Je leest:

Masterstudente TU Delft mede-auteur Nature-publicatie

Masterstudente TU Delft mede-auteur Nature-publicatie

Auteur: | 13 december 2008

Afrika breek in tweeën in het oosten. Satellietmetingen tonen aan dat de deformatie van de aardkorst honderd maal groter is dan op basis van metingen van aardbevingen.

Het komt zeer zelden voor dat een M.Sc.-student een van de auteurs is van een publicatie in een wetenschappelijk toptijdschrift als Nature. Anneleen Oyen, een Belgische studente Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft, is het gelukt. De publicatie in Nature, over de beweging van continentale platen in de Oost-Afrikaanse slenk, verscheen op donderdag 11 december.

Anneleen Oyen heeft satelliet-radardata geanalyseerd van een zeer zeldzaam fenomeen: een combinatie van vulkanisme en tektoniek bij het uiteenvallen van het continent Afrika in twee gedeelten. Uit metingen van een radarsatelliet van ESA, kon ze de veranderingen van de aardkorst met centimeter-precisie in kaart brengen. De gemeten deformatie bleek bijna honderd maal groter dan verwacht uit ‘conventionele’ seismische waarnemingen.

Oyen is afstudeerder bij prof. Ramon Hanssen in de afdeling Aardobservatie en Ruimtevaartsystemen.

De Oost-Afrikaanse slenk. Bron: TU Delft

Oost-Afrikaanse slenk

Het gebied waar de opdeling van Afrika plaatsheeft, en dat op termijn een nieuwe oceaan wordt, heet de Oost-Afrikaanse Slenk. In zo’n slenkgebied bouwen de trekkrachten van de plaatbeweging (3 tot 4 mm per jaar) zich gedurende decennia op. Wanneer de trekkracht te groot wordt, ontstaan er breuken in de aardkorst, en kan er van onder af magma in deze breuken stromen. Ook ontstaan er door dit proces vulkanen op het grensvlak. De vorming en/of afschuiving van de breuken gebeurt niet continu maar sporadisch en kan gepaard gaan met aardbevingen.

De Oost-Afrikaanse slenk is de enige plek op aarde waar de vorming van een jonge oceaan kan worden waargenomen. Door de geopolitieke omstandigheden, de enorme lengte van de slenk (bijna 5000 km lang) en het sporadische karakter van deze gebeurtenissen, is het echter zeer moeilijk om met grond-instrumentatie waarnemingen te doen. Alleen seismische trillingen van aardbevingen kunnen worden opgevangen. Wetenschappers gingen er tot voor kort vanuit dat de grootte van de aardbeving een indicatie is voor de hoeveelheid afschuiving/deformatie die is opgetreden.

Breuken in de aarde in Tanzania. Bron: TU Delft

Vulkaan

In 2007 was er in Tanzania een episode met aardbevingen, oplopend tot een hoofdschok van 5,9. Deze zijn seismisch waargenomen. TU Delft-studente Anneleen Oyen heeft de deformatie van het aardoppervlak tijdens deze episode echter ook gemeten met ruimtevaartmethoden.

Een radarsatelliet van ESA heeft opnames gemaakt. Door het verschil tussen opnames te verwerken, kon ze de deformatie met centimeter-precisie in kaart brengen. De gemeten deformatie bleek bijna honderd maal groter dan verwacht uit seismische waarnemingen. Het grootste deel van de deformatie ontstaat dus zonder dat dit gepaard gaat met aardschokken. Seismiek alleen is dus niet voldoende om het proces te beschrijven.

Oyen en haar mede-auteurs toonden aan dat er op grote diepte een breukvlak was ontstaan, dat twee meter uit elkaar is geweken, waardoor er bijna 100 miljoen kubieke meter magma in is gestroomd. Ook trad er zo’n 60 centimeter verschuiving langs de breukvlakken op.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van TU Delta.
© TU Delta, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 december 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.