Je leest:

Meer contact leidt tot polarisatie

Meer contact leidt tot polarisatie

Auteur: | 2 mei 2006

Andreas Flache doet onderzoek naar sociale relaties op een wel heel bijzondere manier. Niet door mensen te bestuderen of te interviewen, maar door middel van wiskundige computermodellen. Die modellen geven ook nog verassende uitkomsten. Volgens Flache’s modellen leidt meer contact tussen mensen in veel situaties niet tot integratie, maar juist tot polarisatie.

Andreas Flache ontwerpt wiskundige modellen om sociale relaties te beschrijven. Zijn laatste model laat zien dat meer contact tussen mensen niet vanzelfsprekend goed is voor de integratie. ‘Neem nu de zwarte en de witte scholen. Soms zou het beter werken als je scholieren die heel erg verschillen niet meteen met elkaar mengt,’ aldus Flache. “Als je meteen iedereen in een grote pot stopt, krijg je polarisatie omdat sommige mensen elkaar als negatieve referenten gebruiken en zich tegen elkaar afzetten.” Flache presenteert de resultaten van zijn onderzoek naar polarisatie deze zomer in Montreal.

Veel sociologen zeggen dat hoe meer mensen contact met elkaar hebben, hoe kleiner de verschillen tussen hen worden en hoe meer die mensen het met elkaar eens zullen worden. Dat klinkt mooi, maar volgens Flache vergeten die onderzoekers te kijken naar de negatieve kant van beïnvloeding. ‘Als je in contact komt met iemand die je heel onaardig of onaantrekkelijk vindt, dan zul je vaak juist zorgen dat je niet op die persoon gaat lijken.’

De mechanismen waar Flaches modellen vanuit gaan zijn ‘homophily’ en sociale beïnvloeding. Homophily is het mechanisme waardoor mensen die veel op elkaar lijken een betere relatie ontwikkelen: ‘birds of a feather flock together’ in het Engels. Sociale beïnvloeding is het mechanisme dat we naar mate we een sterkere relatie met een ander hebben, het meer met elkaar eens worden. De negatieve keerzijde van sociale beïnvloeding is volgens Flache een beetje vergeten. Er wordt vooral onderzoek gedaan naar positieve beïnvloeding of hoe mensen op individueel niveau stereotypen ontwikkelen. Het is ook belangrijk te kijken wat er in een grote groep gebeurt als iedereen volgends deze principes handelt, aldus Flache. En dat kan goed met computermodellen.

Flache’s onderzoek laat zien wat er gebeurt als een grote groepen mensen met elkaar in contact komen. Zijn computermodel rekent alle verschillende relaties tussen de gesimuleerde mensen door. Elk individu heeft een eigen mening over een aantal stellingen. Op een schaal van 1 tot 10 geeft de computer aan hoe erg een individu het met een opvatting eens of oneens is. Daarna vergelijkt het programma twee individuen en kijkt het hoeveel hun meningen overeen komen. Hebben ze veel overeenkomsten, dan schuift het model ze naar elkaar toe, maar grote verschillen zorgen juist voor verwijdering. Door steeds meer virtuele personen aan elkaar voor te stellen en hun relatie door te rekenen maakt het programma een overzicht van hoe uiteenlopende groepen op elkaar reageren.

In deze figuur laat Flache zien wat er gebeurt als je mensen met allemaal verschillende ideeën ineens bij elkaar plaatst, in een klas bijvoorbeeld.

Flache stelt voor om de integratie geleidelijk te laten verlopen door eerst mensen die meer met elkaar overeenstemmen bij elkaar te brengen.

Uit die modellen blijkt dus dat meer contact tussen mensen kan leiden tot polarisatie. Wat er dan gebeurt, is dat twee of meerdere individuen die heel sterk van elkaar verschillen steeds extremere posities ten opzichte van elkaar innemen (negative beinvloeding). Deze “extremisten” beinvloeden tegelijkertijd hun nog enigszins gematigde vrienden of kennissen die hen naar steeds extremere posities volgen.

Hoe moet je deze polarisatie nu in de praktijk voorkomen? Volgens Flache zou je kinderen voordat ze naar een bepaalde school gaan bijvoorbeeld een vragenlijst in kunnen laten vullen. Kinderen die heel extreem blijken te denken, zou je dan eerst in de klas moeten zetten bij kinderen waarvan ze niet zoveel verschillen. ‘Als je ze namelijk in een groep zet met kinderen waarmee ze eenzelfde basis hebben, dan heb je veel meer kans dat extreme kinderen gematigd worden omdat ze zich aanpassen aan de rest van de groep. Als je bijvoorbeeld kinderen op school krijgt met fundamentalistische religieuze ideëen dan kun je die beter eerst in een klas met gematigde religieze medescholieren plaatsen. Met deze kinderen delen ze veel, waardoor de kans dat ze opvattingen van hun overnemen groter is dan als je ze in een klas zet met kinderen met een andere religieuze achtergrond, waar ze zich eerder zullen gaan afzetten,’ aldus Flache.

Ook op gemengde scholen krijg je dan bijvoorbeeld eerst een islamitische klas, een autochtone klas en misschien een Hindu klas, denkt Flache. ‘Je loopt inderdaad het risico dat je stereotypen benadrukt, maar die gemeenschappelijke basis hoeft niet op basis van geloof of etniciteit te zijn. Het belangrijkste is dat je extremen matigt.’

Wat hebben computermodellen met de werkelijkheid te maken? Flache vertelt dat er genoeg collega’s zijn die hun vraagtekens hebben bij zijn manier van onderzoek. Maar Flache verdedigt zich makkelijk. ‘Met sociologische modellen maak je de werkelijkheid altijd simpeler dan die is. En die abstracte modellen moeten altijd empirisch getest worden.’ Zo heeft Flache al eerder op basis van wiskundige modellen een theorie opgesteld die voorspelt dat hechte sociale contacten op het werk lang niet altijd zo gunstig zijn. En wat blijkt uit vragenlijstonderzoek onder werknemers? Mensen die hechte relaties op het werk onderhouden dekken elkaar vaak waardoor de controle op de kwaliteit van het werk vermindert.

Het onderzoek naar polarisatie door meer contact gaat vanaf september ook empirisch getoetst worden. Hoe het experiment er precies uit gaat zien is nog niet helemaal duidelijk. Zeker is dat Flache mensen meningen gaat laten uitwisselen om te kijken wat er dan met hun relatie gebeurt. Waarschijnlijk worden de proefpersonen studenten. Om te kijken hoe die studenten elkaar beïnvloeden heeft Flache verschillende studenten nodig, bijvoorbeeld met verschillende etnische achtergrond of uit verschillende studierichtingen. Uit zo’n onderzoek onder studenten kan bijvoorbeeld blijken dat sociologiestudenten minder positief staan tegenover het geven van financiële prikkels tijdens de studie dan economiestudenten. Als zij die opvattingen van elkaar te weten komen, dan zou het goed zo kunnen zijn dat ze elkaar een stukje minder aardig vinden!

Of meer contact tussen mensen echt leidt tot meer polarisatie is dus nog niet beantwoord. Maar de wiskundige computermodellen kunnen volgens Flache wel degelijk bij dragen aan de oplossing van het integratievraagstuk. ‘Je kunt ervan leren hoe je contacten het beste kunt organiseren, waar je met integratie moet beginnen en wat de risico’s zijn’.

Andreas Flache is universitair docent bij de basiseenheid Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn artikel ‘Why more contact may increase cultural polarization’ is ingediend voor presentatie op de 101ste bijeenkomst van de Amerikaanse Sociologische Vereniging op 11-14 augustus 2006.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.