Je leest:

Mars-bacterie oud nieuws

Mars-bacterie oud nieuws

Auteur: | 21 juli 2005

Leven op Mars? Misschien hebben we het er zelf gebracht. Dat meldde de Sunday Times van 17 juli. De vacuüm-resistente bacterie Bacillus Safensis zou met NASA’s Mars Rovers Spirit en Opportunity naar Mars zijn gereisd.

Na het bombardement van komeet Tempel-1 blijkt NASA ook aan biologische oorlogsvoering te doen. De Mars Rovers die sinds januari 2004 Mars verkennen zijn namelijk besmet met taaie aardse bacteriën. Dat rapporteerde schrijver Alan Burdick mei 2005 in zijn boek Out of Eden. Vervuiling van andere planeten door aardse bacteriën is verboden door een V.N.-verdrag.

De Bacillus Safensis bacteriën, die een verblijf in de vacuümkamer van het Jet Propulsion Lab kunnen overleven, zouden ook de oversteek van de aarde naar Mars kunnen maken. Als uitgedroogde sporen zijn ze moeilijk te beschadigen en kunnen ze de kou en het interplanetaire vacuüm weerstaan. Eenmaal op Mars aangekomen gaat het de verstekelingen niet van een leien dakje: zonder beschermende ozon-laag wordt het Mars-oppervlak namelijk geteisterd door hevige UV-straling. Een paar centimeter onder de grond is het beter toeven. Een NASA-woordvoerder zegt dat eventuele bacteriën aan boord van de Rovers “enorme kansen tegen zich hebben”.

Scanning Electron Microscoop-opname van Bacillus Odysseyi-sporen. De nieuwe stam komt alleen op de NASA-sonde Mars Odyssey voor. Die werd in 2001 gelanceerd om Mars in kaart te brengen en het landschap te onderzoeken. bron: James Kulleck, NASA/JPL. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Microbioloog Kasthuri Venkateswaran (NASA/JPL) onderzoekt al jaren hoe bacterie-soorten kunnen overleven in de ruimte. Zo telde hij in de vacuüm-testkamer van JPL’s Space Assembly Facility bijvoorbeeld 30 organismen op elke 25 vierkante centimeter van de satelliet Mars Odyssey, die in 2001 vertrok naar Mars. Naast bacteriën- geni als Acinetobacter, Curtobacterium, Ralstonia en Bacillus, kwam ook de schimmel Aureobasidium pullulans voor.

Vooral het genus Bacillus is voor Venkateswaran interessant, omdat het bijzonder taaie sporen kan vormen. Die hebben een grote kans een reis door de ruimte te overleven. Mars Odyssey zal zijn sporen nooit op Mars uitzetten – de satelliet is ontworpen om rond Mars te blijven draaien. Zelfs al zou de satelliet over tientallen jaren door wrijving met de ijle marsatmosfeer neerstorten, dan nog zouden de bacteriën aan boord de klap niet overleven. Bacteriën op landers als de Mars Rovers Spirit en Opportunity hebben een veel grotere kans om veilig te landen. Dat de Rovers waarschijnlijk besmet was met bacteriën wist Venkateswaran al in 2004 te melden.

NASA’s Mars Rovers, die sinds januari 2004 op onze buurplaneet rondrijden, hebben er al mineralen gevonden die alleen in vloeibaar, stromend water kunnen vormen. Dat is één van de voorwaarden voor het ontstaan van leven. Een beetje suf als de robots zelf leven mee droegen in de vorm van Bacillus Safensisbron: NASA

Venkateswaran liet in zijn onderzoek zien dat Bacillus Safensis ronde sporen vormt die bestaan uit bolschillen rond de bacterie-kern. De buitenlaag zou ervoor zorgen dat de bacteriën aan de wand van sondes en satellieten plakken. Ondanks uitdroging, onderkoeling en beschieting met UV- en gammastraling overleefde een aanzienlijk aantal sporen de testkamer. Zelfs het giftige waterstof peroxide kon niet álle sporen uitroeien. De bacteriën voeden zich waarschijnlijk met sporen aluminium en titanium van de boordelektronica.

Dat op aarde bacteriën zijn ontstaan die nauwelijks uit te roeien zijn en zelfs een tripje door de interplanetaire ruimte overleven, is slecht nieuws voor zoekers naar buitenaards leven. In spore-vorm kan de bacterie het volgens Venkateswaran’s onderzoek duizenden tot miljoenen jaren uithouden. Hoe weten we dus zeker dat een volgende robot op Mars geen sporen van Bacillus Safensis in plaats van inheemse microben vindt?

Verkoudheid op de maan

In 1969 kwam NASA er al achter dat blootstellen aan vacuüm niet genoeg is om bacteriën uit te roeien. De bemanning van Apollo-12 haalde in november 1969 de camera van Surveyor-III op. Die was in april 1967 op de maan geland. Terug op aarde bleek dat er bacteriën op de camera zaten – maanmannetjes?

Na weken onderzoek bleef er maar één conclusie over. Tijdens het inladen van de Surveyor-III camera had een van de technici een niesbui gekregen. Streptococcus Mitis, die voorkomt in de neus en keel, had het tweeënhalf jaar lang uitgehouden op de maan. Hard vacuüm, kosmische straling en temperaturen ver onder én boven het vriespunt konden het niet voorkomen: zelfs op de maan komen we niet van verkoudheid af. Dat wordt nog wat als we super-survivors als Bacillus Safensis gaan exporteren…

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 juli 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.