Je leest:

Met (het) oog op morgen

Met (het) oog op morgen

Auteur: | 11 mei 2007

In vaste verbindingen als ‘met het oog op’ en ‘aan de hand van’ lijken de lidwoorden steeds vaker achterwege te worden gelaten. Wat kan hierachter zitten? En wat moeten we eraan doen: bombrieven sturen naar overtreders of de zaken op hun beloop laten?

In Dickens’ ‘David Copperfield’ komt een kostschoolhouder voor die werkt aan een Grieks woordenboek. Het is de eigenaar van de school waar de jonge David eindelijk, door toedoen van zijn tante Betsey Trotwood, een rustige tijd beleeft. Een aardige maar wat wereldvreemde man, die kostschoolhouder. Al zijn vrije tijd steekt hij in dat woordenboek. Altijd heeft hij in zijn broekzakken briefjes en strookjes papier, met weer een Grieks woord dat erin moet.

Hij komt verschillende keren ter sprake; ook lang nadat David van school is. We horen steeds dat hij goed vooruitgaat met zijn woordenboek. Maar voor de lezer is al bij de eerste vermelding duidelijk dat het er nooit komt. Op de voorlaatste bladzijde wordt hij, intussen hoogbejaard, nog eenmaal genoemd. En Dickens vertelt ons dat hij dan “…ergens in de letter ‘D’” is.

Lidwoordloze ogen

Op de een of andere manier heeft die kostschoolhouder me erg getroffen. Ik denk vaak aan hem. Waarschijnlijk omdat ik ook altijd met briefjes en knipsels in de weer ben voor een dik boek. En ik sluit niet uit dat ook mijn omgeving al sedert de eerste vermelding een hard hoofd heeft in de voltooiing ervan. Het moet overigens niet een Grieks woordenboek worden, maar een geschiedenis van onze grammatica. Wat staat er op zo’n briefje van mij? Bijvoorbeeld deze zin, genoteerd uit NRC Handelsblad van 13 november 2002:

- “(…) een groot aanbod aan kleding, voedsel en (…) met oog op het einde van de heilige maand.”

Dat is een zin om te noteren. Overigens gaat zoiets tegenwoordig vaak rechtstreeks in de computer, maar dat heeft nu geen belang.

illustratie: Matthijs Sluiter

Opgeruimd

Zo’n zin is het noteren waard, omdat ik zelf, denk ik, zou schrijven: ‘met het oog op’. Ik ben daar overigens niet helemaal zeker van. Misschien zeg ik ook wel eens ‘met oog op’. Maar meestal toch ‘met het oog op’. Hoe zit dat? In woordenboeken kan ik niets vinden over ‘met oog op’. Alleen maar ‘met het oog op’. Een kleine rondgang op het internet levert veel voorbeelden zonder lidwoord op. Zoals:

- “Het bestuur van de Chinese hoofdstad Peking heeft het spugen op straat verboden. De maatregel is een nieuwe poging de miljoenenstad ‘schoon’ te maken met oog op het communistische partijcongres in november en de Olympische Spelen van 2008.” . - “Mede met oog op het personeel is het goed als er rust komt aan dit front.”

- “(…) dit met oog op een aangenamer en vlotter rijgedrag.”

Overigens vind je daar nog heel veel meer gevallen mét lidwoord. Toch, de lidwoordloze ogen zijn niet zeldzaam. Ik begin te denken dat er iets aan het veranderen is, en dat ‘met het oog op’ stilletjes bezig is te worden tot ‘met oog op’. De voorbeelden klinken me al niet eens zo gek in de oren. Gauw noteren dus; want wellicht vind ik er over tien jaar niets bijzonders meer aan.

Zijn er meer van die gevallen? Hoe staat het met ‘in de loop van’? Daar zou ‘in loop van’ mij toch raar aandoen. En ik denk: de meeste mensen. Toch komt het al geregeld voor. Wie zoekt op ‘in loop van’, vindt genoeg voorbeelden:

- “IT-Bedrijf marviQ wil in loop van 2002 naar de beurs.”

- “In loop van het schooljaar zijn er in het basisonderwijs gemiddeld ongeveer 1000 nieuwe vacatures (FTE) ontstaan per maand.”

- “Ik hou het erop dat woensdag en donderdag zachter zijn en dat in loop van donderdag een overgang plaatsvindt naar koude noordelijke stroming.”

Nu word ik helemaal nieuwsgierig, en ik ga ook eens zoeken naar ‘aan hand van’ en ‘in licht van’. Massa’s voorbeelden:

- “In de lezing Vormstudie wordt aan hand van historische voorbeelden (o.a. Amsterdam, Barcelona en Bath) een kort overzicht gegeven van verschillen in benaderingen bij de ruimtelijke organisatie van de stad.”

- “Daarvoor wijzen wij u de weg aan hand van aanbevolen lectuur en lijstjes met gespecialiseerde musea.”

- “De samenstelling van de VN-Veiligheidsraad dient herbekeken te worden in licht van de actuele situatie.”

- “Het is in licht van deze sociale voorzieningen dat bij het bedrijf voortdurend onderzoek werd verricht aan de arbeidsomstandigheden.”

Het ziet ernaar uit dat deze zogenoemde voorzetseluitdrukkingen bezig zijn hun lidwoord te verliezen. Als dat zo is, is de oorzaak van de verandering niet ver te zoeken. Lidwoorden hebben in onze taal een functie als ze bij een zelfstandig naamwoord staan, waardoor we ze niet zo gauw zullen weglaten. Maar ‘met het oog op’ en ‘aan de hand van’ en soortgenoten zijn al heel lang vaste verbindingen. De eenheid als geheel doet nu dienst als voorzetsel. Binnen dat geheel verliezen de delen hun oorspronkelijke karakter.

‘Oog’ en ‘hand’ bijvoorbeeld hebben in de combinatie niet meer de vrijheid om in het meervoud te staan ( ‘aan de handen van’), een onbepaald lidwoord te krijgen ( ‘aan een hand van’) of een bezittelijk voornaamwoord ( ‘met je oog op’). ‘Oog’ en ‘hand’ zijn, in de combinatie, eigenlijk geen autonome zelfstandige naamwoorden meer. Geen wonder dat een lidwoord erbij dan ook niet meer zo nodig is. En wat overbodig is, wordt dikwijls opgeruimd in taal.

Daar komt nog bij dat de meeste andere voorzetseluitdrukkingen het altijd al zonder lidwoord deden, zoals ‘naar aanleiding van’, ‘in verband met’, ‘door toedoen van’, ‘in plaats van’, ‘met behulp van’ en vele andere. Alle talen hebben de neiging om inconsequenties in hun systemen, waar mogelijk, weg te werken.

Toch is niet gezegd dat we in de toekomst alleen nog ‘aan hand van’ en ‘in loop van’ zullen hebben. Ik houd dat voor waarschijnlijk, maar het is niet zeker. Als de taalgemeenschap om wat voor reden dan ook wenst vast te houden aan het lidwoord in ‘met het oog op’, als eindredacteuren en uitgevers streng steeds weer blijven verbeteren, als ons onderwijs er eendrachtig de schouders onder zet, als ook het televisiejournaal standvastig het lidwoord blijft gebruiken en ook alle reclamebureaus, personeelsdirecteuren en bedrijfsleiders bij Albert Heijn, het zal waarachtig niet eenvoudig zijn, maar dan kan het. Dan kan dat lidwoord behouden blijven in ‘met het oog op’. En ook in ‘aan de hand van’, ‘in het licht van’ en ‘in de loop van’. Weliswaar tegen de stroom in, maar toch…Misschien.

Schande!

Over dit soort taalveranderingen is onlangs veel onzin in de kranten verschenen naar aanleiding van een congres hierover in Amsterdam. Een serieus congres van taalkundigen die daar iets over weten. Het is gevaarlijk om daar personen bij toe te laten die er geen lor van weten. Maar kom, er was ook niks geheims. Enfin, dat hebben we geweten.

Er kwam daar een juffrouw van de Volkskrant, en die heeft er een stukje over geschreven. Strekking van haar verhaal: alles wat nu fout is, zal over tien jaar goed Nederlands zijn; en de taalkundigen vinden dat wel best. Dat had weliswaar niemand gezegd, maar van hetgeen er wel gezegd was, begreep ze weinig. Ik weet dat zo zeker omdat ze mij om uitleg heeft gevraagd. Binnen enkele dagen grote artikelen in alle kranten, en een stroom van ingezonden stukken. Schande! En toen we dachten alles wel zo’n beetje gehad te hebben, spuit elf Rudy Kousbroek.

Veel van die stukken kwamen op hetzelfde neer. Over wat feitelijk gaande is in onze taal weten de stukkenschrijvers van toeten noch blazen; men heeft eens de klok horen luiden en klaagt daarover steen en been; en veelal de kern van het zeer: de taalkundigen doen er niks aan.

Wat is daarvan aan? Neem nu eens dit heel concrete geval: de vermoedelijke wegval van het lidwoord in ‘met het oog op’, ‘aan de hand van’, enzovoort. Op dat congres ging het namelijk ook steeds over zulke heel concrete gevallen. Als het waar is dat het lidwoord inderdaad bezig is weg te vallen uit ‘met het oog op’ enzovoort (en zoals gezegd, dat is lang niet zeker, maar we moeten naar de toekomst kijken en kunnen niet wachten tot ook het personeel van de Volkskrant het inziet), is dat dan erg?

Niet om het een of ander, maar dit is een serieuze vraag. En ik ben niet tevreden met ‘ja’ of ‘nee’. De een houdt van spinazie en de ander van rodekool. Maar hier wil ik graag een goed beargumenteerd antwoord. Als u het een slechte zaak vindt, waarom? Of als u het wel best vindt, of zelfs een grote vooruitgang, waarom? Ik moet u eerlijk bekennen dat ik tot op heden geen argument weet om voor of tegen te zijn. En in al die mopperstukken in de dagbladen heb ik er ook niet kunnen vinden. Noch pro, noch contra. Laat iedereen vrijelijk het woord nemen, maar zeg iets zinnigs.

Volksbeweging

Laten we nu eens aannemen dat die wegval van het lidwoord funest is (voor wie of voor wat, en heel de argumentatie houd ik dan even van u tegoed). Wat dan? Wat kunnen we ertegen doen? Zou iemand als Rudy Kousbroek dan niet veel beter, in plaats van in dagbladen en tijdschriften onvriendelijke dingen over taalkundigen te schrijven, zijn tijd besteden aan het bezoeken van middelbare scholen overal in Nederland en Vlaanderen, hoofdredacteuren met e-mails bestoken, actiegroepen oprichten in Assen, Voorburg en Zeist, en bombrieven sturen naar overtreders in de media? Enfin, ik noem maar wat, want wellicht weet hij veel effectievere methoden. In ieder geval blijven hameren op de boodschap: in ‘met het oog op’ moet een lidwoord staan. Niet vergeten! Net als in ‘aan de hand van’ en ‘in het licht van’.

Ondertussen houd ik mij aan mijn stelregel dat ik zonder redelijk argument geen standpunt inneem. Het is schandalig, maar ik ben niet anders. Ik kan erbij vertellen dat ik zelf schrijf: ‘met het oog op’ en ‘aan de hand van’ (als ik me nergens vergist heb). Niet omdat ik dat beter vind, maar omdat ik de leeftijd heb om een beetje conservatief te worden. Ik hoop dat u zich daar niet te zeer aan stoort.

En misschien heb ik, door altijd met van die briefjes en knipsels op zak te lopen, en daar een stukje over te schrijven, de mensheid nu wel de ogen geopend voor wat er gaande is, en zo het pad geëffend en het startsein gegeven voor een waarlijke volksbeweging die met onstuitbare kracht het lidwoord in ‘met het oog op’ voor de komende driehonderd jaar veilig stelt. Het is mogelijk, maar ik houd het voor onwaarschijnlijk. Me dunkt dat de Kousbroeken onder ons aan zet zijn. We zullen zien wat al die publiek geuite bekommernis waard is.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.