Je leest:

Meer zeeijs op Zuidpool, minder op Noordpool

Meer zeeijs op Zuidpool, minder op Noordpool

In de maand juli van dit jaar was er meer zeeijs op de Zuidpool te vinden dan in de afgelopen 32 jaar. Op de Noordpool was er juist erg weinig zeeijs. Bijna werd het record van 2007 gebroken. Hoe komt dat?

In het Noordpoolgebied is momenteel iets meer zeeijs gemeten dan rond dezelfde periode in recordjaar 2007. Het ijsoppervlak is echter duidelijk minder dan in de jaren 2005, 2006, 2008 en 2009. Op de Zuidpool – waar het nu winter is – is het zeeijs echter toegenomen. De oppervlakte van het zeeijs was vorige maand groter dan ooit in een julimaand gemeten sinds 1978.

Small
Het Noordpoolijs op 1 augustus 2010.
National Snow and Ice Data Center Boulder

De oorzaak van de verminderende ijsbedekking in het Noordpoolgebied is onder meer het steeds dunner worden van het zeeijs door hogere temperaturen. In de jaren 70 was het zeeijs gemiddeld nog 3 tot 4 meter dik; dat is nu 1 tot 1,5 meter. Daarbij komt nog dat het dunnere ijs veel sneller dan vroeger van de Beringstraat (tussen Alaska en VS) naar de Framstraat (tussen Spitsbergen en Groenland) stroomt.

De weersituatie in het Noordpoolgebied wijkt dit jaar sterk af van normaal. De afgelopen winter was het van Canada, Groenland tot Spitsbergen erg zacht. In januari heeft het op Groenland gedooid, terwijl West-Europa door hetzelfde weerpatroon juist een relatief koude winter had. In mei, juni en de tweede helft van juli was er veel zuidenwind in Oost-Siberië en Alaska die warme lucht aanvoerde. Een hogedrukgebied boven het ijs heeft er bovendien voor gezorgd dat de warmte aan de oppervlakte bleef hangen. Deze weersituaties hebben er waarschijnlijk toe geleid dat er dit jaar minder zeeijs is dan de vorige twee jaar. Het zal van het verdere weer afhangen hoe het verder gaat met het zeeijs deze nazomer.

Warme, vochtige lucht

Aan het eind van het smeltseizoen was in recordjaar 2007 gemiddeld 4.3 miljoen vierkante kilometer oceaan in het Noordpoolgebied bedekt met ijs. Dat was 39 procent minder dan de gemiddelde bedekking in september over de periode 1979-2000. Sinds 1979 wordt via satellieten de ijsbedekking in de poolgebieden gemeten. Het minimum in 2007 lag ver onder de afnemende trend die op basis van modelsimulaties verwacht werd.

Medium
De ontwikkeling van de hoeveelheid zeeijs in het Noordpoolgebied in de afgelopen vier maanden.
National Snow and Ice Data Center Boulder

Onderzoek van het KNMI toont aan dat de oorzaak van de extreme ijssmelt in 2007 het gevolg is van een warme, vochtige luchttoevoer in het Noordpoolgebied. Door de hoge luchtvochtigheid bleef de warmte van ijs-en wateroppervlakte hangen (versterkt broeikaseffect) en straalde terug waardoor het zeeijs sneller smolt. Een soortgelijk minimum in 2010 zou een aanwijzing kunnen zijn dat het onverwachte recordjaar 2007 geen incident was, maar onderdeel van een sterker dan verwachte trend.

Het smelten van zeeijs heeft geen directe gevolgen voor de zeespiegel. Drijvend zeeijs verplaatst net zoveel water als het eigen gewicht. Wel kan het gevolgen hebben voor het klimaat in het Noordpoolgebied. IJssmelt zal de temperatuurstijging in de atmosfeer van de Noordpool versterken, wat kan bijdragen tot een verder afsmelten van de Groenlandse ijskap. Door smeltend zeeijs komt er meer zoet water in de Atlantische Oceaan en dat kan gevolgen hebben voor zeestromingen en hun warmtetransport. Daarnaast zijn ook flora en fauna in het Noordpoolgebied afhankelijk van het zeeijs.

Zuidpool meer zeeijs

In tegenstelling tot de Noordpool breidt het zeeijs in het Zuidpoolgebied – waar het nu winter is – zich juist uit. De oppervlakte van het zeeijs was in juni en juli zelfs groter dan ooit in deze maanden gemeten sinds 1978. Het aangegroeide zeeijs op de Zuidpool is echter minder dan de hoeveelheid gesmolten Noordpoolijs.

Medium
De ontwikkeling van de hoeveelheid zeeijs in het Zuidpoolgebied in de afgelopen vier maanden.
National Snow and Ice Data Center Boulder

De toename van het zeeijs komt door het in de winterperiode afkoelen van het oppervlaktewater rond Antarctica over de laatste 20 jaar. Voor deze plaatselijke afkoeling zijn er verschillende verklaringen. Een mogelijkheid is dat het ozongat in het voorjaar een sterkere westenwind rond het continent veroorzaakt, waardoor het er kouder blijft. Een andere mogelijkheid is dat er zich meer ijs vormt in het laagje zoet en koud water dat achterblijft als het smeltende ijs van Antarctica afkalft.

Uit satellietmetingen blijkt dat Antarctica de laatste jaren meer landijs heeft verloren, zodat er ook meer smeltwater moet zijn. Dit zoete water blijft bovenop het zoute oceaanwater drijven. In de herfst en vroege winter (april tot juni) vriest het dan eerder dicht. Nader onderzoek moet echter nog uitwijzen welke van de mogelijke mechanismen in werkelijkheid het belangrijkste is.

Klimaatmodellen die voor het vorige IPCC rapport (2007) gebruikt werden, simuleren sterke opwarming in het Noordpoolgebied en vrijwel geen opwarming in de zuidelijke oceaan. De bovengenoemde mechanismen zijn echter in de meeste van die modellen nog niet meegenomen.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).
© Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 augustus 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE