Je leest:

Medicijnonderzoek bij eczeem

Medicijnonderzoek bij eczeem

Auteur: | 5 juni 2017
iStockphoto

Al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bestaat de behandeling van eczeem uit het verbeteren van de droge huid met neutrale zalven of crèmes (zonder medicatie) en het toepassen van smeersels met corticosteroïden, de hormoonzalven. Onderzoek naar nieuwe smeermiddelen is lastig.

Bij kinderen komt eczeem veel vaker voor dan bij volwassenen. Ongeveer 10-15% van alle kinderen krijgt constitutioneel eczeem, met name onder de 5 jaar. Na astma is dit de meest voorkomende chronische aandoening bij kinderen onder de 12 jaar. Circa 75% van deze kinderen ‘groeit over het eczeem heen’ waardoor nog ongeveer 2-3% van de volwassenen eczeem heeft.

Constitutioneel eczeem is een niet-besmettelijke, chronische huidaandoening, die gepaard gaat met roodheid, zwellingen, vochtafscheiding, schilferen en kloofjes. Het overheersende kenmerk is echter de hevige jeuk, die leidt tot krabben, wat het eczeem alleen maar erger maakt. De huid van mensen met eczeem is slecht in staat vocht vast te houden en is daardoor vaak (extreem) droog.

Tobben met oude hormoonzalven

Al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bestaat de behandeling van eczeem uit het verbeteren van de droge huid met neutrale zalven of crèmes (zonder medicatie) en het toepassen van smeersels met corticosteroïden, de hormoonzalven. Alhoewel er nieuwe hormoonzalven ontwikkeld zijn, is de behandeling anno 2016 bijna gelijk aan die in 1970. Tot grote teleurstelling van mensen met eczeem. Een veel gehoorde klacht is dan ook: ‘er wordt gewoon niet genoeg onderzoek naar gedaan’. Maar dat is niet het geval; het is immunologisch een ingewikkelde en nog onvoldoende begrepen aandoening.

Een medicijn om eczeem te genezen is (nog) niet beschikbaar. De meeste behandelingen zijn er op gericht om de klachten te verminderen met zalf en crème. Een hormoonzalf bevat corticosteroïden, stoffen die zijn afgeleid van het bijnierschorshormoon. Ze hebben een ontstekingsremmende werking en beïnvloeden de afweerreactie en vaatvernauwing. Dit vermindert de roodheid en jeuk.
iStockphoto

Hormoonzalven hebben een zeer slechte naam. Dat komt omdat ze in het verleden te veel en te vaak zijn toegepast waardoor veel mensen met eczeem (permanente) bijwerkingen kregen zoals het dunner worden van de huid, waardoor bijvoorbeeld bloedvaatjes zichtbaar werden in het gezicht. Ouders van kinderen met eczeem zijn hierdoor nog steeds huiverig om hormoonzalf te gebruiken. Er is zelfs een woord voor: corticofobie.

Onderzoek naar nieuwe smeermiddelen

Bij huidaandoeningen heeft het de voorkeur om het werkzame medicijn op de huid aan te brengen in plaats van het middel te slikken. Immers, zo komt het medicijn meteen op de plaats waar het moet werken. Hierdoor komt er – als het goed is – ook minder werkzame stof in het bloed wat de kans op systemische bijwerkingen vermindert.

Geneesmiddelenonderzoek bij eczeem ziet er daardoor wat anders uit. Naast de vraag of het middel werkt tegen eczeem, is het ook belangrijk te weten of het door de huid wordt opgenomen. En zo ja, hoe ver het in de huid doordringt. Dit wordt in eerste instantie onderzocht op proefdieren, soms ook op kadaver-huid van mensen, en pas daarna op menselijke proefpersonen.

Er zijn nog twee belangrijke factoren die onderzoek naar middelen tegen eczeem compliceren. Een werkzame stof kun je niet zomaar op de huid aanbrengen. Daarom wordt het gemengd in een drager: een zalf, crème, lotion of gel. Die drager kan ook van invloed zijn op de werking van het medicijn: sommige medicijnen werken beter in een zalf, anderen beter in een crème, of het maakt niet uit. Het verschil in werking kan een factor 10 bedragen. Verder zijn deze dragers, zoals zalven en crèmes, op zichzelf óók werkzaam, omdat ze de conditie van de droge huid verbeteren. Dit betekent dat in gerandomiseerd dubbelblind placebo-gecontroleerd medicijnonderzoek de placebo niet echt een placebo is.

Fase 3-onderzoek: een zware belasting

Wanneer een eczeempatiënt meedoet aan een zogenoemd fase 3-onderzoek van een nieuwe zalf of crème tegen eczeem, dan staat die persoon heel wat te wachten. Bij de screening en op de afgesproken tijdstippen moet eerst de ernst van het eczeem ‘gemeten’ worden. Omdat de ernst van eczeem niet objectief kan worden vastgesteld met een bloedtest, moet een deelnemer hiervoor uitgekleed onderzocht worden door een arts. Die bepaalt dan visueel, met gevalideerde meetinstrumenten, de ernst van het eczeem. Bij een fase 3-onderzoek van drie maanden moet dit bijna wekelijks herhaald worden. Vaak mag de patiënt tussen de screening en de start van het onderzoek ook geen medicatie meer gebruiken, de zogenaamde wash-out, waardoor het eczeem zal verergeren.

Tijdens de onderzoeksperiode zelf kan de patiënt de eigen routine niet meer volgen, maar moet hij voldoen aan het onderzoeksprotocol waarin staat wat hij wel en niet mag gebruiken. Tweemaal per dag moet hij bijvoorbeeld een neutrale zalf of crème op het hele lichaam aanbrengen en daarna volgens strikte instructies, het testsmeersel of placebo-smeersel op de eczeemplekken. Dat is ingrijpender dan eenmaal of tweemaal daags een pil slikken.

Gedurende het onderzoek moeten patiënten op verschillende momenten vragenlijsten invullen over de ernst van de eczeemklachten, kwaliteit van leven, mate van jeuk, kwaliteit van de slaap, gemiste school- of werkdagen et cetera. Tevens wordt er, net zoals bij ander medicijnonderzoek, gekeken naar bijwerkingen en de invloed op andere organen dan de huid.

Constitutioneel eczeem komt vooral voor bij kinderen. Het begint meestal in de eerste maanden na de geboorte.
Dreamstime

Het is daarom van groot belang dat potentiële deelnemers van tevoren goed ingelicht worden over wat hen te wachten staat. Want als teveel deelnemers voortijdig stoppen brengt dat het hele onderzoek in gevaar. Er zijn dan niet voldoende gegevens voor een betrouwbare analyse.

Hoop op betere middelen

Gelukkig doen er nog steeds voldoende mensen met eczeem mee aan medicijnonderzoek en maken ze het ook meestal af tot het einde. Wat beweegt die mensen om mee te doen en om gedurende een bepaalde periode hun leven een beetje op z’n kop te zetten? Die vraag is lastig te beantwoorden, maar er zijn grofweg twee motieven: 1) hopelijk helpt het voor mij en word ik er zelf beter van, en 2) hopelijk helpt het de wetenschap vooruit en hebben mensen met eczeem er iets aan. Wat daarbij helpt, is dat de huidige hormoonzalven een slechte naam hebben en dus elke nieuwe zalf of crème zonder hormonen zeer welkom is.

Ook de onderzoeksopzet kan patiënten over de streep trekken. Traditioneel werden patiënten bij onderzoek opgedeeld in twee groepen: de ene helft kreeg het werkzame middel, de andere een ‘placebo’. Tegenwoordig zie je steeds vaker dat er 2:1 gerandomiseerd wordt, waardoor tweederde het werkzame middel krijgt en een derde het ‘placebo’.

Kinderen als proefpersoon

Omdat eczeem veel meer voorkomt bij kinderen dan bij volwassenen, is het belangrijk om ook kinderen te includeren in onderzoek, zowel jongens als meisjes. En dat gebeurt ook. Meestal wordt het medicijn eerst bij patiënten vanaf 18 jaar onderzocht, daarna bij 12 tot 17 jarigen, gevolgd door de groep van 5-12 jaar, 2-5 jaar en uiteindelijk van 3 maanden tot 2 jaar. Soms gebeurt dat gecombineerd in één studie, waarbij men dus rekening houdt met een evenwichtige verdeling qua aantal deelnemers per leeftijdscategorie.

Voor kinderen onder de 12 jaar en helemaal voor kinderen van 3 maanden tot twee jaar en van 2-5 jaar, gelden zeer strenge eisen ten aanzien van de veiligheid. De farmaceutische industrie vraagt over onderzoek bij kinderen aangaande nieuwe medicijnen advies aan het Comité kindergeneeskunde (PDCO, Paediatric Committee) van de Europese medicijnenautoriteit (EMA) . Pas na zo’n advies zal het onderzoek starten.

Op dit moment zijn er vier nieuwe middelen tegen eczeem die redelijk ver gevorderd zijn qua ontwikkeling: twee injecteerbare medicijnen (biologics), een zalf en een crème. Hopelijk worden ze op termijn goedgekeurd en blijken ze ook in de praktijk te werken. Dat komt de mensen met eczeem ten goede en dan zijn de inspanningen van de proefpersonen niet voor niks geweest.

Lees het volgende artikel van het thema ‘Proeven met mensen’

Verbetert EPO de fietsprestatie of niet?

Jules Heuberger
Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juni 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.