Je leest:

Mars kan ook best bij de EU

Mars kan ook best bij de EU

Auteur: | 16 januari 2004

Net als Amerika heeft nu ook Europa gekozen voor een serieus Mars-programma. Mits de kosten een beetje te beheersen zijn. Waarom trouwens niet met NASA samen?

Zet de datum maar vast in je agenda. Op vrijdag 8 april 2033 vertrekken de eerste Europese astronauten naar de planeet Mars. Tenminste, volgens ESA-onderzoeksrapport CDF-20©, waarin de Europese ruimtevaartorganisatie een mogelijke bemande reis naar de rode planeet presenteert. Eenvoudig is het niet: om de benodigde 1541 ton hardware in de ruimte te krijgen, zijn 28 lanceringen nodig. Over geld wordt in het rapport met geen woord gerept.

Sinds president Bush begin dit jaar zijn nieuwe ruimtevaartplannen ontvouwde, is er veel te doen geweest over de Amerikaanse ambitie om terug te keren naar de maan en mensen te sturen naar Mars. Dat er in Europa al bijna drie jaar lang vergelijkbare plannen worden ontwikkeld, weet bijna niemand. Het Europese Aurora-programma komt volgens programmamanager Bruno Gardini in grote lijnen overeen met NASA’s Vision for Space Exploration.

Illustratie van een mogelijke Europese Marsbasis.

Maar Europa is Amerika niet. Hier moet je de verschillende lidstaten van de ESA op één lijn krijgen, en wanneer er straks geld van de Europese Unie nodig is, hebben maar liefst 25 landen een stem in het kapittel. Daar komt bij dat andere ESA-programma’s enorme kostenoverschrijdingen te zien geven. ‘Begin 2002 zag het er allemaal een stuk rooskleuriger uit,’ zegt Rolf de Groot van het SRON Nationaal Instituut voor Ruimteonderzoek in Utrecht.

Komende week moet duidelijk worden hoe veel de ESA-lidstaten willen bijdragen aan de voorbereidende fase van Aurora. Engeland heeft onlangs 7 miljoen euro toegezegd, maar wil alleen meebetalen aan onbemande projecten. Frankrijk is nog niet over de brug gekomen. Duitsland houdt de hand op de knip. Hoeveel ton Nederland gaat bijdragen, wil De Groot – Nederlands gedelegeerde in de Aurora Board of Participants – nog niet zeggen.

‘Als we volgende week zo’n 20 miljoen euro aan toezeggingen binnen hebben,’ zegt programmamanager Gardini, ‘kunnen we de voorbereidende fase grotendeels uitvoeren zoals gepland.’ Van dat geld wordt dan veel voorbereidend onderzoek gedaan, zodat er straks een uitgewerkt programmavoorstel ligt. De ESA-ministersconferentie moet zich daar dan eind 2005 of begin 2006 over buigen. Geschatte kosten in de eerste vijf jaar: 900 miljoen euro.

De ministersconferentie zou eigenlijk dit jaar al plaatsgevonden hebben, vertelt De Groot. Maar de ESA-minsiters willen eerst een compleet beeld hebben van de enorme kostenoverschrijdingen – honderden miljoenen euro’s – van het Ariane-programma (de eigen Europese draagraket) en het Europese Galileo-project voor satellietnavigatie. De Groot: ‘Binnen de lidstaten werken al die projecten als communicerende vaten.’

Door het uitstellen van de ministersconferentie lijkt het uitgesloten dat de oorspronkelijke Aurora-planning nog gehaald wordt. Volgens dat plan zou in 2009 ExoMars gelanceerd worden – een onbemande Marslander die op de rode planeet naar leven gaat zoeken. Aangezien Mars en de aarde maar eens in de 26 maanden in de goede onderlinge stand staan voor een ruimtereis, kan ExoMars nu op z’n vroegst in 2011 op pad; misschien zelfs pas in 2013.

De Mars Sample Return, een ambitieus project om een paar honderd gram stof en stenen van Mars op te halen voor onderzoek hier op aarde, schuift dan door naar 2015. Halverwege het derde decennium zou er een bemande reis gemaakt kunnen worden naar de maan (een soort generale repetitie voor een bemande Marslanding), en op z’n vroegst midden jaren dertig volgt dan de reis naar Mars. ‘Ik hoop het nog net mee te maken,’ lacht Gardini.

ExoMars en Mars Sample Return zijn de eerste twee ‘vlaggeschepen’ van het Aurora-programma. Daarnaast staan er twee ‘Arrow’-missies op het programma: kleiner en goedkoper, en bedoeld voor het uittesten van technieken die nodig zijn voor het terugbrengen van een capsule naar de aarde en voor het landen op Mars. Over de precieze invulling daarvan wordt vanaf volgende week gediscussieerd binnen de programma-adviescommissie van Aurora.

Als Aurora over ruim een jaar groen licht krijgt, gaat het in eerste instantie om ExoMars en om de eerste Arrow-missie. ‘De tweede fase, tot 2015, gaat misschien wel zo’n twee miljard kosten,’ zegt De Groot. Het lijkt dan ook waarschijnlijk dat voor Mars Sample Return samenwerking gezocht moet worden met NASA – iets waar niemand echt om staat te springen, gezien de slechte ervaringen met het internationale ruimtestation ISS.

‘Daarna wordt het écht duur,’ aldus De Groot. Rond 2015 moeten de ESA-lidstaten besluiten of ze door willen gaan met bemande vluchten, waarmee Aurora minstens tien keer zo duur wordt. Dat wordt voornamelijk een politiek-economische afweging. Duitsland en Italië – belangrijke industriële partners in het bemande ISS – zijn vóór bemande ruimtevaart; Engeland en Finland houden de boot af. ‘In Nederland heeft bemande ruimtevaart ook niet de hoogste prioriteit,’ zegt De Groot.

In het bemande traject wijkt Aurora ook het sterkst af van NASA’s Vision for Space Exploration. ‘Amerika wil echt een permanent bemande basis op de maan,’ vertelt Gardini. ‘Voor ons is de maan slechts een tussenstap – een handige mogelijkheid om bepaalde technische en operationele aspecten van een Marsvlucht uit te testen.’ Gardini denkt overigens dat de plannen van Bush – terug naar de maan in 2015 – niet getuigen van veel realisme.

Hoe het daarna met de bemande vlucht naar Mars moet, is al helemaal onduidelijk. Volgens De Groot is het ‘een heilloze weg’ om dat zonder NASA te willen doen, tenzij intensief kan worden samengewerkt met Rusland, China en Japan. ‘Het helpt in elk geval niet als het NASA-programma niet door gaat,’ zegt hij. Voorlopig lijkt de kans daarop gelukkig klein: ook als Kerry de presidentsverkiezingen wint, zal het Vision-programma naar verwachting overeind blijven.

Een veel groter potentieel struikelblok voor Aurora is de Europese Unie. Ondanks veelbelovende rapporten en brochures zijn er nog steeds geen harde toezeggingen dat de EU flink zal gaan bijdragen aan het Europese ruimtevaartprogramma. ‘Als dat niet gebeurt, zakt het Aurora-programma als een kaartenhuis ineen,’ zegt De Groot. Meer duidelijkheid hierover komt hopelijk eind november, tijdens een gezamenlijke ESA/EU-ruimtevaarttop.

Staat er over ruim dertig jaar een Europeaan op Mars? ‘Moeilijke vraag,’ aarzelt Gardini, ‘maar de kans is zeker aanwezig.’ Alles hangt af van de bereidwilligheid van de deelnemende ESA-lidstaten, niet alleen komende week, maar ook in de toekomst. De selectie voor Europese ‘Marsonauten’ kan in elk geval nog even uitblijven, aldus De Groot. ‘Mijn zoontje van 7 maakt wat dat betreft een betere kans. En díe wil wel.’

Dit artikel is eerder verschenen in de Volkskrant

Meer weten?

Dit artikel is een publicatie van Allesoversterrenkunde.nl.
© Allesoversterrenkunde.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 januari 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.