Je leest:

Mensenrechten leren kennen

Mensenrechten leren kennen

Ken Setiawan gaat de komende vier jaar met een Mozaïeksubsidie van 180.000 euro onderzoek doen naar de mensenrechten-educatie in Indonesië en Maleisië.

Inleiding

Ken Setiawan gaat de komende vier jaar met een Mozaïeksubsidie van 180.000 euro onderzoek doen naar de mensenrechten-educatie in Indonesië en Maleisië. De Mozaïeksubsidie wordt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) toegekend aan jonge, talentvolle, allochtone afgestudeerden. Setiawan, die een Indonesische achtergrond heeft, is een onderzoekster die bevlogen en enthousiast vertelt over haar plannen.

Ken Setiawan: “Er zullen altijd mensen zijn die het niet leuk vinden wat ik ga doen.”

Mensenrechten onderzoeken in landen waarvan bekend is dat ze die rechten niet altijd respecteren, hoe gaat dat? ‘Er zullen altijd mensen zijn die het niet leuk vinden wat ik ga doen. Die vinden dat als je over mensenrechten praat je al een stap te ver gaat. Maar de hele discussie rondom mensenrechten bestaat ook in die landen al heel lang. Er kan in ieder geval wel vrijelijk over gesproken worden, anders dan in echte dictaturen, want dat zijn Indonesië en Maleisië officieel niet meer. Er zitten wel wat haken en ogen aan, maar ik houd me bezig met mensenrechtenonderwijs en met de manier waarop over mensenrechten wordt gesproken, en niet met de politiek. Mensenrechteneducatie ligt nu eenmaal minder gevoelig dan de studentenrellen van 1998 of de vergiftiging van de activist Munir. In die zin is er geen gevaar. Bij het veldwerk voor mijn scriptie heb ik al gemerkt dat zodra de mensen je leren kennen, ze je ook van alles gaan vertellen.’

Poster van Amnesty International ter promotie van mensenrechteneducatie.

Wat gaat u precies onderzoeken?

‘Ik ga me bezighouden met de landelijke mensenrechtencommissies in Maleisië en Indonesië. Deze commissies, de zogenaamde National Human Rights Institutions (NHRI’s), zijn in al ongeveer honderd landen op aanbeveling van de VN opgericht. Het is trouwens de bedoeling dat ze in ieder land komen; in Nederland wordt er nu ook een opgericht. Ze worden opgericht door de overheid, maar opereren onafhankelijk. Wat dat betreft houden ze het midden tussen een staatsorgaan en een niet-gouvernementele organisatie (NGO).

Deze commissies hebben verschillende taken. Eén daarvan is mensenrechteneducatie, wat inhoudt dat ze mensenrechten moeten gaan promoten in het land. Ik ga kijken naar het discours, de “human rights talk”. Hoe praten deze commissies over mensenrechten? Hoe zetten ze het internationale concept, de universele verklaring, om naar de nationale en locale context? Je kunt wel met internationale normen gaan lopen zwaaien, maar ik ben van mening dat als je het niet aanpast aan de situatie in het land, zodat het eigen wordt, er toch niets gebeurt.

Ik kijk naar hoe het internationale concept wordt opgepakt, aangepast en eigen gemaakt en naar wat voor activiteiten daarbij betrokken zijn: wat zij doen aan workshops, posters, wedstrijden uitschrijven, enzovoort. Verder kijk ik naar hoe ze mensenrechten benaderen en hoe ze op de schendingen ervan reageren. Vervolgens wil ik weten of dat ook effect heeft. Ik vind dat de onderwijstaak van deze commissies eigenlijk het belangrijkste is. Het is de taak die door veel andere onderzoekers aan de kant wordt geschoven, omdat het “maar onderwijs is”. Je moet van onderaf beginnen dan komt de rest vanzelf wel.’

Poster met kindertekening uit Maleisië: Onderwijs voor iedereen.

Hoe wordt in Azië tegen de mensenrechten aangekeken?

‘In Azië speelt nog steeds het zogenaamde “Asian Values debate” een rol. Dat debat is vooral in de jaren negentig gevoerd. De Maleisische premier Mahatmir was daarvan een van de belangrijkste vertolkers. Daarin werd gesteld dat er niet zoiets bestaat als universele mensenrechten. Azië heeft een eigen concept van mensenrechten. Hierbij wordt het belang van de groep op de voorgrond geplaatst en pas daarna komen de individuele rechten. Met andere woorden; je zou mensen wel zomaar mogen oppakken als daarmee een staatsbelang is gediend, of je zou mensen wel mogen folteren als daar een hoger doel mee wordt bereikt. In die filosofie komt een individueel recht als vrijheid van meningsuiting op de tweede plaats. Op de eerste plaats komt economische vooruitgang. Dit debat is nu wel sterk afgezwakt, mede door de oprichting van de nationale mensenrechtencommissies die zich verbonden hebben aan het internationale concept.’

Kindertekening over huiselijk geweld, gemaakt na een les over mensenrechten.

Naar welke universele mensenrechten kijkt u specifiek?

’Ik beperk me in mijn onderzoek om het overzichtelijk te houden, tot drie grondrechten: het recht om niet gediscrimineerd te worden, het recht op een eerlijk proces en het recht op welvaart. Ik heb voor deze drie rechten gekozen omdat die in de mensenrechteneducatie zo belangrijk zijn. Het is belangrijk dat kinderen zo vroeg mogelijk met vooral deze rechten kennismaken. Eigenlijk draait het allemaal om het besef: “Ik mag niet zomaar geslagen worden, maar ik mag ook niet zomaar anderen slaan”.

Is het recht op welvaart niet een lastig concept?

‘Veel mensen hebben moeite met dat begrip. Het behoort tot de zogenaamde tweede generatie mensenrechten, economische, sociale en culturele rechten. Ik ga niet in op de discussie of dat wel of geen mensenrechten zijn, maar het is een feit dat het voor ontwikkelingslanden heel belangrijk is. In die landen is de eerste zorg van de mensen om een dak boven hun hoofd te hebben, te eten te hebben, hun kinderen naar school te kunnen sturen, enzovoort. Pas daarna komt het besef dat je niet zomaar in de gevangenis mag worden geworpen.’

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 september 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.