Je leest:

Mensen te vroeg geboren

Mensen te vroeg geboren

Auteur: | 8 september 2007

Iedereen die wel eens een babykamer binnenkwam terwijl de baby diep in slaap was, weet hoe voorzichtig je dan te werk moet gaan. De deur openen zonder dat hij kraakt, op je tenen dichterbij sluipen en heel stilletjes over het randje van het ledikant gluren. Vooral niet niezen of andere geluiden maken. Het kind zou toch eens wakker worden.

Mensen hebben veel geduld met hun pasgeboren ‘jongen’. Vijf keer per dag moet er worden gevoed, daarna even over de schouder om een boertje te doen. Een aantal maal de luier verschonen, beetje spelen. Verder de hele dag laten slapen en troosten als de baby huilt, ook midden in de nacht. En dat een half jaar lang.

Zo is het in de dierenwereld niet. Daar mag je niet rustig na zeven maanden voor het eerst omrollen en na een jaartje zelfstandig leren staan. Daar moet je na je geboorte vaak meteen kunnen rennen voor je leven. Een giraffenjong dat niet meteen opstaat, is ten dode opgeschreven. Zijn moeder port hem bezorgd in zijn zij, want overeind moet hij.

Vanwege de constante dreiging van roofdieren is het voor veel dieren van de savanne noodzaak om direct na hun geboorte te kunnen lopen.

Hoe kan het dat mensenkinderen zo hulpeloos zijn? Niet alleen in die eerste periode van zogen, maar nog jaren daarna, zijn ze afhankelijk van hun ouders. Zo vanaf hun dertiende levensjaar zijn mensen vruchtbaar, maar toch blijven ze dan meestal nog minstens zes jaar veilig in het ouderlijk nest wonen.

Lichaam nog niet af

De reden van onze afhankelijkheid is dat wij mensen zulke ontwikkelde hersenen hebben. Sinds het ontstaan van de groep apen die uiteindelijk geleid heeft tot de mens, werd de herseninhoud steeds iets groter en kwamen er steeds meer functies bij. Maar die ontwikkeling heeft er ook toe geleid dat we niet meer direct voor onszelf kunnen zorgen.

Want het menselijk lichaam is bij de geboorte nog helemaal niet af. Onze benen zijn niet sterk genoeg om ons te dragen. We hebben nauwelijks motoriek. Ons grote hoofd dwingt ons om geboren te worden en ons buiten het lichaam van onze moeder verder te ontwikkelen. Nog langer in de baarmoeder blijven zitten, en ons hoofd zou niet meer door moeders bekken passen.

Ook het brein zelf is nog lang niet klaar. Het gaat daarbij vooral om de zogenoemde neocortex, het deel dat zich vlak boven onze ogen bevindt. In de neocortex zit bij de mens de sleutel tot belangrijke emotionele en verstandelijke eigenschappen zoals sociaal gedrag en het nemen van beslissingen. De hele kindertijd en zelfs de puberteit zijn nog nodig om dat deel van de hersenen te vervolmaken.

De linkerzijde van de menselijke hersenen: ‘emotie en gedrag’ zitten boven de ogen. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Aantrekkelijk gezicht

Om van hun ouders de kans te krijgen een ontwikkelde neocortex te krijgen, gooien jonge mensenbaby’s heel wat in de strijd. Er moet zo snel mogelijk een band gesmeed worden tussen henzelf en, bij voorkeur, zowel hun vader als hun moeder. Vanuit evolutionair oogpunt zal de moeder bij hen zijn om voor ze te zorgen. Dan moet de vader niet alleen het kind, maar ook de moeder, tegen gevaar van buitenaf beschermen en op zoek gaan naar eten voor de moeder.

Een baby smeedt een band door veel te lachen.

Een grote vondst is de vorm van het babygezicht. Baby’s hebben naar verhouding een erg groot hoofd. Dat vinden ouders aantrekkelijk. Ook de ogen zijn mooi groot. Het wipneusje is aandoenlijk. Af en toe een schaterlach maakt het af: de band tussen ouders en kind is ontstaan. En daarmee creëert de baby een mogelijkheid om zich te ontwikkelen tot zelfstandige volwassene.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 september 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.