Je leest:

Medicijnen in een nieuw jasje

Medicijnen in een nieuw jasje

Auteur: | 10 januari 2008

Ons lichaam werkt niet altijd mee met artsen. Zo breekt het veel medicijnen snel af, waardoor een patiënt ze vaak moet innemen. En dat terwijl medicijnen juist bestaan om het lichaam te helpen! Aan de Universiteit van Utrecht wordt onderzocht hoe je deze afbraak kunt beïnvloeden. Een manier is het medicijn in te pakken in een beschermend jasje: een zogenaamde hydrogel. De toepassingen lijken veelbelovend.

Een patiënt met suikerziekte moet elke dag meerdere keren een dosis insuline bij zichzelf injecteren om niet ziek te worden. Zou het niet praktischer zijn als hij aan het begin van de week gewoon twintig keer zoveel insuline in zou spuiten? Helaas is dat niet mogelijk. Zo’n dosis is giftig voor het lichaam. Toch is het niet eens zo’n gek idee. Voorwaarde is dan wél, dat de insuline gereguleerd vrijkomt. Dr. Sophie van Tomme doet onderzoek naar hydrogelen: een jasje om het medicijn dat de afgifte van het medicijn reguleert en het tegen afbraak beschermt.

Hydrogel

Van Tomme, onlangs gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht, legt uit: ‘de hydrogel waar ik de afgelopen vier jaar aan heb gewerkt bevat kleine, positief en negatief geladen gelbolletjes. Door de aantrekkingskracht tussen deze tegengesteld geladen bolletjes binden ze aan elkaar.’ De bolletjes kunnen veel water opnemen, waardoor een 3-dimensionaal netwerk met een zacht oppervlak ontstaat: een gel.

‘Veel nieuwe geneesmiddelen bestaan uit eiwitten’, vertelt Van Tomme ‘Deze eiwitten kunnen we verpakken in zo’n gel. Een chirurg kan de gel dan als implantaat in het lichaam plaatsen. Het lichaam breekt de gel langzaam af en hierdoor komt het medicijn stukje bij beetje vrij. De afbraak van de gel kan worden aangepast door de eigenschappen van de gel te wijzigen.’ Zo zorgt een sterkere binding tussen de positieve en negatieve bolletjes in de gel dat het lichaam de gel minder snel afbreekt. Hierdoor komt het medicijn minder snel vrij in het lichaam. Door met de eigenschappen van de gel te spelen, is de afgifte van het medicijn te reguleren.

Van Tomme onderzocht ook de manier waarop je een gel in het lichaam kan krijgen. Een chirurgische ingreep brengt namelijk ook praktische nadelen met zich mee. ‘Ik heb veel onderzoek gedaan naar een gel die zich pas in het lichaam zelf vormt. Zo’n gel injecteer je in vloeibare vorm. Op de plek waar je de vloeistof injecteert vormen de geladen gelbolletjes weer hun netwerk.’ Zo hoeft een patiënt met suikerziekte niet naar de dokter voor een gel-implantaat én is hij niet meer gebonden aan het elke dag injecteren van insuline, omdat er vele doses insuline in de gel verpakt kunnen worden.

Microscoopopname van microdeeltjes die samenplakken tot een hydrogel. In de gel kunnen geneesmiddelen worden opgeslagen, die dan langzaam vrijkomen in het lichaam. bron: Afdeling Farmaceutische Technologie, Universiteit van Tübingen.

Toepasbaarheid

In theorie klinkt deze techniek veelbelovend, maar over de praktijk is nog niet zoveel bekend. De vertaling van het laboratorium naar de kliniek moet nog plaatsvinden. Eerst naar proefdieren, daarna naar de mens. Vaak gaan er dan een aantal jaar overheen voor een nieuwe techniek daadwerkelijk beschikbaar is voor bijvoorbeeld patiënten met suikerziekte.

Bovendien kleven er nog andere aspecten aan zo’n gel. Zo moet het lichaam de gel natuurlijk wel helemaal af kunnen breken zodat er geen resten achterblijven. Belangrijker nog: het afweersysteem moet de gel niet als ‘indringer’ zien, omdat er dan allerlei nadelige reacties en infecties op kunnen treden. Verder zou een gel kunnen barsten. Dan komt het medicijn in de gel niet meer gecontroleerd vrij, maar in een grote dosis tegelijk. Dat kan veel ongewenste bijwerkingen opleveren.

Hydrogel voor gecontroleerde afgifte van medicijnen.

Gouden toekomst?

Als klap op de vuurpijl heeft Van Tomme in haar proefschrift nog een interessante toepassing van haar techniek in petto. Ze denkt dat haar hydrogel ook kan helpen beschadigde organen te herstellen. Bijvoorbeeld door nieuwe levercellen via een gel in een aangetaste lever te plaatsen. Terwijl het lichaam de gel afbreekt groeien de levercellen uit tot nieuw weefsel. Natuurlijk, daar zijn wel voedingsstoffen voor nodig. Maar het is goed mogelijk om zelfs zulke voedingsstoffen toe te voegen aan de gel.

Schematische weergave van cellen, gelegen tussen de poriën van de gelbolletjes. bron: S. van Tomme.

Deze techniek staat nog in haar kinderschoenen, maar klinkt veelbelovend. Vooral als je bedenkt hoe groot het tekort aan orgaandonoren in Nederland is. Als deze techniek in de kliniek blijkt te werken, kan het een grote stap zijn naar een oplossing voor het donorprobleem.

Over de auteur

Alexander Brandenburg is Masterstudent Science Communication aan de Universiteit Utrecht.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Utrecht (UU).
© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 januari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.