Je leest:

Mediageweld en propaganda

Mediageweld en propaganda

Auteur: | 6 juli 2012

Toen de Tachtigjarige Oorlog al begonnen was maar Amsterdam nog een streng katholiek stadsbestuur had, werd er in die stad een levendig publiek debat gevoerd. Verschillende kampen gebruikten een spindokter-achtige mediastrategie om de stadsbevolking achter zich te krijgen. Dat ging veel verder dan alleen het inzetten van de drukpers. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van historica Femke Deen.

In de zomer van 1566 raasde de Beeldenstorm over Nederland; een bijzonder roerige periode in de Amsterdamse geschiedenis. Overal drongen protestantse opstandelingen katholieke kerken binnen en vernielden beelden van Maria en andere heiligen. Het vereren van beelden paste volgens de protestanten niet in het ware christelijk geloof.

Het oude stadhuis van Amsterdam, gravure van kort na de Alteratie van Amsterdam (ca. 1615).
wikimedia commons

Door het nietsontziende geweld van de Beeldenstorm hadden de protestanten zich duidelijk laten horen. Veel Hollandse steden kozen de kant van de godsdiensthervormers en daarmee van de Nederlandse Opstand onder leiding van Willem van Oranje. Het streng-katholieke stadbestuur van Amsterdam niet. Dat wist zich al snel te herstellen en trad pas in 1578 af.

In de tumultueuze periode die volgde – met een streng katholiek stadsbestuur en veel protestanten die bereid waren duidelijk van zich te laten horen – vond een levendig publiek debat plaats. Hierop ligt de onderzoeksfocus van historica Femke Deen in haar proefschrift ‘Moorddam. Publiek debat en propaganda in Amsterdam tijdens de Nederlandse Opstand (1566-1578)’.

Het stadsbestuur, de opstandelingen, maar ook doorsnee stadsbewoners en het centrale Spaanse gezag voerden een hevige propagandastrijd. Ze maakten daarbij gebruik van allerlei massamedia – zoals pamfletten, petities en liederen – om de publieke opinie naar hun hand te zetten. Femke Deen toont aan dat er door deze groepen ware mediastrategieën werden ingezet om andere partijen van hun gelijk te overtuigen. Dat gebeurde op een veel slimmere manier dan historici tot nu toe dachten.

Net als nu waren in de zestiende eeuw media, publiek en politiek onlosmakelijk met elkaar verbonden. Discussies op straat en in de kroegen bepaalden zelfs in grote mate de politieke agenda. Volgens Deen ging het in de Amsterdamse debatten vooral om zaken als ‘stedelijke eendracht’ en ‘algemeen belang’. De verschillende bevolkingsgroepen probeerden door midden van uitgekiende mediastrategieën het grote publiek ervan te overtuigen dat dat soort dingen juist bij hen in goede handen waren.

Het stadsbestuur van Amsterdam zat hierbij al snel in een moeilijke positie: om de orde te handhaven waren bloedige vervolgingen van ‘ketters’ (opstandige protestanten) aan de orde van de dag. Hoe kon een regime dat zijn eigen burgers vervolgde de ‘stedelijke eendracht’ beschermen, vroeg de protestantse propaganda zich af.

Wikimedia Commons

Willem van Oranje

Zowel het stadsbestuur als de opstandelingen overdachten goed met welke boodschap en via welk medium de Amsterdammers het best konden worden bereikt.

Vooral de opstandelingen waren hier volgens Deen meester in. Sinds het begin van de opstand in 1568 was er sprake van een goed lopende, landelijke propagandamachine, waar ook Willem van Oranje intensief bij betrokken was. Oranje stuurde bijvoorbeeld brieven naar steden die nog onder Spaans-katholiek bestuur vielen, waaronder Amsterdam. In die brieven speelde hij in op de angst voor de Spaanse soldaten en beschreef hij onder andere wat voor gruwelijkheden de bewoners zoal te wachten stonden als ze zich niet bij ‘zijn’ opstand zouden aansluiten.

De Amsterdamse opstandelingen vormden die landelijke propaganda voor lokale doeleinden. Zo werden er regelmatig doelbewust geruchten verspreid of werden er politiek getinte liederen gezongen. Dat was heel efficiënt om de door het stadsbestuur opgelegde censuur te omzeilen. Het Wilhelmus is een bekend voorbeeld van zo’n politiek propaganda-lied. Omdat beide kampen de stadsbevolking bewust bij de politiek probeerden te betrekken waren de Amsterdammers goed geïnformeerd over wat er speelde. Ook raakten ze ervan overtuigd dat hun mening ertoe deed en gehoord werd. De ‘brutale, mondige Amsterdammer’ was geboren.

Femke Deen promoveerde op woensdag 4 juli aan de Universiteit van Amsterdam met haar proefschrift ‘Moorddam. Publiek debat en propaganda in Amsterdam tijdens de Nederlandse Opstand (1566-1578)’.

Lees meer over de Nederlandse Opstand op Kennislink:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/tachtigjarige-oorlog/nederlandse-opstand/index.atom?m=of", “max”=>"6", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 juli 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.