Je leest:

Met dank aan de gele koorts

Met dank aan de gele koorts

Auteur: | 11 juli 2003

Genen van andere gevaarlijke ziekteverwekkers inbouwen in het gelekoortsvirus, dat klinkt meer als een activiteit voor bioterroristen dan een manier om de derde wereld vooruit te helpen. Toch doen de LUMC-onderzoekers die knutselen aan gevaarlijke virussen dat, en met de beste bedoelingen. Is hun knip- en plakwerk niet riskant? En waar is het eigenlijk goed voor?

De ontdekking dat gele koorts wordt overgebracht door muggen, stamt uit 1901. In dat jaar publiceerde een commissie die was ingesteld door het Amerikaanse leger over de proeven die ze op mensen hadden gedaan – een van de onderzoekers overleed er zelf aan. In 1937 maakte de Zuid-Afrikaan Max Theiler een vaccin, dat nu nog steeds wordt gebruikt.

Het is een levend vaccin, dus wie zich laat inenten tegen gele koorts, krijgt een ‘levend’ virus ingespoten. Voor zover je van leven kunt spreken bij virussen tenminste. Het gelekoortsvirus bestaat uit niet meer dan wat erfelijk materiaal (RNA), een vetlaagje en enkele eiwitten. Zoals elk virus kan het zich zonder hulp van gastheercellen niet vermeerderen.

Niet in muggen

“Het vaccin is een afwijkende vorm van het virus. Dat kan zich maar relatief langzaam vermeerderen, waardoor het lichaam genoeg tijd heeft om de virusdeeltjes te lijf te gaan”, zegt viroloog dr. Peter Bredenbeek, die veel met het virus werkt. “Die virusvariant kan zich bovendien niet vermenigvuldigen in muggen, dus overdracht van de ene mens naar de andere is uitgesloten. Hoe dat precies komt, weet niemand. En dat zal nog wel even zo blijven, want het zou veel moeite kosten om dat uit te zoeken. Het vaccin werkt goed, dus de noodzaak is niet zo groot.”

Gele koorts komt normaal voor bij apen en kan via muggen worden overgebracht op de mens. Die heeft daar meer last van dan de apen: afhankelijk van de virusstam kan tot de helft van alle geïnfecteerde mensen daaraan overlijden. Afgezien van goede verzorging is er geen behandeling mogelijk. Hoewel een goed werkend vaccin dus al lang beschikbaar is, vallen er in ontwikkelingslanden regelmatig slachtoffers. Dat gebeurt in kortdurende epidemieën. Bredenbeek: “Er is op dit moment een outbreak aan de gang in Soedan. Daarbij vallen meer doden dan tijdens de sarsepidemie, maar je hoort er niemand over.”

Veranderd vaccin

Bredenbeek en postdoc Richard Molenkamp doen proeven met het gelekoortsvirus. Ze willen het vaccin verbouwen. Het gaat ze daarbij niet om een betere bescherming tegen gele koorts, maar om iets anders. Ze denken dat de vaccinstam van het virus in veranderde vorm ook zou kunnen beschermen tegen totaal andere infectieziekten. Hoe werkt dat? “Het idee is, dat je in het virus ook het recept inbouwt voor een eiwit van een ander virus, bijvoorbeeld hepatitis B”, zegt Molenkamp. “Heel veel extra erfelijk materiaal past er niet in het gelekoortsvirus, maar één extra eiwit gaat wel. Als het dan een cel infecteert, gaat die niet alleen de bouwstenen van het gelekoortsvirus produceren, maar ook dat andere eiwit. De bedoeling is dat er daardoor een afweerreactie op gang komt tegen dat eiwit. Raak je later geïnfecteerd met hepatitis B, dan herkent het afweersysteem dat eiwit onmiddellijk en valt aan. Door te vaccineren met een dergelijk recombinant virus ben je dus niet alleen beschermd tegen gele koorts, maar ook tegen hepatitis B. Maar goed, zover is het dus nog niet, en het is maar de vraag of het zover komt.”

Erfelijk materiaal in het gele koorts virus inbouwen is niet eenvoudig. De Leidse virologen publiceerden onlangs een manier om dat te doen (zie kader). Eerder dit jaar verscheen een artikel over een ander recombinant virus dat ze hebben geprobeerd te maken. Molenkamp: “We wilden een virus ontwikkelen dat van binnen vooral bestond uit materiaal van de vaccinvariant van gele koorts, terwijl het van buiten op het hepatitis C virus leek. Dat deden we door genen voor gelekoortseiwitten in het vetlaagje van het virus te vervangen door vergelijkbare genen van het hepatitis C virus. Het idee erachter was een vaccin te maken tegen hepatitis C met de eigenschappen van het gelekoortsvaccin: veilig en effectief. Maar er vormden zich geen virusdeeltjes in geïnfecteerde cellen. Blijkbaar pasten de onderdelen van het bouwpakket niet goed bij elkaar.”

Bastaardvirussen

Bij twee andere virussen, de veroorzaker van dengue (ook bekend als knokkelkoorts) en het westnijlvirus, lukte het wel om bastaardvirussen te maken. Bredenbeek lacht als een boer met kiespijn, want dat laatste had hij zelf willen doen: “Een Amerikaans bedrijf is nu bezig een vaccin tegen het westnijlvirus te ontwikkelen op basis van het gelekoortsvaccin. Dat hadden we hier ook kunnen doen als een aanvraag die ik in 1993 deed gehonoreerd zou zijn. Maar technologiestichting STW vond de plannen ‘niet realistisch’. Tja.”

Bredenbeek en Molenkamp werken aan vaccins voor meerdere tropische ziekten, maar willen niet zeggen welke dat zijn. Bredenbeek: “Bedrijven als Crucell lezen mee, dus ik hou het liever voor me tot we erover gepubliceerd hebben.” Combivaccins worden eerst getest op muizen – dat gebeurt al – en als dat succesvol verloopt, volgen klinische tests.

Sleutelen aan een virus

Het virus dat gele koorts veroorzaakt, is een RNA-virus. Het heeft zijn erfelijke informatie niet vastgelegd in de vorm van DNA, zoals wij, maar als zogenaamd boodschapper-RNA. In een cel kan dit direct naar eiwitten worden vertaald. RNA komt normaal ook in menselijke cellen voor; dan is het een soort afdruk van DNA. Omdat DNA in een laboratorium gemakkelijker te manipuleren is dan RNA, hebben LUMC-onderzoekers dr. Peter Bredenbeek en dr. Richard Molenkamp het virale RNA ‘vertaald’ naar DNA en dat in een bacterie gebracht. Bredenbeek: “Daarmee maak je iets dat in de natuur niet voorkomt, want het virus maakt zelf nooit DNA van zijn RNA. Wij doen het omdat dit de gelegenheid biedt om andere genen in te brengen, waarmee we hopen vaccins tegen allerlei ziekten te ontwikkelen. Na inbreng van zo’n gen maak je dan weer RNA van het DNA en kan het virus zich in een cel laten vermenigvuldigen. Daarbij worden niet alleen nieuwe virusdeeltjes gevormd, maar ook het product van het gen dat je erbij hebt gestopt.”

Aangezien de onderzoekers werken met de ‘tamme’ versie van het gelekoortsvirus, is de kans dat ze daar ziek van worden niet heel groot. Maar toch: “We veranderen het virus, dus je kunt niet voetstoots aannemen dat het veilig is”, zegt Molenkamp. Bredenbeek legt uit dat je voor dergelijk onderzoek allerlei veiligheidsmaatregelen moet nemen. “Je moet voor zulke proeven bovendien toestemming hebben van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM), die inschaalt op welk veiligheidsniveau je dan moet werken. Proeven waarbij het hoogste niveau verplicht is, kunnen we hier niet doen. Nergens in Nederland trouwens, al wordt er bij het RIVM wel een dergelijk lab gebouwd. Vroeger beschikten we in Nederland trouwens wel over zo’n C-III laboratorium, maar dat is weer gesloten omdat het zo weinig gebruikt werd. Het is namelijk heel kostbaar om er te werken. Met name door ‘elf september’ en de miltvuurbrieven die daarna volgden, heeft men besloten dat zo’n faciliteit toch ook in Nederland nodig is.”

Dure kleding

Ook het werken aan het sarsvirus, dat wel in het LUMC gebeurt, is relatief duur vanwege de veiligheidsmaatregelen. “Neem alleen al de speciale kleding die we daarbij dragen”, zegt Bredenbeek. “Voor iedere actie in het sarslab zijn we vijftien euro kwijt aan beschermende kleding, die voor het leeuwendeel maar één keer gedragen kan worden. Het is dus duidelijk dat het werken aan het sarsvirus de afdeling veel geld kost. Nee, dat moet gewoon uit het afdelingsbudget komen.” Financieel wil het dus nog niet zo vlotten, maar als het gaat om aandacht zijn dit goede tijden voor de virologie, beaamt Bredenbeek. Iedereen weet nu wat een virus is. "Virusziekten zijn bijna altijd in het nieuws. Is er geen kippengriep in Hongkong, dan hebben we wel mond- en klauwzeer, vogelpest of varkenspest in Nederland. En recent niet alleen sars, dat nu over zijn hoogtepunt heen lijkt, maar ook een aantal infecties van mensen in de Verenigde Staten met het apenpokkenvirus. En dan moet het seizoen voor het westnijlvirus daar nog beginnen!’

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 juli 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.