Je leest:

Meer bloemen, minder Stegosaurus

Meer bloemen, minder Stegosaurus

Auteur: | 23 maart 2009

Bloemplanten ontstonden in de Krijt periode. Ze explodeerden in aantal rond 120-100 miljoen jaar geleden. Ook dinosauriërs waren toen nog aanwezig op aarde. Het aantal stegosaurussen nam af toen de bloemplanten hun opmars maakten.

De Krijt-periode (145-66 miljoen jaar geleden) is de periode waarin alle niet-vliegende dinosauriërs uitstierven. Het is ook de periode van het begin van de bloemplanten (angiospermen), die we nu nog steeds overal om ons heen zien. De gedachte was dat de kleine, herbivore dinosauriërs de ontwikkeling van de bloemplanten op gang hielpen. Nieuw onderzoek van Butler ( Natural History Museum, Londen) en collega’s laat echter niet datzelfde beeld zien in het tijdschrift The Natural History Museum. De onderzoekers ontdekten ook dat Stegosaurus in aantal afnam toen de bloemen de wereld veroverden in het midden van het Krijt.

In de Krijt periode begon de wereld op die van vandaag de dag te lijken. Hier een afbeelding van de geografie van negentig miljoen jaar geleden. In het begin van het Krijt zaten Afrika en Zuid-Amerika, Australië en Antarctica nog aan elkaar vast (het supercontinent Gondwanaland). De noordelijke landmassa (Azië, Europa en Noord-Amerika) heet Laurasië. Bron: Creative Commons

Theorie

Eerder onderzoek van de Amerikaanse paleontoloog Bakker (jaren zeventig en tachtig) suggereerde dat de timing van de radiatie van bloemplanten en die van de ontwikkeling van kleinere, herbivore dino’s samenviel. In het late Jura was het compleet anders. Toen domineerden grote naaktzadigen zoals coniferen, ginkgo’s en palmvarens. Belangrijke herbivore dino’s destijds waren de stegosaurussen en de sauropoden (zoals de Brachiosaurus). Vooral de sauropoden aten van de hoge boomtoppen.

In het vroege Krijt daarentegen waren de herbivoren een stuk kleiner met ornithopoden en ankylosaurussen als belangrijke vertegenwoordigers. De grote, lange herbivoren waren minder dominant. Rond de Jura-Krijt grens (145 miljoen jaar geleden) stierven 57-89% van de sauropoden uit. Bakker stelde dat de kleinere herbivoren zorgden voor een verstoorde omgeving met allerlei open plekken. Hierdoor vond de evolutie van de bloemplanten versneld plaats.

Ginkgo biloba, een ‘levend fossiel’. De voorouder van deze soort leefden al in het Perm. Ze waren ook veelvuldig te vinden in het late Jura. Bron: Creative Commons

Maar is dat ook werkelijk zo? Walter en collega’s maakten een grote database van alle recente gegevens in de literatuur over planten en dino’s uit het Krijt. En daar is statistiek op losgelaten.

Bloemplanten blijken niet in het oudste Krijt aanwezig te zijn. Pas rond 120-100 miljoen jaar geleden hadden de angiospermen een hoge diversiteit, eerst in de lage breedtegraden en later ook op de hogere breedten. Echter, de eerder gedachte overgang van grotere naar kleinere herbivoren vond plaats rond de Jura-Krijt grens. Dat is ongeveer 25 miljoen jaar eerder dan de radiatie van de angiospermen. De theorie van Bakker is hiermee dus omver geworpen.

Stegosaurussen waren geen kleine jongens ten opzichte van de mens. Ze waren echter bij lange na niet de grootste herbivoren. Bron: GNU

Overigens klopt de abrupte overgang van grotere naar kleinere niet helemaal. De sauropoden waren bijvoorbeeld nog steeds aanwezig in het Krijt, ondanks de flinke diversiteitafname rond de Jura-Krijt grens. En dinosauriërs die wat lager van de bomen aten waren ook al aanwezig in het late Jura. Een voorbeeld is de Stegosaurus. De overgang is dus geleidelijker, maar niet voldoende om Bakkers theorie te bevestigen.

Stegosaurus met zijn karakteristieke rugplaten is onder andere te zien in het Senckenberg Museum in Frankfurt. In Nederland is dit monster uit het Jura en Krijt te zien in Oertijdmuseum ‘De Groene Poort’ in Boxtel. Bron: Creative Commons

Stegosaurus

Het geslacht Stegosaurus nam duidelijk af in diversiteit. Dat is precies tegelijk met de radiatie van de bloemplanten. De stegosaurussen stierven zelfs helemaal uit in deze periode. Een eerdere teruggang vond waarschijnlijk al plaats bij het verschijnen van de eerste angiospermen. Tezamen met Stegosaurus namen ook palmvarenachtige planten (cycads) af. En juist deze palmvarenachtige planten waren waarschijnlijk het belangrijkste voedsel voor Stegosaurus. Een ander opvallend detail is de toename van het aantal ankylosaurussen toen de het aantal stegosaurussen afnam. Toeval? Mogelijk niet want ze zijn beide zwaar bepantserd, herbivoor en ongeveer even groot. En dus zou Ankylosaurus de competitie met de Stegosaurus gewonnen kunnen hebben.

Hoe het nu precies zit, is nog onduidelijk. De wetenschappers melden dan ook dat meer onderzoek nodig is. Wellicht kunnen we de komende jaren hier meer paleontologisch nieuws over verwachten.

Ankylosaurus leefde tot het eind van het Krijt.

Referentie:

Butler et al., 2009. Diversity patterns amongst herbivorous dinosaurs and plants during the Cretaceous: implications for hypotheses of dinosaur ⁄angiosperm co-evolution. The Natural History Museum 22: 446-459.

Zie ook:

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 maart 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.