Je leest:

Memorabele eetmomenten

Memorabele eetmomenten

Thema: (W)eten

Soms heb je zo’n gerecht dat je lang bijblijft, of een eetplek die grote indruk op je heeft gemaaktt. Iedereen heeft wel zulke ‘memorabele eetmomenten’. De redactie van Kennislink ook en ze is niet te beroerd om die met je te delen. Geniet van de mooiste eetgeheimen van onze redacteuren.

Gemma Venhuizen, redacteur Aarde & Klimaat

“Ik was zo’n zeven jaar oud en met mijn ouders op vakantie in Zweden. In de buurt van onze tent zag ik de grootste frambozenstruik ooit, vol sappige frambozen. Ik plukte en at en plukte nog meer en at nog meer, tot ik bijna niet meer kon. Toen zag ik nog een groot, bleekroze exemplaar en ik besloot me over dit overrijpe exemplaar te ontfermen. Hij voelde wel wat slijmerig aan en net voor ik hem in mijn mond stopte keek ik nog eens goed: het was een naaktslak.”

Elles Lalieu, redacteur Biologie & Gezondheid

“Een aantal jaren geleden vierde ik kerst met mijn familie in het Zuid-Franse Aix-en-Provence. Op Tweede Kerstdag gingen we dineren in een gezellig fonduerestaurant. De porties waren op zijn zachtst gezegd aan de grote kant met als gevolg dat halve schalen vlees terug gingen naar de keuken. Toch konden we het niet laten om ook nog een toetje te bestellen: chocoladefondue. Opnieuw enorme schalen gevuld met stukjes fruit, cake en marshmallow. Na dit mega-diner stond iedereen stijf uit en wandelden we met moeite terug naar ons hotel. Op het moment dat er bij ons thuis grote hoeveelheden eten op tafel komen, is er altijd wel iemand die even refereert aan ‘het Frankrijk-gevoel’. En de rest weet dan meteen wat er bedoeld wordt.”

Mariska van Sprundel, redacteur Biotechnologie

“Vorige zomer in Italië. Na drie weken sloten mijn vriend en ik onze vakantie af in Rome. Wat een prachtige stad: mooie straatjes, leuke winkels en fijne eetgelegenheden. In één van die straatjes streken we neer op het terras van een knus ogend restaurantje. Vooruit, voordat we naar huis gaan nog één keer zo’n heerlijke Italiaanse pasta. Met flinke trek keek ik uit naar mijn lasagne. Daar komt de ober! Hij zette mijn bord neer. Daar lag een ondefinieerbare kwak – ongetwijfeld bedoeld als lasagne – die half van mijn plastic wegwerp bord dreef. En de structuur… Welke structuur? Kauwen was bijna niet nodig. Wat een anticlimax…”

Marjolein Overmeer, redacteur Geschiedenis & Archeologie

“In Leiden wordt jaarlijks een culinair festival gehouden met de bijnaam Leiden Ordinair. Veel patserigheid en nieuw geld, zoals Jort Kelder zou zeggen. Het idee achter dit festival is dat Leidse restaurants de bezoekers een voorproefje geven uit hun keuken. Eén van mijn mooiste eetmomenten beleefde ik jaren geleden tijdens dit festival. Een Leids kwaliteitsrestaurant bood proeverijen aan die op zich al een lust waren voor het oog. Eenmaal wat hapjes genomen uit de verschillende glaasjes wist ik niet meer hoe ik het had. Perfect op elkaar afgestemde smaken en texturen. Het was zo godsgruwelijk lekker dat de tranen over mijn wangen biggelden. En toen moest de champagne nog komen….”

Sven de Jong, nieuwsredacteur

“Enkele jaren geleden was ik met vrienden in Amerika. Daar had het lokale steakhouse een toetje met de naam ‘Chocolate chocolate tower’ op de kaart staan (ja, dat is twee keer chocolate). In onze toeristische onschuld bestelden wij allemaal het toetje. Nou, het deed zijn naam eer aan. Slechts één van ons kreeg de berg chocolade op, waarna de ober verbaasd uitriep tegen mijn tafelgenoot: ‘Ik werk hier nu al meer dan een jaar, en jij bent de eerste die ik dit toetje helemaal heb zien opeten!’”

Roel van der Heijden, redacteur Astronomie & Ruimteonderzoek

“Ik weet dat ik niet goed zou zijn in het onderdeel van het tv-spel Fear Factor waarin deelnemers de meest ranzige dingen moeten eten. Ik kan me nog een aflevering herinneren waarin er een varkensneus opgediend stond voor de ongelukkige kandidaten. Nee bedankt! Maar toch heb ik persoonlijke waagstukjes als het om eten gaat. Ik liep eens met een gids door het Peruaanse oerwoud toen hij bij een omgevallen boom stopte. Hij begon wild met zijn hakmes op de stam in te hakken. En voilà, voordat ik het wist had hij een vette larve in zijn hand en bood me die glimlachend aan. Ik nam het mormel in m’n hand, keek het aan, en twijfelde. Ik besloot me niet aan te stellen en beet zijn kop (of staart) af. Hakuna matata. Het smaakte volgens mij naar tomatenketchup. Er liep een rilling over mijn rug. Als ik de foto terugzie dan denk ik dat ik me misschien toch had kunnen inschrijven voor Fear Factor.”

Marlies ter Voorde, redacteur Aarde & Klimaat

“Ruim een maand trok ik door India met een vriendin. We aten chappatti’s, curry, meer chappatti’s, nog meer curry, en heel veel bananen. De laatste drie dagen van de reis zaten we verplicht in New Delhi (je moest je terugreis bevestigen bij het kantoor van de vliegmaatschappij – telefoons waren er nauwelijks, van internet had nog nooit iemand gehoord). Daar hoorden we het nieuws van anderen in hetzelfde schuitje: New Delhi had sinds kort een McDonald’s! Drie dagen lang dineerden we met vette snacks uit de Mac, en we vonden het heerlijk.”

Maarten Muns, redacteur Geschiedenis & Archeologie

“Een paar jaar geleden maakte ik een treinreis dwars door Rusland en Mongolië naar China. Wat een scherpe culinaire geest aan zo’n reis opvalt is dat hoe verder Oostelijk je gaat, hoe primitiever en slechter het eten wordt. In Moskou deed de Franse keuken zeker niet onder voor die in Parijs. En hoewel we onszelf backpackers noemden, hadden we geen moeite om op de nachttrein naar Siberië broodjes met kaviaar te bestellen. Het eten in de industriestad Perm was nog goed te doen: authentieke Russische stoofpotjes, zure room, veel koolsoorten, weinig vlees. Toen we in Irkoetsk (‘het Parijs van Siberië’) aankwamen was het gedaan met de pret. ‘s Avonds hing de lokale jeugd rond bij een pizza-afhaal in McDonaldskleuren. Aan een pizza kan je weinig fout doen, dachten wij. We zijn niet in Rome maar tomatensaus, kaas, eventueel wat salami… kan niet mislukken toch? De ’pizza’ die we voorgeschoteld kregen bleek opvallend wit. Na de eerste hap bleek waarom. Er zat geen tomatensaus op, maar mayonaise! Nu hebben Russen al snel de neiging overal mayonaise op te gooien, maar niets is viezer dan warme mayonaise op een pizza. Maar ga dat eens uitleggen met je cursus Russisch van drie weken. De volgende dag wachtte gelukkig aan aangename verrassing. Aan de oevers van het Bajkalmeer aten we de lekkerste gerookte vis van Siberië.”

Alex van den Brandhof, redacteur Wiskunde

“Na een zevendaagse voettocht op Hornstrandir (IJsland) met enkel adventure food kwam ik terecht in Holmavik en at daar in Cafe Riis heerlijke puffinborst. Na zeven dagen gedroogd voedsel is misschien alles lekker, maar het vlees van dit olijke diertje was een ware delicatesse. Trouwens, papegaaiduikers zijn er in overvloed op IJsland; ze mogen gegeten worden, het is geen beschermde diersoort.”

Marije Nieuwenhuizen, redacteur Techniek

“Van jongs af aan was ik een lastige eter; ik lustte amper wat en uit eten gaan vond ik vreselijk. Gelukkig ging het wel steeds beter en een speciaal etentje in Amsterdam zie ik als persoonlijk hoogtepunt. Toen nam ik zowaar zelf het initiatief voor een diner in het donker. Zonder ook maar iets te zien (nog geen tafel, bord, bestek of eten) heb ik daar genoten van onder andere couscous en eendenborst. Tenminste, dat is me achteraf verteld. Wij wisten niet wat we zouden krijgen en het bleek ontzettend lastig dat in het donker uit te vinden. We hadden zo ongeveer alleen de rijst goed geraden. Maar lekker was het wel!”

Barry van der Meer, redacteur Natuurkunde & Nanotechnologie

“Mijn meest memorabele eetmoment speelt zich, net als bij redacteur Marije, af in het donker. Het diner bij restaurant ctaste in Amsterdam zal ik niet snel vergeten. Je eet in het donker, zonder dat je weet wát je eet. En bij donker bedoel ik pikkedonker: je zag werkelijk geen hand voor ogen. De ober had een kattebelletje, zodat je wist wanneer hij in de buurt was. Dan kon je hem roepen! Verder leer je jezelf aanpassen aan de nieuwe, donkere omgeving: waar zet je het glas wijn neer? En hoe houd je je kleding schoon? Het idee van ‘netjes’ eten laat je al snel varen: met je handen voel je tenminste wat je doet. Maar het mooiste van alles is dat je, omdat je het eten niet ziet, echt moet proeven. Dat maakt je zeer bewust van smaak. En dan krijg je bijvoorbeeld dat je een ‘normale’ paprika of courgette eet, zonder ze te herkennen…”

Carl Koppeschaar, Hoofdredacteur

“Het is zo’n dertig jaar geleden dat ik een liefhebber ben geworden van de Indiase keuken en daarmee van sterk gepeperd eten. Het begon in een restaurant in New Delhi. _”It is very hot, Sir!"_ waarschuwde de ober toen ik als voorgerecht Madrassoep bestelde. “Daar kan ik tegen, want ik heb ook Indonesisch bloed,” riposteerde ik. Dát had ik natuurlijk niet moeten doen. Uit pure treiterij werd me een kom soep voorgezet die voor de helft uit peper bestond. Twee obers posteerden zich op korte afstand voor mij en keken vol verwachting hoe ik de soep naar binnen zou lepelen. Natúúrlijk leed ik helse pijnen! Maar zo’n pretje gunde ik ze niet. Ik wenkte de dichtstbijzijnde ober en liet op luide toon mijn misbaar blijken: “De soep is erg flauw. Waarom staat er geen peper op tafel?” Een minuut later kwam hij aangerend met een bord. In het midden prijkte een grote, kegelvormige berg gemalen peper, met daaraast een píepklein lepeltje. Dat laatste heb ik achteloos op tafel gelegd en schoof de hele berg peper in mijn soep. Veel heter kon toch niet meer. Sinds die tijd ben ik steeds scherper gaan eten. Het eten van gepeperde spijzen werkt gewoonweg verslavend. Je went niet alleen aan de pepersmaak, maar als reactie ter bestrijding van de pijn maakt het lichaam endorfine aan. Hetzelfde goedje dat je de kick geeft bij heftig sporten, je ‘high’ maakt. Indiase restaurants (‘vindaloo’, of nog liever ‘phal’) en Indonesische restaurants (‘terlaloe pedis’) kennen voor mij geen geheimen meer. Teleurgesteld na afloop van zo’n etentje, koop ik dan maar weer een grote hoeveelheid van de scherpste pepertjes en maak thuis mijn eigen napalmsausje klaar."

Harm Ikink, redacteur Scheikunde

“Jaren geleden wandelden wij in het voorjaar door Kreta. Op een dag was de Kallergi berghut ons doel, vlak bij de wereldberoemde Samaria-kloof. Reserveren was niet nodig, zo was ons verteld. Aan het eind van een lange dag liepen we over een slechte weg bezaaid met stenen naar boven. Aan de chauffeur van tegemoetkomende Range Rover vroegen we of het nog ver was naar de hut. Nou, zeker nog wel een half uur, klonk het antwoord. Hij raadde ons trouwens af om verder te lopen. Wat bleek: de goede man was de beheerder en bij gebrek aan klandizie had hij net de deur achter zich dicht gedaan. Hij was op weg naar een restaurant in de vallei, om een hapje te gaan eten. Of hij ons mocht trakteren? Dat mocht natuurlijk. In het restaurant kregen we een fantastisch maal voorgezet, met als hoofdgerecht een pas geslacht lam. Normaal gesproken ben ik niet zo’n fan van lamsvlees, maar dit was een geval apart. Heerlijk! Aan het eind van de avond reed de beheerder ons terug naar zijn hut en bedankte ons voor de gezellige avond. Overdonderd door zoveel gastvrijheid zochten we ons bed op. Pas dagen later ontdekten we dat we precies op de Grieks paasavond bij de man te gast waren geweest en zodoende met onze neus in de spreekwoordelijke boter waren gevallen. Het smakelijke lam was een echt Grieks paaslam. Nooit heb ik daarna nog zulk lekker lamsvlees gegeten.”

Mathilde Jansen, redacteur Taal & Spraak

“Een aantal jaar geleden was ik met mijn vriend op het Italiaanse schiereiland Sorrento in Zuid-Italië. Dit eiland heeft samen met het eiland Capri het alleenrecht om limoncello te produceren, gemaakt van de talrijke citroenen die op deze eilanden groeien. Niet alleen hebben we hier heerlijke limoncello gedronken, maar ook at ik op Sorrento mijn lekkerste pizza ooit: gewoon een pizza margherita met tomaat, mozzarella en basilicum. Maar dan niet zo een uit het diepvriesvak van de supermarkt. De tomaten en de basilicumblaadjes waren verser dan vers, de mozzarella was echte buffelmozzarella. En natuurlijk scheen de zon en hadden we zicht op die prachtige Amalfikust, wat bijdroeg aan de geweldige smaaksensatie.”

Ilja van Dam, redactiechef

“Witte bonen in tomatensaus, uit blik… Niet direct een culinair hoogstandje, maar wel een lekker makkelijk ingrediënt wanneer mijn moeder geen tijd had om een vier-sterren-maaltijd te bereiden. Helaas – voor haar – ging die onaantrekkelijke wit-oranje ‘blubber’ er bij ons niet in. Maar mijn moeder had toen al door dat eten veel meer is dan smaak, en dat je met een goed verhaal alles aan de man – of in dit geval aan kinderen – kan brengen. Zij vertelde ons over ‘de cowboys’ die in het Wilde Westen ‘de indianen’ van het vege lijf moesten houden, met in één hand een revolver en in de andere een bord met witte bonen in tomatensaus. Elke keer weer verschanste mijn zusje en ik ons dan weer achter de bank met een bord witte bonen in tomatensaus; met spek, zo hard uitgebakken dat deze nog maar eentiende van z’n originele grootte was. Soms wist ik dan wel dankbaar twee of drie volle borden naar binnen te werken voordat de indianen het uiteindelijk opgaven. Zelf heb ik het nog niet op tafel durven zetten voor m’n gezin, maar heel soms, als ik in een nostalgische bui ben en niet voor m’n gezin hoef te koken, eet ik nog wel eens een bordje ‘koiboi-eten’… of twee, drie.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 december 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.