Je leest:

Mentale bezuinigingen slecht voor minima

Mentale bezuinigingen slecht voor minima

Auteurs: en | 16 juli 2006

Ons brein doet het het liefst zo zuinig mogelijk als het gaat om het vormen van oordelen over anderen. Hierdoor zijn we geneigd de rol van de omgeving te onderschatten en iemands persoonlijkheid op zijn of haar gedrag te overschatten. Dit kan kwalijke gevolgen hebben, bijvoorbeeld wanneer een psycholoog dat doet. Gelukkig worden psychologen getraind om dit te voorkomen, en kan de rest rekenen op achterdocht om het inschattingsvermogen scherp te houden.

Voor een mentale eurocent op de eerste rij Mensen zijn op psychologisch vlak vaak maar krenten. Voor een eurocent willen we op de eerste rij zitten als het gaat om de mentale inspanning die we bereid zijn te leveren en het resultaat dat we van die inspanning terug willen zien. Met name als het gaat om het achterhalen van de oorsprong van bepaalde gedragingen kiezen we vaak de makkelijke route. Hoe achterhaal je de oorsprong van gedrag eigenlijk en hoe doet een psycholoog dat?

Binnen enkele seconden hebben we een oordeel klaar en weten we precies waarom een persoon zich op een bepaalde manier gedraagt. Iemand die zich asociaal gedraagt is asociaal. Zie daar een verklaring voor het vertoonde asociale gedrag; zaak gesloten. We kunnen na deze conclusie weer gewoon verder gaan met de dingen die we aan het doen waren met de geruststellende gedachte dat we weten waarom de dingen om ons heen gebeuren en waarom die persoon zich zo gedroeg.

Henkjan Smits, één van de juryleden van Idols, werd bijvoorbeeld op menig internetforum -naar aanleiding van zijn opmerking over de zwangerschap van Rafaella – uitgebreid gekarakteriseerd op basis van zijn gedrag. Op deze fora werd de reden van de opmerking van Henkjan gezocht in zijn persoonlijkheid. Hij zou asociaal, bot en oneerlijk zijn. Zaak gesloten, op naar de volgende situatie.

Het is natuurlijk wel een hele efficiënte manier om op deze manier de oorzaak van gedrag van een ander te duiden. Het zorgt ervoor dat je wat meer mentale rekenkracht kan steken in andere, belangrijkere zaken, zoals het onthouden van het boodschappenlijstje, het fantaseren over de komende vakantie of over je geliefde. Het geeft je wat rust en het idee dat je controle hebt over de wereld om je heen.

Het achterhalen van de oorzaak van menselijk gedrag is dan net zoiets geworden als de route die je neemt als je naar school fietst. Eenmaal aangekomen op school kun je je niet meer herinneren wat je onderweg allemaal precies tegengekomen bent. Je bent op een of andere manier op school aangekomen, dat weet je zeker, maar hoe? De weg naar school is volledig geautomatiseerd en we herinneren hem ons alleen als er iets bijzonders gebeurd is onderweg.

Het heeft ook geen zin om alle dingen die je onderweg bent tegengekomen te onthouden. Je gebruikt die opgedane kennis immers niet. Bovendien zou het opslaan van overbodige informatie zonde zijn van de capaciteit van je hersenen. Je hersenen doen op deze manier aan mentale bezuinigingen. Schrap wat je niet nodig hebt. Het achterhalen van de oorzaak van gedrag gaat net zo automatisch en gaat gepaard met dezelfde vorm van bezuinigen.

Maar is mentaal bezuinigen slecht? Het klinkt namelijk allemaal redelijk relaxed en efficiënt. Je filtert weg wat je niet nodig hebt en je bereikt je doel nog steeds. De vraag echter bij elke bezuiniging (dus ook bij een mentale) is of we met deze bezuiniging niet andere problemen veroorzaken met het oplossen van de één. Kunnen we in die korte tijd en met weinig moeite wel een correct oordeel over de oorsprong van iemands gedrag vormen? Of slaan we in de regel de plank finaal mis?

Om de vergelijking te maken met de fietsrit: komen we wel op school aan of staan we opeens met een gepakte rugzak vol met schoolboeken bij de bakker? Het is jammer om te bezuinigen als dat ten koste gaat van de nauwkeurigheid van je oordeel.

We overdrijven de invloed van iemands persoonlijkheid op gedrag

Volgens goed psychologisch gebruik ontstaat een bepaald gedrag van een persoon door het samenspel van de persoonlijkheid van diegene en de situatie waarin die persoon zich bevindt. Bij het vormen van een oordeel over de herkomst van het gedrag van een persoon moet je deze beide factoren dus ook in je overweging meenemen.

Uit bezuinigingsoverwegingen wordt de invloed van de situatie echter vaak naar de achtergrond geschoven en die van de persoonlijkheid overdreven. Bovendien zijn we vaak zo overweldigd door het gedrag dat we niet meer verder zoeken naar andere oorzaken. Henkjan ziet een mogelijke Idol (en mogelijke inkomsten) voor zijn ogen worden ingewisseld voor een zwangerschap. Situatiefactoren spelen dus wel degelijk een rol bij zijn opmerking.

Om een ‘goed’ oordeel te kunnen vellen over de oorsprong van gedrag moet je een viertal zaken meenemen in je redenering (Vonk, 1999). Ten eerste moet je weten wat de achtergrondkenmerken zijn van de situatie waarin een persoon zich bevindt. Henkjan is muziekproducent, hij investeert geld in de Idols show en wil dat dat rendeert. Wellicht spelen zenuwen voor de show of imago mee in de manier en toon waarop de boodschap overgebracht wordt.

Ten tweede moet je een accuraat beeld hebben van een normale reactie van iemand in eenzelfde situatie. Wat zullen anderen in zo’n situatie doen? Was bijvoorbeeld Jerney Kaagman of Eric van Tijn het eens met de opmerking, of, is er al eens eerder een kandidaat van Idols zwanger geraakt?

Ten derde moeten we een correcte koppeling kunnen maken tussen het gedrag en de persoonseigenschap. Is het maken van het type opmerking dat Henkjan maakte een typische opmerking van iemand die asociaal, oneerlijk of bot is? Of kunnen deze opmerkingen ook door een ander type persoon gemaakt worden?

Als laatste is het verder van belang na te denken over de invloed van de situatie op de reactie van de persoon; een correctie voor de situatie. Laat iedereen in dezelfde situatie hetzelfde gedrag zien? We trekken het effect van de situatie af van het gedrag dat vertoond wordt. Als de opmerking van Henkjan alleen door de situatie zou komen is dat effect 100% en blijft er 0% over voor de persoonlijkheid (in de praktijk komt dit extreme voorbeeld natuurlijk nooit, of bijna nooit voor). We kunnen dan niks zeggen over de persoonlijkheid van Henkjan. Wanneer een van deze vier aspecten niet mee worden genomen in de oordeelsvorming over de oorsprong van iemands gedrag bestaat de kans dat de oordeelsvorming misloopt.

Je ziet gelijk hoeveel denkwerk het meenemen van de bovenstaande zaken met zich meebrengt. Stel je voor dat je elke keer, bij iedereen die je tegenkomt een heel dossier zou moeten aanleggen over zijn achterliggende motieven, wat de norm is in zo’n situatie en of dat al vaker voorgekomen is. Dan kom je elke dag niet verder dan de keuken, waar je je afvraagt waarom je moeder dit keer een ei voor je bakte.

Het gevolg van de bezuiniging is dus dat je de invloed van de situatie naar de achtergrond schuift en die persoonlijkheid naar de voorgrond als het gaat om het zoeken van een oorzaak van bepaald gedrag. Met dit in je achterhoofd moet je de volgende stukjes maar eens lezen:

Een zwerver op straat vraagt je om een euro voor het slaaphuis. Hij staat twee meter van je af maar nog ruik je de zure lucht van alcohol en rotte eieren. Je weigert om geld te geven want het is tenslotte toch zijn eigen schuld dat hij zo op straat moet leven?! Dan had hij maar niet zo zwak moeten zijn om teveel alcohol te drinken en eraan verslaafd te raken. …Eigen schuld of situatie?

Je zusje komt voor de derde keer in één week geld bij je lenen. De eerste keer was het omdat haar lunch door de pestkop van school is afgepakt, de tweede keer omdat ze niet door had dat er een gat in haar broekzak zat. En bij de derde keer denk je: nu is het genoeg geweest, ze is ook altijd zo slordig als het om geld gaat! …Slordig of niet?

Volgens Ryan (1971) schuif jij de schuld van gedrag in de schoenen van het slachtoffer (zwerver, zusje). Bij het maken van een oordeel over de oorsprong van het gedrag – op basis van weinig informatie (zoals in de bovenstaande teksten, of wanneer je iemand tegenkomt op straat) – ben je dus, ondanks dat je weet welke factoren er allemaal een rol kunnen spelen bij iemands gedrag, alsnog geneigd de situatie te verwaarlozen.

Zo moeilijk is het dus om de mentale bezuinigingen terug te draaien. Zelfs wanneer je je bewust bent van de valkuilen trap je er nog steeds in. Een geruststelling, in veel gevallen maakt het niet echt uit of je er naast zit met je oordeel. In dat soort situaties heeft de mentale bezuiniging wel de voordelen, maar niet de nadelen. Een ruzie meer of minder met je zus maakt eigenlijk niet uit, toch?

Het oordeel van de psycholoog

Waar het wel uitmaakt dat het oordeel over de achterliggende oorzaak van het gedrag correct gevormd wordt, is bij de psycholoog. Deze vormt zich dagelijks een oordeel over de mensen die hij spreekt, en moet een correct beeld kunnen vormen van de patiënt die tegenover hem zit. De vraag die dan gesteld moet worden is of de psycholoog (de professional als het gaat om gedrag) wel geweerd is tegen de invloed van deze mentale bezuinigingsmaatregel. Je zou immers verwachten dat hij of zij zich wel degelijk bewust is van deze bezuiniging?

Psychologen die werken met mensen met psychische problemen vormen elke dag oordelen over het gedrag van deze mensen. Om zich een oordeel te kunnen vormen over deze mensen gaat de psycholoog op zoek naar mogelijke oorzaken voor het problematische gedrag van een cliënt. Op deze manier kan de beste aanpak gevonden worden om het probleem van de cliënt op te lossen.

Als een cliënt bijvoorbeeld heel droevig is wil een psycholoog misschien wel weten of er in de familie net iemand overleden is (situatie) of dat deze cliënt het leven altijd al somber inziet (persoonlijkheid). Door erachter te komen wat precies het probleem veroorzaakt kan er een veel betere oplossing bij gezocht worden.

Dr. Katz, professional therapist.

Psychologen zouden, net als gewone mensen, ook te snel kunnen oordelen dat het probleemgedrag van een cliënt veroorzaakt wordt door de persoonlijkheid van de cliënt en niet door de situatie waarin de cliënt zich bevindt. Een voorbeeld waarbij de psycholoog inderdaad teveel nadruk legt op de persoonlijkheid van een cliënt en niet op de situatie wordt beschreven door de onderzoekers Morrow en Deidan (1992). Zij beschrijven de volgende situatie (vrij vertaald):

“…Mevrouw D.E. is 30 jaar en heeft recentelijk hulp gezocht bij een regionale zorginstelling. Tijdens de eerste sessie vertelt mevrouw dat zij en haar man na vijf jaar huwelijk een scheiding hebben aangevraagd. Dit is vijf maanden voordat zij een eerste sessie had bij dr. W. De afgelopen zes maanden voelde mevrouw D.E. zich hopeloos, had ze een gebrek aan motivatie en energie en was ze 10 kilo afgevallen. D.E. vertelt dat haar man steeds geen alimentatie betaalt terwijl ze dat geld zou gebruiken om haar twee kinderen van te kunnen onderhouden. Het grootste gedeelte van de sessie doet de cliënte uit de doeken wat voor een verschrikkelijke man haar ex-echtgenoot was en geeft ze aan dat alles beter zou zijn als hij maar alimentatie zou betalen en een betere vader zou zijn voor de kinderen…”

Dr. W.’s aantekeningen laten zien dat D.E. mogelijk aan een depressie lijdt en een laag zelfvertrouwen heeft. Dr. W. merkt op dat de cliënte niet goed om kan gaan met haar emoties als gevolg van de scheiding en het kwijtraken van haar echtgenoot van wie ze nogal afhankelijk lijkt. Deze onderliggende zaken (de afhankelijkheid en de scheiding) hebben zich gemanifesteerd als een ontwijken van de verantwoordelijkheid voor de problemen in haar leven.

Het behandelplan van Dr. W. bestaat eruit mevrouw D.E. door te sturen naar een psychiater voor antidepressiva. Verder wil dr. W. mevrouw D.E. blijven behandelen om ervoor te zorgen dat D.E. meer verantwoordelijkheid voor haar problemen neemt en voor het verbeteren van haar leven. De behandeling zou zich richten op afhankelijkheid, rouw en de ontwikkeling van vaardigheden die je nodig hebt als alleenstaande moeder.

Morrow en Deidan leggen vervolgens uit dat de cliënte inderdaad de oorzaak van haar problemen alleen maar lijkt te zoeken in de situatie en niet bij haar persoonlijkheid (als haar man nou maar betaalde dan komt het allemaal goed). Daar staat tegenover dat de psycholoog in dit voorbeeld de situationele factoren juist helemaal over het hoofd zag. Terwijl de situatie in dit geval voor een groot deel bijdroeg aan de problemen (geen geld om de kinderen te onderhouden).

Doordat de psycholoog alleen keek naar de persoonlijkheid van de cliënte heeft ze haar niet goed geholpen bij het oplossen van haar situationele problemen, bijvoorbeeld door haar te helpen bij het aanvragen van financiële bijstand. Als er alleen gewerkt wordt aan het vergroten van de verantwoordelijkheid van de cliënte en geen aandacht gegeven wordt aan de situationele problemen zal het leven van de cliënte niet optimaal verbeteren en kan de behandeling mislukken. En dat kan toch niet de bedoeling geweest zijn van de psycholoog!

Gelukkig worden psychologen tijdens hun opleiding erop gewezen dat ze dit soort fouten kunnen maken. Hiermee wordt natuurlijk niet meteen voorkomen dat psychologen situationele factoren negeren. Er zijn een aantal andere technieken die psychologen leren om zowel de persoonlijkheid als de situatie mee te laten in het vormen van een oordeel over een cliënt.

Ten eerste nemen psychologen veel tijd om zich een oordeel te vormen over een cliënt en de achtergrondkenmerken van een cliënt te achterhalen (zie de vier eerder beschreven punten). Door meerdere gesprekken met een cliënt te voeren en door gerichte vragen te stellen over zowel de persoonlijkheid als de situatie zorgt de psycholoog ervoor dat hij een volledig beeld krijgt van de mogelijke oorzaken van het probleemgedrag. Ten tweede hebben psychologen in hun opleiding geleerd wat als normaal en wat als abnormaal gedrag gezien mag worden.

Verder leren psychologen in hun opleiding ook hoe vaak bepaald probleemgedrag bij mensen met bepaalde persoonseigenschappen voorkomt. Bepaalde eigenschappen van een persoon gaan vaak samen met een bepaald gedrag. Op basis van deze informatie kan een psycholoog bepalen of het gedrag past bij een bepaalde persoonlijkheid.

Naast deze technieken helpt het natuurlijk om je in te leven in de persoon over wie je een oordeel moet vormen. Psychologen worden er speciaal voor opgeleid om zich in te kunnen leven in een cliënt en de situatie vanuit het oogpunt van de andere persoon te kunnen zien. Hierdoor kunnen de situationele factoren duidelijker worden. Het teruggetrokken gedrag van een verlegen meisje kan dan verklaard worden door de pestkop van de school.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze training in het herkennen van de invloed van persoonlijkheid en situatie op het gedrag psychologen helpt bij het correct vormen van een oordeel over een persoon. Hierdoor zullen psychologen minder snel het probleemgedrag toeschrijven aan je persoonlijkheid maar ook rekening houden met de “verzachtende omstandigheden”.

Achterdocht helpt!

Moeten we dan allemaal maar psychologische training gaan volgen om de mensen in onze omgeving te begrijpen om zo te voorkomen dat we elke keer dezelfde fout maken? Gelukkig niet. De oplossing zit al ingebakken in je hersenen en het heet ‘achterdocht’. In de meeste situaties die er voor jezelf toe doen en wanneer iemand zich anders gedraagt dan je zou verwachten in die bepaalde situatie ga je van je ‘automatisch piloot’ over op een staat van verdenking. Waarom doet die persoon zo raar? Je steekt moeite in het achterhalen van de oorzaak van het gedrag, en zie daar, je oordeel wordt al een stuk rijker van kleur, de situatie wordt nu opeens wel meegenomen in je oordeel.

De truc is dus om zo veel mogelijk mentale energie te besteden om te achterhalen waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt. De psycholoog heeft er trainingen voor gehad en doet er menig sessie over om een zo correct mogelijk beeld te krijgen van zijn cliënt, maar om in het dagelijkse leven op dit vlak geen fouten te maken helpt achterdocht je een handje. Achterdocht is als een soort filter dat bepaalt in welke situatie je welke energie moet gebruiken en wanneer je mag bezuinigen zonder dat het ten koste gaat van de voor jouw belangrijke oordelen van een ander. Achterdocht zorgt zo voor het beste van twee werelden en dat is toch een hele geruststelling!

Bronnen:

Morrow, K.A. & Deidan, C.T. (1992). Bias in the counseling proces: How to avoid and recognize it. Journal of Counseling & Development, 70, 571-577 Ryan, W. (1971). Blaming the victim. New York: Pantheon. Vonk, R. (1999). Attributie. In Vonk, R. (eds.), Cognitieve sociale psychologie: Psychologie van het dagelijks denken en doen (pp. 77-141). Utrecht: Lemma Zimbardo, P.G., & Leippe, M.R. (1991). The psychology of attitude change and social influence. New York: McGraw-Hill.

Guido Bruinsma en Marleen Groenier zijn allebei verbonden aan de faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Twente.
© Universiteit Twente, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 juli 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.