commons

Natuurlijk zou het kunnen dat de een wat zwakkere nekwervels of -spieren heeft dan de ander en daardoor sneller nekklachten krijgt, dus dat werd ook onderzocht. Zo keek Van den Oord naar de mobiliteit (bewegingsvrijheid) van de nek, naar spierkracht en naar bewegingszin (propriocepsis), zeg maar bewegingen die je maakt zonder dat je visueel hoeft te controleren of je het goed doet. ‘Als je bewegingszin niet goed is, dan kan het bijvoorbeeld voorkomen dat je hoofd te ver naar voren helt terwijl je denkt dat je het rechtop houdt’, verklaart Van den Oord. ‘Mocht blijken dat dit soort fysieke verschillen de boosdoener zijn, dan zou je speciale trainingsprogramma’s kunnen ontwikkelen. Maar onderzoek naar zulke verschillen leverde niets op.’

Transporthelikopter

Uiteindelijk wil Van den Oord met adviezen komen hoe nekklachten vermeden kunnen worden. ‘Aan het aantal vlieguren is weinig te doen, want ervaring is belangrijk. Bovendien is de vliegduur tijdens missies in bijvoorbeeld Afghanistan moeilijk te reguleren. Daarom richt ik mijn aandacht op de werkplek.’ Zo wees haar onderzoek uit dat het uitmaakt in welke helikopter je zit. Het onderzochte militaire personeel vloog in drie verschillende toestellen: een maritieme helikopter, een transporthelikopter en een gevechtshelikopter van het Defensie Helikopter Commando. Piloten op de transporthelikopter hadden de meeste nekklachten.

Een verklaring daarvoor is dat marinevliegers geen nachtkijkers gebruiken (al gaat dat binnenkort veranderen). Degenen die de meeste vlieguren maakten met de NVG’s op, meldden het vaakst nekpijn. Van den Oord: ‘Omdat nachtvluchten steeds belangrijker worden, is het des te belangrijker om aan preventie te doen.’

Lichter materiaal waaruit de helmen en nachtkijkers vervaardigd worden, zou een oplossing kunnen zijn. ‘Al letten de fabrikanten van de helmen daar al op. Op een gegeven moment loop je tegen de grenzen van de techniek aan. Misschien kunnen we wel iets aan de configuratie van de helm en de nachtkijker veranderen.’ Van den Oord interviewde enkele piloten over de oplossingen die ze zelf bedenken om de belasting van de helm te verminderen. Zoals het aanbrengen van contragewichten. Standaard liggen er op de luchtmachtbasis gewichtjes van 50 tot 150 gram die ze zelf op hun helm kunnen plakken. Uit vervolgonderzoek moet blijken of dat effectief is en hoe hoog dan het ideale contragewicht zou moeten zijn.

Een helm met nachtkijker is behoorlijk zwaar. Acht uur vliegen met zo’n helm op is dan ook een grote belasting voor de nek.
Wikimedia Commons

Zo’n gewicht zou in sommige gevallen overigens negatief kunnen uitpakken, vermoedt Van den Oord. Zeker bij de loadmasters, die soms liggend op hun buik of (staand) licht vooroverhangend uit de helikopter kijken om alles wat daarachter gebeurt in de gaten te houden. Als zij hun hoofd naar buiten steken, wordt het door al die toevoegingen flink naar beneden gedrukt.

Een andere oplossing die de ergonome in haar vizier heeft, is het versterken van nek- en schouderspieren door middel van allerlei oefeningen. ‘Dat spoor heb ik nog niet helemaal verlaten. Maar eerst ga ik aan de slag met die helm.’

Dit artikel is een publicatie van AMC Magazine.
© AMC Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 maart 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.