Je leest:

Meer tijd nemen voor allochtone ouders

Meer tijd nemen voor allochtone ouders

Neem bij allochtone ouders meer tijd voor rapportbesprekingen, geef ze concrete adviezen over wat ze thuis kunnen doen en bied vóór groep 8 duidelijkheid over het type voortgezet onderwijs dat geschikt is voor een kind. Dat raadt de Leidse ontwikkelingssocioloog Marijke Booijink de Nederlandse basisscholen aan. Ze schreef een handreiking waarin staat hoe ze de communicatie met allochtone ouders kunnen verbeteren.

Goede contacten belangrijk

Alle basisscholen krijgen deze week van Stichting Kinderpostzegels Nederland, die het onderzoek financierde, een informatieflyer over de handreiking “Terug naar de basis, mogelijkheden voor het verbeteren van de communicatie tussen leerkrachten en allochtone ouders in het primair onderwijs”. Deze handreiking is gebaseerd op het onderzoek van de Leidse ontwikkelingssocioloog Marijke Booijink. Booijink: ‘De communicatie tussen tussen scholen en allochtone ouders wordt vaak als problematisch ervaren. En juist bij deze groep ouders zijn goede contacten erg belangrijk, omdat de onderwijspositie van veel allochtone leerlingen om extra aandacht vraagt. De meeste aanbevelingen zijn trouwens ook heel bruikbaar voor autochtone ouders.’

Leerkrachten hebben negatief beeld van allochtone ouders

Booijink ging na hoe allochtone ouders dachten over de leerkrachten van hun kinderen. En aan leerkrachten vroeg ze hoe ze tegen allochtone ouders aankeken. Booijinks belangrijkste conclusie was dat bij vrijwel alle leerkrachten het beeld van allochtone ouders overwegend negatief was. Ze vonden dat de communicatie met de ouders moeizaam verliep, vooral doordat de ouders het Nederlands onvoldoende zouden beheersen. Ook waren de leerkrachten van mening dat allochtone ouders hun kinderen onvoldoende ondersteunen in hun leren. Ze zouden bijvoorbeeld niet vragen hoe het was op school en zouden hun kinderen niet op een goede manier stimuleren om naar school te gaan als ze geen zin hadden. Ook wordt volgens hen thuis te weinig gelezen of spelletjes gedaan. Allochtone ouders dachten minder negatief over de leerkrachten.

Booijinks belangrijkste conclusie was dat bij vrijwel alle leerkrachten het beeld van allochtone ouders overwegend negatief was. Foto: www.forum.nl

Tien-minuten-gesprek te kort

Booijink vindt dat scholen meer moeten doen om een band op te bouwen met allochtone ouders. In haar handreiking reikt ze daarvoor concrete mogelijkheden aan. Investeer vanaf de eerste dag in de relatie met ouders, zo raadt Booijink de scholen aan. Neem voldoende tijd voor de rapportbesprekingen. De gebruikelijke tien minuten zijn echt te kort voor een vruchtbaar gesprek. Dat zou minimaal een kwartier moeten zijn. Booijink, die een groot aantal tien-minuten-gesprekken bijwoonde: ‘Die tien minuten voldoen net voor informatieverschaffing vanuit de school, maar niet voor uitwisseling. Zeker wanneer de achtergronden van kinderen steeds meer verschillen, is het belangrijk om informatie van ouders te krijgen. Een veelgehoorde klacht van ouders is dat het te veel eenrichtingsverkeer is van leerkracht naar ouders.’

Heen-en-weer-kaart

Ook over de manier waarop het gesprek gevoerd moet worden, geeft Booijink advies. Ondersteun de informatie tijdens de rapportbespreking met schoolwerk van het kind. En geef heel concrete adviezen. Als leerkrachten ouders aanraden het thuis lezen van hun kind(eren) te stimuleren, moeten ze erbij zeggen hoe lang een kind per dag moet lezen en welke boeken geschikt zijn. Ouders kunnen dan op een heen-en-weer-kaart schrijven wat het kind thuis gelezen heeft, en op die manier hierover contact houden met de school. Ook moeten leerkrachten vóór groep acht informatie geven over het voortgezet onderwijs én de verwachte mogelijkheden van het kind. Dat biedt duidelijkheid voor ouders en kinderen en kan teleurstellingen voorkomen.

‘Op dit moment is een op de vijf basisschoolleerlingen van allochtone afkomst. In 2020 zal die verhouding een op drie zijn. Investeren in de relatie met allochtone ouders is dus echt de moeite waard,’ aldus Booijink.

Huisbezoeken zinvol

Ook een persoonlijke benadering kan helpen om een betere relatie met allochtone ouders te krijgen. Booijink: ‘Huisbezoeken lijken mij zeer zinvol voor het opbouwen van een vertrouwensband. Een goede relatie van de school met de ouders is nodig om samen een kind goed te kunnen begeleiden. Ook ga je je door die huisbezoeken veel beter realiseren dat de ene allochtone ouder de andere niet is. Want daar ligt de oorzaak van het negatieve beeld van de leerkrachten. Wanneer er een probleem is met een allochtone ouder, hebben leerkrachten de neiging om dat in verband te brengen met de allochtone achtergrond. Het wordt dan ook al gauw gegeneraliseerd naar andere allochtone ouders. Bij een vergelijkbaar probleem met een autochtone ouder, gaan de leerkrachten ervan uit dat het aan zijn of haar persoonlijke situatie ligt.’

Educatief partnerschap

Er is vrij veel onderzoek gedaan naar allochtone oudercontacten, maar niet naar de communicatie, vertelt Booijink. Uit dat onderzoek kwam vaak naar voren dat de oorzaak van veel problemen in de communicatie lag. Maar wat er dan mis ging in die communicatie was tot dusver nog niet onderzocht. Die onderzoeken waren meer gericht op hoe je de allochtone ouders de school in krijgt. Booijink: ‘Maar naar wat scholen moeten doen als de ouders eenmaal binnen zijn, werd niet gekeken. Dat focussen op de individuele contacten en de keuze voor kwalitatief onderzoek zoals ik gedaan heb, is vrij nieuw. In Amerika is veel te doen over ’educatief partnerschap’, het samenwerken tussen school en ouders. Ook in Nederland is daar steeds meer aandacht voor. Op dit moment is een op de vijf basisschoolleerlingen van allochtone afkomst. In 2020 zal die verhouding een op drie zijn. Investeren in de relatie met allochtone ouders is dus echt de moeite waard.’

Marijke Booijink voerde het onderzoek uit onder begeleiding van prof.dr. Wasif Shadid van het departement Culturele Antropogie en Ontwikkelingssociologie van de Universiteit Leiden. De kinderhulporganisatie Stichting Kinderpostzegels Nederland heeft het onderzoek gefinancierd.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.