Je leest:

Mark Peletier: “Geweldig om samen met collega’s een puzzel op te lossen”

Mark Peletier: “Geweldig om samen met collega’s een puzzel op te lossen”

Auteur: | 2 juli 2004

Hoe voelt wiskunde? Het gebeurt niet vaak dat wiskundigen praten over de emoties die hun vak bij hen oproept. Evelien Bus ging er in haar afstudeerscriptie naar op zoek. Door interviews met vakgenoten onderzocht zij de beleving van de wiskunde.

Mark Peletier: “Ik ben natuurlijk blij als ik een goed idee krijg. Dan leun ik achterover en sla mezelf op de borst. Maar lang duurt dat niet, hooguit zo’n vijf minuten. Dan wil ik weer door, op zoek naar dingen die ik nog niet begrijp. Het plezier zit hem niet zozeer in de buit die je vangt, maar in de jacht zelf.”

Mark Peletier

“Mijn vader is wiskundige. Al jong zag ik dat dit hem maakte wie hij was. Wiskunde deed iets goeds met hem. Ik wilde net zo worden als mijn vader en vroeg hem wel eens me wat wiskunde te leren. Hij vertelde dan over verzamelingenleer en lineaire algebra. Ik begreep er geen hout van, maar de interesse werd er niet minder om.

Op school ging wiskunde me makkelijk af. Ik kon leraren corrigeren als ze fouten maakten op het bord. Dat sterkte mijn zelfvertrouwen. Toch vond ik het niet echt spannend om altijd maar sommen te moeten maken."

“Ik zou wiskunde gaan studeren, net als mijn vader. Alleen in de zesde klas van de middelbare school heb ik even overwogen om toch psychologie te kiezen. Daar heb ik uiteindelijk niet gedaan, omdat ik niet zeker was of ik wel zo goed in psychologie zou kunnen worden als in wiskunde. Bovendien besefte ik toen al dat psychologie waarschijnlijk een stuk vager zou zijn. De problemen zijn er minder goed gedefinieerd.

Tijdens de studie moest ik harder werken dan op de middelbare school. In het eerste jaar begreep ik weinig van de colleges lineaire algebra. Het was zo abstract: de docent begon met het opschrijven van een rijtje axioma’s. Later hamerde hij de hele tijd op het feit dat de stellingen alleen golden voor eindige lineaire combinaties van vectoren. Ik heb hem een keer gevraagd wat er mis gaat als je oneindige lineaire combinaties neemt. Hij vertelde toen iets over ruimtes van oneindige dimensie, maar ik kon me er niets bij voorstellen.

Toch bleek de studie als geheel niet echt moeilijk en haalde ik hoge cijfers. Aan het einde van mijn studie kreeg ik een beurs om in Parijs te kunnen studeren. Daar ben ik anderhalf jaar geweest. Ze gaven vakken die inhoudelijk verder gaan dan die in Nederland. Je moest er harder werken. Ik vond het een leuke tijd en heb er veel geleerd. In Frankrijk word je niet als freak gezien als je wiskunde studeert. Je krijgt juist respect van andere studenten. Wiskunde wordt er gebruikt als een soort intelligentietest bij toelatingsexamens van de grandes écoles.

In Parijs boden ze me een promotieplaats aan. Toch ging ik liever bij Hans van Duijn promoveren, omdat ik dacht dat ik bij hem meer toepassingen van wiskunde zou zien. Hans werkte samen met mijnbouwers, die olie uit de grond wilden halen. Hij leerde me veel over de interactie tussen wiskunde en de praktijk. Tegen het einde van mijn promotie heb ik even getwijfeld of ik in de IT wilde gaan solliciteren. De banen lagen daar toen voor het oprapen. Maar wiskunde leek me leuker. Achteraf gezien een goede keuze. In de IT moet je precies doen wat je baas wil, als wiskundeonderzoeker kun je je verdiepen in wat je zelf belangrijk vindt.

Ik ben anderhalf jaar post-doc geweest in Bath, Engeland. Het was een spannende periode. Je kunt niet meer schuilen onder de vleugels van je promotor, die je beschermt tegen editors die zich onbehoorlijk gedragen en ervoor zorgt dat er niet iemand anders tegelijkertijd aan jouw probleem werkt. Ik werd er zenuwachtig van dat ik opeens zelf verantwoordelijk was voor het formuleren van interessante problemen.

Na post-doc te zijn geweest, kreeg ik een vaste baan aan het Centrum voor Wiskunde en Informatica in Amsterdam. Sinds een paar jaar geef ik ook onderwijs aan de Technische Universiteit Eindhoven, bij de opleiding biomedische toepassingen. Ik houd me nu vooral bezig met problemen uit de biologie. Momenteel denk ik na over biologische membranen. Dat zijn stevige dingen. Ze bezitten zelfs mechanische eigenschappen, bijvoorbeeld buigingsweerstand. Toch zijn ze opgebouwd uit lipiden die niet vast zitten. Het is onduidelijk waarom die zo goed op hun plaats blijven zitten. Biologen maken zich niet zo druk om dit probleem. Zij vinden dat ze zelf een heel aardige verklaring hebben, gebaseerd op de olie-achtige eigenschappen van de moleculen. Maar die verklaring vind ik zelf niet bevredigend.

Een jaar of vijf geleden hebben we in Nederland de ‘Studiegroep Wiskunde en Industrie’ opgericht. Met een groep wiskundigen werken we een week lang non-stop aan problemen die op de eerste dag zijn gepresenteerd door een aantal bedrijven. We hebben deze studiegroep vormgegeven naar Engels voorbeeld. Toen ik als aio voor de eerste keer zo’n bijeenkomst bezocht in Cambridge, wist ik werkelijk niet wat me overkwam. Er waren wel tachtig wiskundigen fanatiek aan het werk. Iedereen liep naar het bord en riep door elkaar. Er werden steeds nieuwe groepjes gevormd, het was enorm dynamisch. Op donderdagavond na het diner zaten sommige mensen nog tot laat sheets te maken voor de presentaties van de volgende dag. Ook in Nederland is deze studiegroep een succes geworden. De groep wordt steeds groter.

Als ik in mijn eentje onderzoek moest doen, zou ik allang zijn gestopt. Ik vind het geweldig om samen met collega’s een puzzel op te lossen. Om samen stukje bij beetje je begrip uit te breiden. Het liefst werk ik samen met iemand van hetzelfde niveau van begrip als ik, die in hetzelfde probleem geïnteresseerd is. Samenwerken met twee mensen kan eventueel ook, maar met één is makkelijker. Als de ander te dichtbij woont, komt het er vaak niet van om intensief samen te werken. Een uur of drie reisafstand is ideaal. Een paar keer per jaar ga je bij elkaar op bezoek.

Je bent drie dagen lang samen, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Je gaat samen lunchen, samen dineren. Natuurlijk praat je wel eens over politiek of zo, maar meestal gaat het over het probleem in kwestie. Omdat je zo gefocust bezig bent, lukt het soms om voor het bord een onderzoeksdoorbraak te forceren. Dat is fantastisch. Op de terugreis schrijf je zoveel mogelijk op. Daarna begint het normale werk weer. Een enkele keer kom je ook dan wel eens iets nieuws op het spoor over het betreffende onderwerp. Dan mail je elkaar. Het plezier van een ontdekking is extra groot als de ander er ook waardering voor heeft.

Waardering van vakgenoten is heel belangrijk. Sommigen van hen beslissen hoeveel geld je krijgt om je onderzoeksvoorstellen uit te voeren. En als je een aioplaats vacant hebt, sturen collega’s je alleen een goede aio als ze jou en je onderzoeksgroep hoog inschatten. Goede mensen zijn namelijk schaars.

Met wiskunde is er eeuwige roem te behalen. Andrew Wiles is dat gelukt, door de Laatste Stelling van Fermat te bewijzen. Ik zou wel willen dat ik me ook op die manier onsterfelijk kon maken. Maar ik weet inmiddels dat ik niet geniaal genoeg ben. Ik ben natuurlijk blij als ik een goed idee krijg. Dan leun ik achterover en sla mezelf op de borst. Maar lang duurt dat niet, hooguit zo’n vijf minuten. Dan wil ik weer door, op zoek naar dingen die ik nog niet begrijp. Het plezier zit hem niet zozeer in de buit die je vangt, maar in de jacht zelf."

Over Mark Peletier

Mark Peletier studeerde wiskunde in Leiden en Parijs en promoveerde bij Hans van Duijn in Delft en aan het CWI. Onderwerp van de promotie was gedegenereerde diffusie, een type diffusie dat onder andere optreedt bij modellen die de verspreiding van verontreinigingen in het grondwater beschrijven en die wiskundig voor uitdagingen zorgt.

Tijdens een postdoc in Bath (Verenigd Koninkrijk) verschoof zijn interesse zich naar problemen met een variationele structuur, zoals gradiëntstromingen en Hamiltoniaanse systemen. Zulke problemen beschrijven een grote klasse van mechanische systemen, en de variationele structuur biedt een speciaal inzicht in deze problemen. Sinds 2004 is Peletier hoogleraar aan de TU Eindhoven met als leeropdracht variationele methoden.

Wiskundig curriculum vitae

1987–1992: studie wiskunde aan de Universiteit Leiden

1991–1992: extra studiejaar aan de universiteit Paris 6 in Parijs

1993–1997: promotie bij Hans van Duijn aan de Technische Universiteit Delft

1997–1998 post-doc aan de University of Bath in Engeland

1998–heden wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI) in Amsterdam

2001–heden: universitair hoofddocent aan de opleiding biomedische toepassingen (BMT) aan de Technische Universiteit Eindhoven (één dag per week)

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 juli 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.