Je leest:

Meerderheid jongeren negatief over moslims

Meerderheid jongeren negatief over moslims

Auteurs: en | 15 januari 2007

Iets meer dan de helft (54%) van de Nederlandse jongeren staat negatief ten opzichte van moslims. Dit blijkt uit een onderzoek van het departement Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Geen positief direct contact is de belangrijkste verklaring voor de negatieve houding.

Tijdens de laatste scholierenverkiezingen was de Partij van de Vrijheid van Geert Wilders de grote en onverwachte winnaar. Geert Wilders kreeg zestien zetels van jong Nederland. Zijn harde standpunten over immigratie, de islam en inburgering bleken veel jongeren aan te spreken.

Tien procent van de scholieren stemde afgelopen november bij de scholierenverkiezingen op Geert Wilders. Foto: Instituut voor Publiek en Politiek

Liever geen nieuwe Turkse buren

Professor Henk Dekker, politicoloog aan de Universiteit Leiden, wilde weten hoeveel niet-moslim jongeren nu precies een negatieve houding ten aanzien van moslims en de islam hebben. Zijn onderzoeksteam interviewde bijna zeshonderd jongeren in 3 vmbo, havo en vwo, verspreid over 11 scholen in het hele land. Uit zijn onderzoek blijkt dat vier op de tien ondervraagde jongeren een positieve tot zeer positieve houding hebben ten aanzien van moslims en de islam (6% heeft een zeer positieve houding en 34 % heeft een positieve houding). Iets meer dan de helft van de scholieren heeft een negatieve tot zeer negatieve houding (37 % heeft een negatieve houding en 17 % heeft een zeer negatieve houding). De onderzoekers vroegen de jongeren bijvoorbeeld hoeveel vertrouwen ze in Marokkanen hebben en wat ze zouden vinden van nieuwe Turkse buren.

Hoofddoekjes en intimidatie

Uit gesprekken met jongeren werd volgens Dekker duidelijk dat ‘jongeren moslims bijna altijd verbinden aan nationaliteit of etniciteit; alle gesprekken gingen over Turken en Marokkanen. Zichzelf zagen ze vooral als Nederlanders. Relatief vaak wordt gezegd dat moslims zich snel aangevallen voelen en al gauw zeggen dat je een racist bent. Hoofddoekjes en boerka’s worden gezien als tekenen van vrouwenonderdrukking en roepen zeer negatieve emoties op. Van moslim meisjes wordt doorgaans geen kwaad verwacht. Sommigen voelen zich geïntimideerd als ze groepjes Turkse of Marokkaanse jongens tegenkomen.’

Geen positief direct contact is de belangrijkste verklaring voor de negatieve houding van jongeren. Juist in een omgeving waar weinig moslims zijn, kunnen negatieve gevoelens volgens Dekker blijven voortbestaan, en zelfs steeds erger worden.

Geen direct positief contact

Hoe kun je nou verklaren dat de één een positieve houding ten opzichte van moslims heeft en de ander een negatieve houding? Volgens de onderzoekers ligt dit vooral aan het ontbreken van direct positief contact met moslims en de islam. Dit zou ook verklaren waarom op witte scholen en in steden en dorpen waar weinig allochtonen wonen, jongeren toch negatief over moslims denken. Het negatieve beeld dat jongeren hebben wordt dan niet gecorrigeerd door persoonlijke ontmoetingen. Juist in een omgeving waar weinig moslims zijn, kunnen negatieve gevoelens volgens Dekker dus rustig blijven voortbestaan, en zelfs steeds erger worden.

Ook zijn de boodschappen die jongeren uit hun omgeving krijgen van groot belang. Oma’s, opa’s, leraren en ouders hebben allemaal invloed op de houding van scholieren. Maar de beste vriend of vriendin bleek volgens het onderzoek nog de meeste invloed te hebben: jongeren spreken het meest met vrienden over moslims. En die beste vrienden blijken negatiever over de islam dan familie of leraren.

Illustratie: www.linkerwang.nl

Negatieve stereotypen van moslims en negatieve clichés over de islam spelen ook een rol: ‘De televisie zorgt voor veel negatieve informatie, niet alleen in informatieve programma’s bijvoorbeeld over criminaliteit maar ook in programma’s als ‘Vermist’ waar vaak melding wordt gemaakt van vaders die hun kind kidnappen en naar Turkije of Marokko meenemen’, schrijft Dekker. De overtuiging dat moslims een bedreiging vormen voor de veiligheid draagt bij aan de negatieve houding van de scholieren: ‘Velen zeggen dat zij negatiever over moslims zijn gaan denken na de terroristische aanvallen in Amerika,’ aldus Dekker.

Een negatieve generatie

In een interview met het tv-programma Zembla noemt Dekker de onderzoeksresultaten ‘verrassend.’ Het voorspelt ook niet veel goeds voor de toekomst. Dekker: ‘Als je op die leeftijd hele sterke indrukken hebt over hoe de wereld in elkaar zit, en bepaalde houdingen hebt tegenover bepaalde groepen, dan kan je ervan uitgaan dat dat langdurig blijft bestaan. Dat betekent dat de helft van deze generatie, tenzij er iets gebeurt, de komende jaren negatief zal blijven over moslims.’

Bronnen:

Henk Dekker, Jolanda van der Noll, en Tereza Capelos. Islamofobie onder jongeren en de achtergronden daarvan. Universiteit Leiden (12 januari 2007). Interview met Henk Dekker in Zembla (14 januari 2007).

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.