Je leest:

‘Mensen zijn van nature vreedzame apen.’

‘Mensen zijn van nature vreedzame apen.’

Auteur: | 1 september 2012

Het voelde misschien wel een beetje als een soort rebellenclubje, aan het eind van de jaren zestig. Gedragsbiologen Jan van Hooff en Piet Wiepkema, criminoloog Wouter Buikhuisen, neurobioloog Menno Kruk, en ook de jonge promovendus Frans de Waal bogen zich over de biologische basis van agressie.

Professor Frans de Waal,gedragsbioloog aan de Emory Universiteit, Atlanta.
Catherine Marin

De Waal: ‘We waren op dat spoor gezet door de Oostenrijkse gedragsbioloog Konrad Lorenz. Met zijn boek Das sogenannte Böse uit 1963 had Lorenz de knuppel enigszins in het hoenderhok gegooid. Hij opperde als een van de eersten dat de mens misschien wel genetisch was voorbestemd om agressie te vertonen. Agressie was in de decennia na de Tweede Wereldoorlog natuurlijk een belangrijk thema. Er was zogezegd “de nodige agressie aan de dag gelegd”. Maar het feit dat uitgerekend Lorenz kwam met ideeën over een natuurlijke oorsprong van agressie, maakte het ook tot een controverse. Je moet weten dat Lorenz in de oorlog in het Duitse leger had gediend als officier. Veel sociologen zagen zijn onderzoek dan ook als een slecht excuus om zijn oorlogsverleden biologisch goed te praten. Zeker veel Joods-Amerikaanse psychologen probeerden juist aan te tonen dat agressie eerder iets aangeleerds was dan een aangeboren eigenschap.’

Lorenz opperde als eerste dat de mens misschien was voorbestemd om agressief te zijn.
Imageselect

De ‘agressieclub’ waar De Waal deel van uit maakte, liet zich niet door de controverses en vooroordelen leiden, en keek met zuiver biologische ogen naar het fenomeen. De onderzoekers werden daar ook nadrukkelijk toe uitgenodigd door de toenmalige regering, die geld beschikbaar stelde voor dit onderzoek aan de neurobiologische basis van geweld. Maar dat de Nederlandse maatschappij daar nog bepaald niet klaar voor was, ondervond de criminoloog Buikhuisen. ‘Hij werd een soort zondebok. Hij is toen publiekelijk verketterd om ideeën die nu in grote lijnen algemeen geaccepteerd zijn,’ herinnert zich De Waal. ‘Het idee dat agressie naast een aangeleerde component ook een aangeboren component heeft, is nu volstrekt normaal geworden.’

Ook al hebben de genetica en de gedragsbiologie elkaar versterkt in de notie van een erfelijke component van agressie, toch zijn er tot op de dag van vandaag nog mensen die de biologische basis van gedrag ontkennen, zo moet De Waal tot zijn niet geringe verbazing vaststellen. ‘Laatst nog, een Franse filosofe die serieus ontkende dat zoiets fundamenteels als moederinstinct bestaat. Zoiets is voor biologen niet te aanvaarden.’

Empathie

Zoals er in de jaren zestig en zeventig mensen waren die het onderzoek naar de biologische basis van agressie een brug te ver vonden, zo schopte De Waal ook later in zijn carrière nog wel eens tegen heilige huisjes. In zijn boek Een tijd voor Empathie (2009) beschreef hij bijvoorbeeld aan de hand van vele anekdotes hoe zichzelf verrijkende bankdirecteuren of despotische managers nog heel veel kunnen leren door naar de empathie binnen het dierenrijk te kijken. ‘Waarschijnlijk zijn alle zoogdieren gevoelig voor het gemoed van een soortgenoot. Een muis die net een soortgenoot in pijn heeft gezien blijkt zelf ook gevoeliger voor pijn. Empathie zit dus evolutionair heel diep verankerd.’

De Waal heeft er dan ook geen enkele moeite mee om termen als conflict, agressie, verzoening en empathie op zowel mensen als dieren te plakken. ‘Voor een darwinist als ik is de verwantschap tussen een zebra en een paard net zo logisch als die tussen een chimpansee en een mens. Als we 98,5% van ons DNA delen, waarom zou ons gedrag dan wezenlijk anders zijn,’ zo vraagt hij zich retorisch af. ‘De sociale wetenschappen hebben het langst weerstand geboden aan dit idee. Die wilden een strikte scheiding handhaven tussen mensen en dieren. Maar als twee mensen elkaar troosten en je noemt dat empathie, dan zou het voor mij heel onlogisch zijn om het geen empathie te noemen als twee apen elkaar troosten. Ik ben niet zo bang voor de zogeheten antropomorfismen die heel lang taboe zijn geweest in het biologisch onderzoek.’

Tegelijk erkent De Waal dat het biologisch onderzoek ook wel het een en ander heeft geleerd van de sociale wetenschappen. ‘Psychologen zijn al veel langer dan wij geneigd om capaciteiten als empathie of andere gedragingen op te splitsen in een cognitieve, rationele component en een emotionele component. Biologen zagen empathie van oorsprong als één entiteit. Maar door het gedrag op een psychologische manier te splitsen in delen, is het experimenteel onderzoek wel een stuk verder gekomen. Vandaag de dag bekijken ook biologen kleine onderdelen van gedrag op een psychologische manier in een hersenscanner, en kennen die verschillende onderdelen ook aan verschillende hersendelen toe.’

Zelf is De Waal weer terug bij de aanpak waarmee hij in de jaren zeventig in Nederland bekend werd: met het bestuderen van diergedrag in een (min of meer) natuurlijke situatie. ‘Met mijn onderzoeksgroep kijken we tegenwoordig naar de manieren waarop bonobo’s en ook olifanten samenwerken en in een natuurlijke setting conflicten oplossen. Zeker als je het over olifanten hebt, zul je begrijpen dat je die dieren niet bewust in experimentele conflictsituaties wilt brengen. Dat wordt gauw onbeheersbaar.’

Olifanten zijn niet de meest voor de hand liggende dieren om mee te experimenteren als het om agressie gaat.
Schutterstock

‘Sowieso vind ik conflict een veel interessanter thema dan agressie. Agressie is maar één aspect van conflicten. Conflicten kun je ook oplossen vóór het tot agressie komt. En na een conflict is er ook de belangrijke fase van verzoening. Ook daar kunnen we veel leren door naar dieren te kijken. Als gedragsbioloog beschouw ik alle verschillen tussen mensen en dieren als graduele verschillen. Conflict, of om het even welke andere vermeend menselijk emotie kun je dus prima bestuderen door naar onze naaste verwanten in het dierenrijk te kijken.’

Xenofoob

Een interessante les voor de huidige maatschappij ziet De Waal in de studie van xenofobie. ‘De eerste notie dat er ook andere dieren zijn dan de mens die eigen soortgenoten doden, was ooit een grote schok. Nu weten we dat er zelfs vrij veel dieren zijn die eigen soortgenoten ombrengen. Zelfs “oorlog” is niet typisch menselijk gebleken, want ook groepen chimpansees kunnen “op oorlogspad” gaan naar naburige groepen. Voor xenofobie geldt evenwel iets interessants. Er zijn aanwijzingen dat de mens pas echt vijandig en agressief is geworden tegen vreemdelingen vanaf de tijd dat jager-verzamelaars zich ergens vestigden en bezit kregen. De eerste archeologische aanwijzingen voor oorlogen onder mensen dateren ook uit die periode, “slechts” ongeveer 12.000 jaar terug. Misschien dat we van nature dan ook meer gemeen hebben met de bonobo dan met de veel agressievere chimpansee. Twee jaar geleden werd ook een uitgestorven mensensoort ontdekt, de Ardipithecus. Die had helemaal niet zulke goed ontwikkelde hoektanden als bijvoorbeeld de chimps. Onze voorouders waren waarschijnlijk een stuk vreedzamer dan we ze nu vaak afschilderen.’

Sport verbroedert, ook in de gevangenis.
Imageselect

De wetenschapper De Waal ziet het niet als zijn taak om ‘oplossingen’ te bieden voor problemen met agressie in de moderne maatschappij, laat staan voor de moderne uitbarstingen van xenofobie in Noorwegen of in Nederland. ‘Maar als bioloog durf ik wel te stellen dat er een groot vreedzaam potentieel in de mens zit. We hóeven niet agressief te zijn! Hoe je dat potentieel benut? Uit mijn studie van verzoening in het dierenrijk heb ik geleerd dat het vooral individuen zijn die elkaar op de een of andere manier nodig hebben die goed kunnen verzoenen. Waarom denk je dat in de Europese Unie na twee wereldoorlogen verbonden zijn gesloten tussen de gewezen aartsrivalen Frankrijk en Duitsland? Als je dan toch een recept voor verzoening van mij wilt horen: zoek dan naar gemeenschappelijke belangen voor rivaliserende of onderling agressieve groepen. Stop ze voor mijn part in één sportteam. Als je elkaar nodig hebt, zul je minder snel geneigd zijn het conflict op te zoeken.’

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 september 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.