Je leest:

Mens zowel vrekkig als vrijgevig

Mens zowel vrekkig als vrijgevig

Zijn wij van nature egoïsten of altruïsten? Het is een vraag die economen al decennialang bezig houdt. Het meest recente inzicht wijst op iets opmerkelijks: we hebben geen natuurlijke staat van vrijgevigheid óf zelfzuchtigheid. Ons gedrag hangt af van de verwachtingen van anderen en de regels van het spel.

Gevenrondjejuistefotowiki
Trakteren op een rondje: echte gulheid of slechts verkapt egoïsme?
Wikimedia Commons

Je bent ongetwijfeld iemand die ruimhartig rondjes geeft. Maar doe je dit echt uit vrijgevigheid? Denk je er werkelijk niks voor terug te krijgen? Of wil je wellicht toch indruk maken op je partner (of erger nog: op de vriend(in) van je partner)? Of ga je ervan uit dat iedereen om de beurt betaalt?

Moeilijke vragen. Economen proberen al een tijdje met wisselend succes antwoord te geven op de vraag of de mens van nature vrijgevig of zelfzuchtig is.

Economen gaan voor hun onderzoek – in de meeste gevallen – niet naar het café om te tellen hoeveel rondjes iedereen geeft. Ze hebben een andere methode om te bekijken of mensen zelfzuchtig of vrijgevig zijn: onderhandelingssituaties bestuderen.

Onderhandelingen zijn erg geschikt om menselijk gedrag te bestuderen omdat je waar kunt nemen wat elke partij inbrengt en krijgt. De belangrijkste reden om aan een onderhandeling te beginnen is dat je erop vooruit kunt gaan; mensen zullen dus niet gauw akkoord gaan met een verdeling waar ze slechter van worden. In tegendeel, je blijft vaak net zolang onderhandelen totdat er een overeenkomst is gesloten waar beide partijen tevreden mee zijn. Als je er daarbij naar streeft dat de ander ook wat krijgt, ook als je sterker in je schoenen staat tijdens de onderhandeling, ben je vrijgevig. Een zelfzuchtige onderhandelaar, daarentegen, probeert het maximale uit een onderhandeling te slepen en is dus (financieel) meedogenloos.

Het ultimatumspel

Begin jaren tachtig deed de Duitse onderzoeker Werner Güth met zijn collega’s onderzoek naar onderhandelingen. Zij lieten hun studenten meedoen met een eenvoudig spel voor twee spelers. Het spel van Güth wordt ook wel het ultimatumspel genoemd (er wordt immers een ultimatum ter acceptatie voorgelegd). Het spel zou uitgroeien tot een van de grote klassieke experimenten uit de gedragseconomie.

Het gaat als volgt: speler A krijgt van de onderzoekers een bepaald bedrag. Hij bepaalt hoeveel hij wil houden, en hoeveel hij bereid is aan zijn medespeler te geven. Speler B wordt ook op de hoogte gesteld van de spelregels en hoort daarna het bod van speler A, die anoniem blijft. Speler B heeft twee keuzes: hij kan het bod (en daarmee de door A bepaalde verdeling) accepteren, of hij kan het bod weigeren. Als speler B weigert, vertrekken beide spelers met lege handen.

Het ultimatumspel uitgelegd in de Amerikaanse televisieserie Numb3rs.

Werner Güth en zijn collega’s ontdekten dat maar weinig ‘voorstellers’ kozen voor een zelfzuchtig ultimatum. Een 50/50-verdeling kwam het vaakst voor. Dit lijkt erop te duiden dat mensen van nature vrijgevig zijn. Maar toont dit ultimatumspel werkelijk aan dat de mens is geneigd tot vrijgevigheid (of, in wetenschappelijke termen, altruïsme)?

Alternatieve verklaring

Nee, want het spel blijkt niet geschikt om altruïsme te bestuderen. Waarom niet? Omdat er een alternatieve verklaring is voor het ruimhartige bod van speler A: hij houdt rekening met het feit dat zijn medespeler er wel eens geld voor over kan hebben om een oneerlijk voorstel af te wijzen.

Want wat gebeurde er met de zelfzuchtige voorstellen in Güth zijn onderzoek? Deze werden vaak afgewezen, waardoor er helemaal geen geld werd uitgekeerd. Stel je eens voor dat je als speler B het voorstel ‘€1 voor jou en €9 voor speler A’ krijgt voorgelegd. Je hebt dus de keuze tussen €1 en helemaal niks. Je zou misschien verwachten dat dit voorstel meestal wordt geaccepteerd. 1 Euro is immers nog altijd beter dan niks. Maar dit bleek dus niet het geval. Bij de beslissing van speler B blijkt mee te spelen hoe groot het verschil is tussen het bedrag dat hij krijgt en het bedrag waarmee speler A wegloopt. Is dit verschil te groot dan zal speler B liever met lege handen naar huis gaan dan een oneerlijk bod accepteren.

Het Metropolitan Museum of Art (MET) lijkt overtuigd van de stelling van John List: zolang je maar een duidelijke norm stelt, zullen mensen daarnaar handelen. Je kunt het MET namelijk gratis bezoeken. Alleen dan moet je wel tegen de norm ingaan. De caissières en de informatieborden maken namelijk allemaal erg duidelijk dat er van je verwacht wordt dat je 25 dollar per persoon betaalt. Er zijn dan ook weinig mensen die zonder iets te betalen naar binnen gaan. Zo betaalde een van de auteurs van dit artikel $40 voor twee personen. Dit bedrag was blijkbaar voldoende om mijn schuldgevoel af te kopen en toch $10 winst te maken.

Met toegang
Rob van Hemert

Het bod van speler A is volgens deze zienswijze dus helemaal niet ruimhartig; het speelt slechts op een juiste manier in op het (verwachte) gedrag van de medespeler.

Dictatorspel

De Amerikaanse econoom Robert Forsythe en zijn collega’s testten begin jaren negentig de bovengenoemde alternatieve verklaring. Daarvoor moesten ze het spel iets aanpassen; ze veranderden het ultimatumspel in het dictatorspel.

Hierin bepaalt speler A nog steeds de verdeling maar heeft speler B deze nu maar gewoon te accepteren. Wat bleek? De voorstellen van speler A werden minder gul in vergelijking met het ultimatumspel. Dit is precies wat de alternatieve verklaring voorspelt.

Maar vanuit een economisch oogpunt bleek het gedrag in het dictatorspel nog altijd verrassend. Het toonde namelijk aan dat mensen nog steeds vrijgevig zijn; ze geven nog altijd een gedeelte van het geld weg. Dat terwijl er weinig ‘goede’ redenen zijn om niet alles zelf te houden: ze kennen speler B niet en ze spelen het spel maar één keer.

Geeft het dictatorspel nu definitief antwoord op de vraag of we vrijgevig of zelfzuchtig zijn? Heeft Robert Forsythe bewezen dat de mens altruïstisch is? Helaas niet: ruim tien jaar later, in 2007, kwam de Amerikaanse econoom John List met nieuwe ontdekkingen.

Het belang van normen

List paste het experiment op zijn beurt weer iets aan. Speler A en speler B krijgen allebei 5 dollar. Vervolgens krijgt speler A nog een keer dit bedrag; hij mag een deel van dit extraatje aan zijn medespeler geven, die dit maar te accepteren heeft. Dit spel lijkt dus erg op Forsythe’s dictatorspel. List introduceerde echter ook een tweede variant. Hierin krijgt speler A een andere optie voorgelegd: hij kan er ook voor kiezen om 5 dollar af te pakken van speler B.

Het aangepaste dictatorspel van John List (Engelstalig).

De bevindingen zijn opmerkelijk: een derde van alle ondervraagde ‘spelers A’ koos ervoor om geen geld te geven maar ook geen geld af te pakken. Een kleine meerderheid koos ervoor om (bijna) al het geld af te pakken. Slechts een klein aantal spelers was nog bereid om iets weg te geven.

Hoe verklaart John List dit resultaat? De opzet van het spel van Forsythe geeft volgens hem aan dat er van je verwacht wordt dat je iets geeft aan de ander. De onderzoeker stelt de norm en de deelnemers handelen ernaar. Als het spel – en daarmee de norm – wordt aangepast veranderen de uitkomsten aanzienlijk. De vrijgevigheid (en dus het bewijs voor de van nature altruïstische mens) is daarmee als sneeuw voor de zon verdwenen.

Givingcoins
Volgens John List geven we niet zozeer weg uit vrijgevigheid, maar uit angst als asociaal te worden beschouwd.
Wikimedia Commons/Morgan

De context bepaalt

Hoogstwaarschijnlijk verschaft het onderzoek van John List ons niet het laatste inzicht in de vraag of wij zelfzuchtig zijn of niet. Het is wel duidelijk dat wij niet volkomen zelfzuchtig zijn; maar volkomen altruïstisch zijn wij zeker ook niet. Wij zijn ‘vrijgeviger’ (met strategische beweegredenen), zoals in het ultimatumspel, als de ander ons kan straffen in geval van een gierig bod. Daarentegen worden wij sterk zelfzuchtig, zoals in het aangepaste dictatorspel van John List, als wij niet alleen geld kunnen geven, maar dit ook van de ander kunnen afpakken.

Bronnen

  • Forsythe, R., Horowitz, J. L., Savin, N. E., & Sefton, M. (1994). Fairness in Simple Bargaining Experiments. Games and Economic Behavior, 6(3), 347-369.
  • Guth, W., Schmittberger, R., & Schwarze, B. (1982). An Experimental-Analysis of Ultimatum Bargaining. Journal of Economic Behavior & Organization, 3(4), 367-388.
  • List, J. A. (2007). On the interpretation of giving in dictator games. Journal of Political Economy, 115(3), 482-493.
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 maart 2012

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE